Al lang verkeert het vakantietoerisme in de greep van het economisch denken en sociologisch onderzoek. Op deze website wordt een gebalanceerder inzicht aangehouden: de toeristen zelf en hun ontmoeting met hun vakantiebestemming. De toeristen nemen wat hen aangereikt wordt en gebruiken dit voor hun eigen doeleinden; het zijn deze doeleinden die ons het meest interesseren en meer dan 25 artikelen op deze website gaan daar nu juist over: het toerisme van de toeristen.

Onder het hoofdje "Toerisme" is een nieuw artikel van mij toegevoegd over Klimaatsverandering (Juli 2020).

In februari 2020 heb ik een nieuw artikel toegevoegd in de rubriek "Toerisme" getiteld "Fenomenologie en het Toerisme".

Toerist (1)

Topic: Toerist (1)

Return to Topics

Motivaties en Behoeftes

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Behoeftes, motieven en motivering

Introductie

Al heel lang in de geschiedenis van de mensheid is er het element van het “willen ontsnappen” geweest met het achter zich laten van de thuisomgeving als voornaamste objectief en zonder te veel eisen te stellen aan de bestemming – bij voorkeur fysiek aangenamer dan de dagelijkse werksleur en thuisomgeving. In het geval van het toerisme ligt deze motivatie ten grondslag aan de wens om te reizen en behelst het genereren van een behoefte. In dit artikel wordt er aandacht besteed aan de verschillende niveau’s van de beweegredenen om met vakantie te gaan, hun wisselwerking en hun invloeden op de ontwikkeling van het toerisme en zijn markten.

 De behoefte

De behoeftes, algemene motivaties en motiveringen zijn de motoren voor het menselijk gedrag en spelen in het toerisme een dominerende rol. Er bestaat een motivatie als een persoon in staat is een impuls te genereren die tot een behoefte leidt die weer aanleiding geeft tot een gevoel van onvoldaanheid totdat deze behoefte voldaan is. Honger en dorst zijn goede voorbeelden hiervan (q47). De motivatie vormt de basis voor de reden van het willen reizen – met andere woorden het waarom –, terwijl de specifieke motivering de bestemming en ook het soort reis bepaalt (q154, q29). De reisbehoefte en motivatie vormen ook de basis voor de eerste reisverwachtingen en verder is er de invloed op het uiteindelijke resultaat van een vakantie: het viel mee of het viel tegen in vergelijking met de verkregen bevrediging. Het moge duidelijk zijn, dat wanneer de reisbehoefte bevredigd is, deze ophoudt te bestaan en dus ook verder geen motivatie meer vormt.

Het thema van de reisbehoefte kan vanuit verscheidene wetenschappelijke hoeken bekeken worden, waarbij de psychologie, de sociale psychologie en de anthropologie de belangrijkste vormen. Vele theoriën zijn hierover ontwikkeld en vele modellen opgezet. De bekende humanist-psycholoog Abrahan Maslow publiceerde in 1943 een model in de vorm van een pyramide, waarbij 5 lagen van soorten behoeftes onderscheidden werden (in: q29: p141):

      1. de lichamelijke behoeftes bevinden zich onderaan in het breedste segment van de pyramide,

      2. vervolgd naar boven toe door bestaanszekerheid;

      3. sociale behoefte (er bij horen, samenhorigheid, liefde);

      4. eigenwaarde en sociale erkenning

      5. zelf-verwezenlijking en algemene ontwikkeling.

Vele theoriën over motivatie en behoeftes in het toerisme hebben dit model als basis gebruikt. Pearce (q156) paste dit op het toerisme toe en combineerde dit met de directe ervaringspraktijk van de toerist. Hij stelde de volgende vijf lagen van motiveringen voor (van onderen naar boven toe): ontspanning – stimuleren – sociale behoeftes – zelf respect (persoonlijke en culturele ontwikkeling) – zelfverwezenlijking (zoektocht naar het geluk).

De originele reisbehoeftes volgen deze behoefte-lagen, waarbij de eerste twee het wijdverbreidst zijn. Dan moet er ook opgemerkt worden dat dit model nogal op de Westerse maatschappijen gebaseerd is. Er zijn delen in de wereld waar bijvoorbeeld het leven in een gemeenschap hoog gewaardeerd wordt en de hoogste laag van de behoefte-pyramide gaat dan over de dienstbaarheid aan de gemeenschap.

 Motief en motivering

In dit verband is een begrip dat veel in het toerisme gebruikt wordt dat van de ‘push’ en ‘pull’ factoren (q35). Er zijn reismotieven, die van buitenaf een persoon beïnvloeden en hem als het ware naar een motivatie toetrekken. Toeristenbestemmingen proberen vaak toeristen te overtuigen van de attracties die zij te bieden hebben en hen “over de streep” te trekken. Deze ‘pull’ factoren kunnen een persoon ertoe drijven een beweegreden te creëren en op die basis een motivering te ontwikkelen om naar een bestemming met vakantie te gaan en wordt ook in verband gebracht met het element van zoeken bij de reismotivatie. ‘Pull’ factoren roepen eerst een verlangen op, wat zich kan ontwikkelen tot een gemis, wanneer dit verlangen niet bevredigd wordt. Daarnaast zijn er ook vele impulsen die vanuit ons eigen ik komen en die ons in een zekere richting stuwen: de ‘push’ factoren. Het element van ontsnappen is dan een voorbeeld. De ‘push’ factoren hebben doorgaans betrekking op een gebrek (en niet zo zeer een gemis), wat indien niet bevredigd tot een schadelijke situatie kan leiden. Bijvoorbeeld kan een gebrek aan rust (oververmoeidheid) een factor vormen voor een behoefte en begeleidend reismotief.

Daarnaast kunnen er ook verschillende lagen onderscheidden worden wat reismotieven betreft. Reismotieven zelf zijn algemeen en elk jaar genereert de Westerse mens een motief om met vakantie te gaan, dat weer op een behoefte gebaseerd is. Daarnaast is er ook de motivering, die preciezer is en invult wat het algemeen reismotief aangeeft. Het soort vakantie en de bestemming worden door deze motivering bepaald (q154). Dit houdt in dat het reismotief direct vanuit de mens zelf komt (‘push’), maar dat vervolgens de specifiekere motivering als invulling van het algemene doel van het reismotief vaak aan de invloed van ‘pull’ factoren onderhevig is. Het is deze visie die hier op deze website aangehouden wordt.

De meeste mensen laten zich daarbij niet door slechts één motivatie leiden, maar er spelen een serie behoeftes en motieven tegelijkertijd een rol en daarmee wordt het onderwerp van behoeftes en motivaties alleen maar ingewikkelder. Het kan dan heel goed zijn, dat leden van dezelfde groep binnen dezelfde activiteit toch verschillende behoeftes bevredigen of door andere motiveringen gestuwd worden. Daarnaast mogen de initiële behoeftes en motivaties dan een hele belangrijke rol in het toerisme spelen, maar zij vormen niet de enige drijfveer voor het toeristisch gedrag, want sociale invloeden, culturele inzichten of religieuze opvattingen kunnen wel degelijk meespelen (q33, q157), zoals verderop aangegeven.

Ontsnappen, zoeken en verlangen

In de 21ste eeuw hebben diepgaande veranderingen in de manier waarop begrippen zoals plaats en tijd worden ervaren onder invloed van versnelde globalisatie tot nieuwe bespiegelingen geleid aangaande de eigen identiteit, het zelf en de plaats die mensen in deze wereld innemen (q36). Niet alleen de manier van leven heeft bij vele mensen tot het verlies aan identiteit geleid, maar ook dwingen het vaak gecomputeriseerde werk en de sociale rollen die men iedere dag speelt tot een beperkende en monotone routine, waarin het voor mensen steeds moeilijker wordt zichzelf te ontplooien (q110). Het is in deze context, dat de ontwikkeling van reisbehoeftes zich afspiegelt tegen het snel groeiende consumisme, toenemende onzekerheid over het eigen ik en de plaats die wij in deze wereld innemen. De verschillende motiveringen die (potentiële) toeristen genereren beïnvloeden het soort vakantie dat tenslotte geselecteerd wordt. Crompton (q33) heeft zich op twee hoofdlijnen gebaseerd: de behoefte om te ontsnappen (van het gestresste westerse leven, dagelijkse sleur of de werkomgeving) en daarnaast de behoefte om nieuwe dingen te zoeken. Hoewel het panaroma aan vakantiemotivaties even breed is als het aantal individuen dat met vakantie gaat, worden hier drie fundamentele groepen aangehouden, met het element van het verlangen als toevoegsel aan de concepten van ontsnappen en het zoeken.

Het ontsnappen

Het toerisme biedt een bevrijding van werk en verdere verplichte zaken, een ontsnapping van de traditionale sociale rollen en de vrijheid om de tijd te besteden zoals men maar wil. Inderdaad kan men zeggen, dat het toerisme de “anti-structuur” van het westerse leven behelst en voor velen meer een ontsnapping is dan een zoektocht ergens naar (q103). De reisbehoefte komt hierbij voort uit een gebrek aan noodzakelijke zaken voor onze overleving: wij voelen dat wij ergens een gebrek aan hebben en niet verder kunnen zonder deze behoefte eerst te bevredigen. In termen van het toerisme is dit sterk gesteld, maar vormt wel het basis principe: de vakantie is een noodzaak voor overleving geworden en het elders zijn wordt als oplossing gezien. Het primordiale motief van het reizen is ergens vandaan te gaan zonder te veel eisen te stellen aan de bestemming – bij voorkeur fysiek aangenamer dan de dagelijkse werksleur en thuisomgeving. Bij de pyramide van Maslow en Pearce gaat het dan allereerst om de lager gepositioneerde behoeftes.

Dit ‘ontsnappen aan’ heeft in het toerisme betrekking op het fysiek afstand nemen als eerste vereiste. Het is dan alsof de toerist tussen twee werkelijkheden in leeft: zijn eigen omgeving die hij achter zich gelaten heeft en de bestemming waar hij zich bevindt, maar geen onderdeel van uitmaakt. Deze situatie kan omschreven worden als een niet-hier en niet-daar zijn, eigenlijk nergens, maar toch ergens zijn en wordt ook wel liminaal genoemd. De vervreemding van de thuisomgeving gedurende het toerist-zijn heeft dan ook betrekking op een ruimtelijke liminaliteit, waarbij nu juist liminale plaatsen zoals stranden (tussen land en zee) de voorkeur genieten. Het achter zich laten van de werkomgeving is voor de meeste toeristen daarbij een van de belangrijkste drijfveren. Als voorbeeld kan genoemd worden dat elk jaar grote groepen Italiaanse toeristen in chartervluchten naar Cuba vliegen, om daar in luxueuze strandhotels te verblijven met Italiaans sprekend personeel, Italiaans eten, Italiaanse muziek en televisie. Het element van ontsnappen heeft dan vooral betrekking op een liminaliteit van plaats en behelst in veel mindere (of geen enkele) mate een vervreemding op maatschappelijk niveau. Het kan ook zo zijn, dat toeristen gedurende een verblijf op hun bestemming ook afstand doen van hun sociale status en daarmee de deur openen om behoeftes zoals op het derde of vierde niveau van Pearce te bevredigen. Het betreft dan de meer individueel ingestelde toerist die vaak het lichamelijke en spirituele welzijn voorop stelt.

De zoektocht

Reisbehoeftes en motivatie kunnen ook geboren worden uit een innerlijk gevoel iets nieuws te willen leren, wat aangemoedigd kan worden door ‘pull’ factoren die een aantal nieuwe ervaringen in het vooruitzicht stellen. De toerist heeft een wel omlijnd reisdoel voor ogen en reist niet zozeer ergens vandaan (zoals bij ontsnapping), maar ergens naartoe. De basisbehoefte is gestoeld op het gevoel van een gemis, dat er in het dagelijkse leven heerst. Dit gemis (in tegenstelling tot een gebrek) is subjectief en sociaal geconstrueerd. Mochten wij niet in staat blijken dit gemis (met bijbehorende behoefte) te bevredigen, dan moeten we een manier zoeken om de rest van ons leven zonder dit gemis door te komen.

Eenmaal op de bestemming aangekomen neemt de toerist afstand van zijn sociale status en stort zich in de liminale praktijk van het toerist zijn. Het element van iets nieuws willen leren, andere culturen ontdekken of zichzelf en het eigen lichaam op de proef stellen vormen elementaire factoren bij deze zoektocht. Bij de indeling van behoeftes van Pearce en ook van Maslow gaat het vooral om de drie hoogste lagen van de pyramide. De manier waarop toeristen om zich heen kijken vertaalt zich dan, onbelemmerd door sociale verplichtingen en bindingen, tot het vrijelijk innemen van indrukken en hun verwerking tot ervaringen. Het element van de zoektocht gaat dus overeen zoeken van een psychologische of interne vervulling via een reis naar een bestemming die anders is dan de thuisomgeving (q157).

Cultureel toerisme heeft het zoeken doorgaans als grondslag en daarnaast ook de ervaringen op spiritueel of religieus niveau. Het eigen ik en de eigen identiteit vormen belangrijke bronnen van reisinspiratie in een maatschappij, waarin het voor de mensen moeilijker wordt zichzelf te ontplooien en sterke identiteitsgevoelens te ontwikkelen. De vervreemding van de thuisomgeving kan ook andere effecten met zich meebrengen. Los van de maatschappelijke druk kunnen toeristen zich overgeven aan de vervulling van behoeftes, die zij in hun eigen land of regio zich niet kunnen veroorloven of verboden zijn. De donkere kant van de menselijke natuur kan dan naar boven komen in de vorm van bijvoorbeeld sex- of drugstoerisme.

Het verlangen

Een heel andere bron voor reismotivaties zijn de specifieke verlangens die opgeroepen kunnen worden. Het gaat dan om gespecialiseerde onderwerpen die redelijk duidelijk omlijnd zijn. Het kan tastbare zaken betreffen, zoals een hobby (bijv. vogelreizen), een culturele interesse (opera voorstellingen met beroemde zangeressen of zangers) of sportevenementen. Een ander voorbeeld is het medisch toerisme. Van belang is meer het reizen en niet zozeer het idee van het toerist zijn. De deelnemers nemen vaak geen afstand van hun maatschappelijke positie en het zich bevinden “tussen twee culturen” speelt geen belangrijke rol en het element van de liminaliteit is niet direct aan de orde. De toerist weet wat hij wil, stelt zich een duidelijk taak of missie en heeft er veel voor over zijn doel te bereiken. Het betreft een behoefte die duidelijk omlijnd is en als motivatiebron een verlangen heeft en als zodanig niet met de begrippen ‘gebrek’ of ‘gemis’ corresponderen.

Het verlangen als reismotivatie kan ook minder tastbare zaken omvatten, zoals zekere emoties of diepe spirituele ervaringen. Extase en angst zijn hier voorbeelden van. In de 21ste eeuw heeft zich vrij snel het zogenaamde “dark tourism” ontwikkeld, waarbij de negatieve ervaringen gebaseerd op natuurrampen of op bijvoorbeeld concentratiekampen als zodanig een beleving betekenen, die gebaseerd is op de wens een zekere emotie te ondergaan, die van tevoren bepaald en controleerbaar is.

Het lichaam, de emoties en ik

De behoeftes en motivaties om te reizen zijn onderhevig aan de gesteldheid van het individu, zijn positie in de maatschappij en zijn directe sociale omgeving. Dat betekent tegelijkertijd dat reisbehoeftes kunnen veranderen al naar gelang er zich veranderingen in de maatschappij of op persoonlijk niveau voordoen. Deze veranderingen in het gedrag – en dus van de behoeftes - van toeristen worden in principe veroorzaakt door de postmoderne tendensen, die in toenemende mate de maatschappijen over de hele wereld in hun greep hebben. De belangrijkste manifestatie is de samenpersing van tijd en ruimte door steeds snellere en intensievere transport- en communicatiekanalen. Het leven lijkt sneller te gaan en de resulterende druk wordt zichtbaar door het persoonlijk gebrek aan zelf-ontplooing en het zichzelf zijn. De rationele factoren zijn begonnen de niet-rationele te overheersen zoals emoties, lichamelijke gevoelens of spontaniteit, waarbij er weinig plaats overblijft voor deze laatste elementen (q110). Dit heeft als gevolg, dat zich in toenemende mate een verschuiving voordoet van het ontsnappen als vakantiemotivatie naar een behoefte zichzelf te hervinden in een liminale omgeving. Het betekent ook dat het ontwikkelen van reisbehoeftes en bijgaande motivaties zich steeds sneller gaat herhalen. Vele malen per jaar ontstaat er een prikkel die om aandacht vraagt en vrije tijd – nog steeds groeiende in vergelijking met de werktijd – is dan nodig om aan deze behoeftes te voldoen.

Waar in de 20ste eeuw de potentiële toeristen zich nog lieten leiden door het aanbod op de toerismemarkten (‘pull’ factoren), is er in de 21ste eeuw een duidelijk verschuiving te zien naar een actievere opstelling van de toerist. De motieven en motiveringen van toeristen zijn dan duidelijker gericht op wat een toerist zelf wil en zijn directe behoeftes. Interessant is de wisselwerking tussen markten en gebruikers. De vraag of het aantal verschillende behoeftes van mensen is toegenomen en daardoor er een veel ruimer aanbod is gekomen, kan ook omgedraaid worden en door de toename aan ‘pull’ factoren zijn er meer reismotieven bijgekomen die eerder op een gemis dan op een gebrek gebaseerd zijn. Aangezien in de westerse maatschappijen het consumisme een enorme vlucht genomen heeft en een overheersende rol schijnt te spelen (q151) kan het antwoord op deze vraag in het midden liggen: de behoefte om te consumeren kan een gemis genereren, dat daarvoor niet bestond, en als zodanig heeft deze behoefte dan betrekking op de mode en zijn grillen (q151). In de consumentenmaatschappij gaat het dan niet zozeer om het feit dat ik in een auto rij, maar in welke auto. Het reizen wordt daarmee meer dan alleen het bevredigen van een behoefte en het wordt ook een manier om persoonlijk succes aan de wereld te tonen. Het sociale aspect van de prestige beïnvloedtdus ook de reismotieven. Daarmee heeft de toenemende rol van het consumisme in de maatschappij juist zijn weerklank in het toerisme gevonden, daar dit bij uitstek een activiteit is die draait om de consumptie van natuurlijke bronnen, gecreeërde milieu’s en culturen (q62). Echter een hoge graad van consumisme is voor iedere koper soms een bijna benauwend fenomeen geworden, waar men niet buiten kan, maar er wel soms van droomt om dit te ontsnappen – al is het maar even gedurende de vakantie.

Het punt of het aanbod of de vraag een markt aanstuurt is in het toerisme gecompliceerd. Marktverschuivingen in het toerisme zijn zichtbaar geworden door de veranderingen in de gedragspatronen van toeristen. In practische termen betekent dit dat er zich een langzame verandering aan het voltrekken is naar het individuele toerisme toe ten nadele van het groeps- en massatoerisme. Deze laatste optie is bijna geheel gericht op het element van de ontsnapping, terwijl tegenwoordig veel toeristen meer dan alleen dat als beweegreden nodig hebben. Dit houdt ook in, dat voor het zoeken naar het authentieke eigene een volledige breuk met de thuisomgeving essentieel is. Het individuele reizen gaat samen met een wijder aanbod aan allerlei mogelijke vakantieïnteresses en daarmee is er ook een snel groeiend aantal zogenaamde ‘niche markets’ voor bijna alle soorten menselijke activiteiten ontstaan. Dan worden in de 21ste eeuw toeristenbestemmingen steeds meer op basis van de activiteiten geselecteerd die zij te bieden hebben. De motivering voor de keuze van de vakantiebestemming zal steeds meer van de mogelijkheden gaan afhangen die vanuit de vakantiebestemmingen geboden worden (‘pull’ marktfactoren) om aan die behoeftes te voldoen, in die zin dat de beroemdheid, aanbevelingen of goede naam van een bestemming minder belangrijk worden. De selectie van een vakantiebestemming wordt meer op activiteitsgerichte belevingen gebaseerd en tegelijkertijd worden toeristen minder door maar één speciale activiteit geobsedeerd. Met andere woorden worden er door toeristen tegenwoordig gedurende hun vakanties hele reeksen behoeftes bevredigd en motivaties ingelost, terwijl tot aan het einde van de 20ste eeuw dit een veel beperktere armslag betrof.

Het element van de transformatie onder liminale omstandigheden heeft, wat het element van het zoeken van de reismotivatie betreft, steeds meer te maken met het lichamelijk welzijn als gevolg van de fysieke beperkingen onder westerse arbeidscondities. Ware het dat vroeger reisbehoeftes en motieven allereerst op de fysieke afstand van de thuisomgeving betrekking hadden, gaat het er vanaf de 21ste eeuw meer om dat de toerist het eigen lichaam wil (her)ontdekken als onlosmakelijk onderdeel van het eigen ‘ik’. De behoefte aan comfort en luxe is dan duidelijk herkenbaar en vertaalt zich in een vraag naar ‘spa resorts’, welzijns centra en een hoger niveau hotelkamers (4 tot 5 sterren). De tendens om meer korte vakanties te nemen heeft eerder te maken met een beweegreden door een gemis dan een gebrek. Economische omstandigheden in het westen zijn nog steeds gunstig en staan vele mensen toe er regelmatig even tussenuit te gaan.

Het verlangen als hoofdmotief voor een vakantie kan in een groeiend aantal zogenaamde themareizen resulteren. Steeds meer groepsreizen spitsen zich op een specialisatie toe zoals vogels, orchideeën of natuurfotografie. Ook op spiritueel niveau zijn er steeds meer mogelijkheden om individueel of in groepsverband zich te ontplooien door yoga, reiki of andere op het oosten geïnspireerde bronnen.

Slot opmerking

De hier aangeboden uitleg over behoeftes, motieven en motiveringen geeft een basis aan van waaruit een inzicht verkregen kan worden in niet alleen het gedrag van toeristen, maar ook de veranderingen waar die onderhevig aan zijn. Het thema is gecompliceerd en behelst de beweegredenen voor het menselijk gedrag in het algemeen. Wat hier gesteld wordt geldt alleen voor het toerisme en is daarbij een vereenvoudigd model, wat in de praktijk tot groot nut kan strekken.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die maar mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Geef een reactie


9 × 6 =


De verwachtingen van toeristen

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

De Verwachting

Voor een toerist vormen de verwachtingen een heel belangrijk onderdeel van zijn vakantie. Verwachtingen bestaan op het moment, dat een toerist voor het eerst aan zijn vakantie begint te denken en die eerste verwachtingen zijn dan gebaseerd op beelden en informatie die in het geheugen al opgeslagen zijn. Als een toekomstige toerist aan Patagonia in Argentinië denkt, kunnen er beelden in zijn geheugen oprijzen van foto’s van penguins of gletshers, indrukken van Paul Theroux’s boek ‘De Patagonië Express’ of van een autorally, waar men op de televisie wat van gezien heeft. Van vele kanten kan er in een geheugen materiaal over een plaats binnengedrongen zijn en wanneer opeens onze interesse voor een plaats geprikkeld wordt, harkt het geheugen uit alle hoeken beschikbaar materiaal bij elkaar. We hebben dan te maken met de eerste fase van het zetten van verwachtingspatronen voor vakantiebelevingen.

Verwachtingen worden dan verder gevoed met nieuwe informatie en beelden en dit proces gaat door tot de vakantie begint. Zelfs dan blijft men het brein voeden met nieuw materiaal, wat dan al nieuwe ervaringen kunnen zijn, maar die ook kunnen gelden als bijstelling van de verwachtingen voor de rest van de reis. Tenslotte aan het einde van de vakantie spelen de verwachtingen ook nog een rol, maar een andere: het afwegen in hoeverre de verwachtingen zijn uitgekomen en of de vakantie inderdaad het gewenste en verwachte resultaat opgeleverd heeft. We kunnen ons dus afvragen, of een toerist zonder verwachtingen eigenlijk wel een toerist is. Hier gaan wij ervan uit dat elke toerist altijd enige verwachtingen koestert.

Moreno verwachtingen

Een indrukwekkende foto kan een reisbehoefte oproepen en tegelijkertijd een duidelijke verwachting.

Wat een verwachting precies is, kan het best door psychologen verklaard worden, maar in ieder geval zegt Wikipedia hier het volgende over: “In het geval van onzekerheid is de verwachting wat als het waarschijnlijkst wordt beschouwd. Een verwachting kan realistisch zijn, maar dat hoeft niet. Een negatief resultaat leidt tot de emotie van teleurstelling. Als iets gebeurt wat helemaal niet wordt verwacht, is het een verrasing.”

Bij een verwachting denken we dus, dat we van tevoren enigszins weten hoe iets eruit ziet of hoe een ervaring zal zijn, en wat ons het waarschijnlijkst lijkt dat iets is. Verwachtingen zijn voor het grootste deel op beelden gebaseerd en slechts in geringere mate op verbale uitingen of simpele feiten. Deze beelden of informatie kunnen in het geheugen opgeslagen zijn van kinds af aan en dit soort beelden kunnen van velerlei bronnen komen. Het is belangrijk hierbij te beseffen, dat een toerist om toerist te zijn, naar een gebied moet reizen dat anders is dan zijn thuis omgeving, vandaar dat er een element van onzekerheid is en dat er daardoor verwachtingen over zijn.

Verwachtingen baseren en ontwikkelen zich op basis van wat er reeds in het geheugen aanwezig is en daarmee ook op vroegere ervaringen; daarnaast is er de externe communicatie door middel van reisgidsen, boeken, films, televisie programma’s etc. Dan is er de directe verbale bron via vrienden, kennissen, colega’s of familieleden en tenslotte zijn er de achtergrond beelden, associaties, indrukken en (vaste) ideeën, waarop verwachtingen zich kunnen baseren (mentale beeldvorming). Behalve de eerste genoemde bron voor de ontwikkeling van verwachtingen worden de andere drie voortdurend zowel voor als tijdens de vakantie gevoed.

Behalve het bestaande geheugen materiaal is er nog een interne bron die onze verwachtingen voedt: onze verbeelding. De verbeelding als een projectie van mogelijkheden kan mensen zover krijgen, dat zij op zoek gaan naar belevingen die in hun dagelijkse leven op de achtergrond geraakt zijn. Er zijn verscheidene gebruiks vormen van de verbeelding:

  • het oproepen van dingen die niet aanwezig zijn, maar die ergens anders wel bestaan;

  • het creeëren van beelden van dingen die niet bestaan;

  • het zich voorstellen van representaties in de plaats van dingen (bijv. schilderijen, diagrammen);

  • de voorstelling van dingen die niet aanwezig zijn en ook niet bestaan, maar die het geloof oproepen in hun empirisch waarneembaar bestaan: het domein van de illusies.

De verbeelding kan tot metaforen leiden, die op hun beurt weer van cruciaal belang zijn voor de theorie van de verbeelding. Bestaande begrippen kunnen een nieuwe interpretatie krijgen en de betekenis en waarde ervan kan een verdieping vormen. In het toerisme kan men vele soorten metaforen en verhalen tegenkomen, die als een soort herbeschrijving van de realiteit gezien kunnen worden. De verbindingen die er tussen toeristen en de bestemming gesmeed worden simplificeren de tijdelijke vakantie inhoud, waarvan het anders moeilijk is die te bevatten vanwege de aard en ingewikkeldheid ervan.

Verwachtingen worden dan ook vaak op metaforen gebaseerd, die ons helpen beter vat te krijgen op het onbekende van een situatie die wij tegemoet treden. Sommige vakantie bestemmingen spreken ons snel aan of andere roepen vaste (voor)oordelen op, zoals bijvoorbeeld het romanticisme van Parijs in de lente. De “Caraibische atmosfeer”, “groene seizoen” of “nevelwoud” zijn allen metaforische uitingen, die gemeengoed in de markting terminologie zijn, op de verbeelding spreken en mogelijke nieuwe verwachtingen oproepen.

 Bij verwachtingen onderscheiden we twee uitersten: Er zijn brede verwachtingen en nauwe verwachtingen. De brede zijn niet precies, slaan op een algemene wens of wil, zijn gebaseerd op algemene informatie en hiermee kunnen reizigers allerlei verschillende soorten ervaringen verwachten. Met praat ook wel eens over lage verwachtingen, maar eigenlijk heeft de uitdrukking laag in dit geval betrekking op de beperktheid van de verwachte ervaring en niet op de verwachting zelf. Als je verwacht geen mooie ervaring te gaan hebben, kunnen we de verwachting laag noemen, maar niet direct breed.

De nauwe verwachtingen zijn helderder, komen met een duidelijk wensbeeld overeen (wat zelfs geïdealiseerd kan zijn) en zijn op specifieke informatie gebaseerd; hiermee verwacht de toerist duidelijk omlijnde ervaringen. Ook hier is een hoge verwachting niet hetzelfde als een nauwe. In het eerste geval verwacht men een fantastische ervaring en in het tweede geval is de verwachting zelf gedetailleerd.

Vaak kan men aan de toetsing van de vakakantie aan het einde zien hoe breed of nauw de verwachtingen geweest waren. Het moge duidelijk zijn, dat bij brede verwachtingen er veel minder kans is dat dingen tegenvallen, terwijl bij de nauwe verwachtingen dit heel goed kan voorkomen. We kunnen dan hierbij een speciaal geval onderscheiden, genaamd “De zelf-vervullende voorspelling”, een duidelijk fenomeen onder de verwachtingen. Een persoon plaatst grote verwachtingen (nauwe, uiteraard) bij een speciaal onderdeel van de reis. Om er zeker van te zijn dat dit ook uitkomt, past de toerist bewust of vaak onbewust een aantal kunstgrepen toe: Hij verkleint de BelCal waarde van mogelijke alternatieven; daarnaast blaast hij het belang van wat hij gaat zien op en tenslotte besteedt dit soort toerist ook meer geld, tijd en moeite om aan te kunnen tonen, dat de door hem gekozen toeristische activiteit inderdaad de beste is of het interessantst. Met andere woorden, wanneer een toerist aangeeft, dat de grootste wens van zijn leven is de Galapagos te bezoeken, dan zal deze toerist ook onbewust er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hij achteraf kan zeggen dat het inderdaad de mooiste ervaring van zijn leven was.

Motivatie en behoeftes

Vanuit een psychologisch perspectief kunnen we ons afvragen, wanneer een beeld, dat in ons geheugen is opgeslagen, als verwachting dient en wanneer niet (slechts een herinnering). Dit heeft te maken met de motivatie van de persoon. Deze motivatie, die ten gronsdslag ligt aan de wens van de toerist om te reizen, is de generatie van een behoefte. Het verband tussen motivatie en behoefte moge duidelijk zijn en ook dat die weer de grondslag van de verwachting vormen. De toerist moet eerst een gerichtheid hebben, voordat bepaalde beelden en herinneringen in het algemeen in zijn geheugen bij elkaar geharkt worden en een eerste voorzichtige verwachting gaan vormen. Pas als deze motivatie er is, begint de etappe van de eerste verwachtingen. Zie verder het artikel over reis behoeftes: http://www.tourismtheories.org/?cat=74&lang=nl

De bronnen voor de verwachting

Waar een verwachting uit opgebouwd is, hangt van de aard van de persoon af, zijn reeds bestaande referenties (beelden, informatie in mentale verbale vorm of visueel, onder andere) zijn losse feitelijke informatie in zijn geheugen, de losse beelden die hij heeft, die zijn motivatie zouden kunnen ondersteunen, en tenslotte alles wat daar van buitenaf bijkomt.

Dat van buitenaf heeft betrekking op feitelijke informatie (hoewel voor verwachtingen van iets minder belang), dan is er de resultaat gerichte informatie (doorgaans door reisorganisaties en verkeersbureau´s gepubliceerd), die er juist op gericht is om de verwachtingen van de toerist verder te voeden en tenslotte is er de omschrijvende informatie, die de toerist helpt een algemeen idee en beeld te krijgen van wat hij kan verwachten. Informatie bestaat vaak uit beelden, waarvan de materiële beelden erg belangrijk zijn voor de vorming van verwachtingen (gebaseerd op foto’s, filmpjes, etc.). Net als de omschrijvende informatie helpen de mentale beelden om zich beter een voorstelling te maken van de sfeer van een plaats en om een algemeen idee te krijgen hoe het plaatselijke leven op een bestemming zich voltrekt.

De plaatsen die een toerist bezoekt kunnen in een hoofdattractie verdeeld worden, ook wel hoofdbelbron genoemd, en de kleinere nevenbelbronnen; dan zijn er ook alle zaken en fenomenen die bij de bevolking horen en waar een toerist misschien BelCal uit kan putten en een ervaring rijker worden. De hoofdbelbronnen vormen vaak de motivatie achter de behoefte om daar naartoe te reizen en die resulterende verwachtingen zijn dan doorgaans nauw. De toerist zal vrij veel over dat soort belbronnen weten, anders had hij die vakantiebestemming niet gekozen. De duidelijke nauwe verwachtingen die we doorgaans voor de hoofdbelbronnen vinden hebben natuurlijk wel het risico, dat het tegenvalt. Nevenbelbronnen zijn doorgaans goed gedocumenteerd en we nemen aan dat veel toeristen er iets over weten, waardoor de verwachtingen ook al wat nauwer zijn. Wanneer een ‘white water raft’ wordt aangeboden op een zekere bestemming (die beroemd is vanwege een of andere hoofdbelbron), dan zullen de verwachtingen over de riviertrip van de toeristen ergens tussen breed en nauw liggen.

Zaken liggen anders voor de gedeelde belbronnen. De toeristen die door een land reizen, zien overal de plaatselijke huizen, landschappen, kerkjes of tenpels en landbouw activeiten om maar wat te noemen. Het is onmogelijk daar nauwe verwachtingen over te koesteren en zelfs brede verwachtingen zijn hierover moeilijk op te bouwen. Indien er weing beeld materiaal of omschrijvende informatie voorhanden is, kan de toerist zelf nauwelijks enige verwachting hebben over het plaatselijke leven op een zekere bestemming. De dorpjes in India, Frankrijk of Chile verschillen zoveel van elkaar en zelfs als men er foto’s van ziet, dan nog is het moeilijk zich een voorstelling van te maken hoe die kleuren zijn, de geuren of geluiden, die zo typisch voor ieder dorp zijn. De toeristen die op de toeristen Life Style (TLS) schalen aan de idealistische  kant staan zullen eerder geneigd zijn verwachtingen over de gedeelde belbronnen te hebben als ook de toevallige, terwijl de toeristen die zich aan de egocentrische kant van die schaal bevinden eerder de neiging hebben alleen hoofd- en nevenbelbronnen te bezoeken en nauwere verwachtingen te hebben, gebaseerd op het materiaal, dat door reisorganisaties aangeleverd is, door verkeersbureau’s of de feitelijke informatie van vrienden, familieleden of collega’s. De informatie en beelden die een toerist opneemt voor zijn reis hangen van het type belbron af, dat de toerist wil bezoeken, en beïnvloedt daarmee het type verwachting.

Echte verwachtingen

Er is nog een heel ander niveau wat de verwachtingen van een toerist betreft. Het gaat dan hier om het begrip van echtheid en authenticiteit, die de toerist verwacht of juist in het geheel niet. Wanneer een toerist de verwachting heeft een authentieke indianen stam te bezoeken en gedurende het bezoek er achter komt, dat er weinig indiaans aan is en nog minder authentiek, dan is er de teleurstelling om een niet voldane verwachting en ook behoefte. Bij alle verwachtingen denkt men in de eerste plaats om zaken die echt zijn. Indien dit niet het geval is, is de kans groot dat de toerist de betreffende belbron niet zal bezoeken. Als de toerist al van tevoren denkt: “dat is toch niks” dan nemen we aan dat de toerist er dan ook niet naartoe gaat. We hebben het hier dan over een negatieve verwachting. Er bestaat echter wel degelijk de mogelijkheid, dat ondanks het feit dat de toerist zich realiseert, dat de getoonde indianen zich speciaal voor de toeristen verkleed hebben, de toerist het toch interessant vindt om te zien hoe indianen vroeger geleefd hebben, waardoor een stuk van de verwachting als nog vervuld wordt. Met andere woorden moet het verhaal dat er over deze nevenbelbron gegeven wordt goed maken wat aan echte authenticiteit ingeboet is. Dit soort authenticiteit-met-een-verhaal wordt ook wel de symbolische gerelateerde authenticiteit genoemd (zie mijn artikel “Authenticiteit en Toeristen”). Bij dit soort authenticiteit kunnen reisorganisaties of verkeersbureau’s bijvoorbeeld beter inspelen op de verwachtingen van de toerist en op de mogelijke ervaringen die hij gaat hebben. Hoofd- en nevenbelbronnen worden via resultaat gerichte informatie en materiële beeldvorming een herkenbare symbolische waarde gegeven, waardoor de toerist zich van te voren een duidelijke voorstelling kan maken, van wat hij gaat beleven.

Echter verwachtingen moeten tot authentieke ervaringen leiden, onafhankelijk van het feit of deze ervaring gebaseerd is op object gerelateerde authenticiteit of de symbolische. In die zin is al het materiaal dat een toerist in zijn geheugen heeft opgeslagen altijd authentiek voor hemzelf en de eerste verwachtingen die een toerist ontwikkeld gebaseerd op eigen intern materiaal zijn echt, daar ze op zijn eigen geheugen gebaseerd zijn. Wanneer verwachtingen verder met materiaal van buitenaf gevoed worden, kunnen die corrupt worden, daar een toerist informatie van buitenaf misschien niet goed begrijpt of verkeerd interpreteert.

De problemen bij verwachtingen

Tot nu toe hebben wij twee gevallen gezien van verwachtingen die niet zo maar positief zijn. De eerste was het geval van de negatieve verwachtingen, waarbij de toerist zich voorstelt dat iets niet voor hem is, niet interessant is of dat hij verwacht dat iets anders is, dan het voorgesteld wordt (deze voorstelling zou dan op resultaat gerichte informatie gebaseed zijn en op materiële beelden). Dit is doorgaans bij resultaat gerichte informatie het geval, of te wel het soort informatie dat de toerist probeert over te halen een zeker vakantie arrangement te boeken of naar een bepaalde hoofdbelbron te gaan. Verwachtingen die uit de originele motivatie en behoefte voortkomen zijn per definitie positief. Het is dus in een later stadium, dat er verwachtingen kunnen ontstaan, die daarna negatief bevonden worden en vervolgens weer weggegooid worden.

Daarna hebben wij het probleem gezien, dat een verwachting een hindernis kan vormen voor het ongedwongen en onbevooroordeelde opnemen van BelCal en de verdere verwerking tot een ervaring. Men verwacht iets te zien en het menselijk brein heeft de neiging eerst te zien wat verwacht wordt en pas daarna (misschien) verder te vorsen om nieuwe aspecten te ontdekken. Dit fenomeen is bekend en geldt uiteraard niet alleen in het toerisme. Iedereen die met vakantie gaat heeft enigerlei verwachtingen en daar is niets mis mee. Echter is het een hele menselijk eigenschap eerst te zien wat verwacht wordt en om te kijken of dat mee valt of niet. Het moge duidelijk zijn dat hoe nauwer de verwachtingen zijn, des te groter de kans is, dat de toerist in eerste instantie alleen zijn verwachtingen waarneemt. Zeker in het geval dat iets tegenvalt zal een toerist als nog zijn zintuigen aan het werk zetten om de benodidge BelCal op te nemen om er toch een positieve ervaring uit te kunnen putten. Verwachte BelCal worden vaak gebruikt om alleen het eigen gelijk vast te stellen.

Het derde probleem dat de kop kan opsteken betreft het feit dat verwachtingen met foute informatie gevoed kunnen zijn. Tot nu toe hebben wij aangenomen, dat alles wat de toerist aan informatie en beelden absorbeert, ook min of meer ware informatie betrof. Echter hoeft dit helemaal niet het geval te zijn. Informatie kan met de ware situatie een loopje nemen door de druk achter reisorganisaties of verkeersbureau’s (onder andere) om een mooi beeld te schetsen om een toerist over te halen een zekere bestemming te kiezen of een bepaald reisarrangement te boeken. De wil om te verkopen kan tot de verleiding leiden, dat de informatie en het verhaal wat er over attracties verteld wordt (het symbolisch beladen van een belbron dus) zo ver van de feitelijke situatie ligt, dat er een serieuze mogelijkheid bestaat, dat de toerist teleurgesteld zal zijn op het moment van het beleven van die attractie. Er is daarnaast nog een andere reden, waarom de verwachtingen fout ingesteld zijn, en die ligt bij de toerist zelf.

Verwachtingen hebben te maken met de behoeftes en motivaties van een toerist en allereerst met het voorradige materiaal in het brein. De toerist kan vanuit zijn gezichtspunt zekere infobronnen aanboren, terwijl andere door hem ter zijde worden gelaten. Hij verwerkt daarbij informatie op basis van eigen referentiekaders, motivaties en behoeftes en “leest” in zekere beelden of informatie dingen, die misschien nooit zo bedoeld waren. Met andere woorden interpreteert hij en dat kan wel eens anders uitpakken dan de infobron voor ogen had. Wanneer een reisbeschrijving het heeft over een Caraïbische atmosfeer (als onderdeel van resultaat gerichte informatie en als metafoor bedoeld) en de persoon die dit leest heeft geen idee wat hij zich daarbij moet voorstellen, dan kan hij de conclusie trekken op basis van feitelijke informatie, dat deze plaats dus aan de Caraïbische zee moet liggen, want anders klopt het niet. Zo vergelijken we allemaal de zaken die we lezen of zien met reeds beschikbaar materiaal in het geheugen. Indien er weinig of geen materiaal beschikbaar is, dan kunnen verwachtingen foutief ingesteld worden.

Daarnaast kan er al een probleem onstaan op het moment van de vorming van de motivatie om te reizen. Er zijn mensen die door zware druk in hun werkkring besluiten, dat ze aan rust toe zijn en deze behoefte wordt dan vervolgens omgezet in het organiseren van een vakantie in een afgelegen natuurgebied. De toerist heeft de behoefte eventjes heel ver weg van de mensheid te zijn – hij kan dat tenminste zo voelen. Echter eenmaal bij aankomst bij zijn afgelegen berghutje kan deze zelfde toerist, die gewend is met veel mensen onder hoge druk te werken, de stilte en de verlatenheid veel te veel worden en al na een paar dagen weg willen gaan. Een vakantie blijft tot op zekere hoogte afhankelijk van de persoon een confrontatie met zichzelf aan te kunnen en mensen kunnen van zich zelf denken, dat ze allerlei stoere dingen willen doen, maar in feite wanneer ze eenmaal met de werkelijkheid geconfronteerd worden, kan blijken dat onzekerheden en gebrek aan zelfvertrouwen opeens de overhand krijgen en deze toerist eigenlijk een heel ander soort vakantie had moeten uitkiezen. Dit laatste geval komt nog wel eens voor bij de avontuurlijke vakantie, zoals trekking tochten bijvoorbeeld.

Wat hier uiteraard een rol speelt zijn mode verschijnselen en mensen willen nog wel eens dingen doen (een behoefte creeëren), omdat anderen het ook doen en niet direct op een eigen motivatie hun vakantie baseren.

Het extreme geval van vakantie problemen ligt dus bij een verkeerd ingestelde motivatie, met een door mode verschijnselen verkeerd ingestelde behoefte, die verwachtingen opleveren die dan verder door foute informatie gevoed worden.

Een ander probleem gebied voor verwachtingen is het gebrek eraan. Wanneer we iets niet verwachten kunnen we voor verrassingen komen te staan en afhankelijk van de omstandigheden kan dit positief zijn of niet. De zogenaamd toevallige belbronnen gaan hier nu precies over: toevallige gebeurtenissen, plotselingen incidenten of per ongeluk ergens op stuiten. In wezen bestaat een redelijk groot deel van een vakantie uit toevallige belbronnen, hoewel de toerist die een volledig arrangement reserveert hier minder mee te maken krijgt dan een rugzak-toerist. Een van de redenen dat een toerist goed beslagen ten ijs wil komen is nu juist om verrassingen te voorkomen, daar de toerist in vele gevallen geen verwachtingen heeft en bang is de controle in een situatie te verliezen. Verwachtingen spelen dus ook de rol als geruststeller. Echter wanneer verwachtingen op foute informatie gebaseerd zijn, kan een toerist voor verrassingen komen te staan en doorgaans van een negatieve aard. Wanneer iets onverwachts gebeurt zal ieder mens op zijn eigen manier reageren en altijd proberen de controle over de situatie te bewaren. Echter, wanneer we iets verwachten en plotseling blijkt het heel iets anders te zijn of er totaal iets verschillends te gebeuren, dan zal een toerist eerst geschokt zijn, moet dan zijn oorsponkelijke verwachting uitschakelen, zodat hij vrijelijk de nieuwe situatie kan observeren (BelCal opname) en er dan op reageren.

Het laatste probleem gebied bij de verwachtingen is, dat op het moment van de waarheid er een aantal externe factoren een rol spelen, die de BelCal opname verhinderen en de ervaring dus niet meer overeen zal komen met de verwachting. Het gaat dus om het moment van BelCal opname, wat ook wel het aandachts mechanisme wordt genoemd, en hangt van een aantal interne en externe factoren af. Allereerst is er de nauwe opname van BelCal, wat inhoudt, dat de toerist op één zaak geconcentreerd is en daarbuiten even niets ziet of hoort. Daarnaast is er de brede opname, waarbij alle zintuigen tegelijkertijd met een aantal verschillende impulsen geconfronteerd worden, zoals bij aankomst op een druk treinstation, waarbij de toerist goed moet opletten welke uitgang hij moet hebben of welke aansluiting, daarbij op zijn koffer moet letten, waar hij loopt en ook moet luisteren wat er omgeroepen wordt, dit allemaal in een drukke menigte. Wanneer men zich op vele dingen tegelijkertijd moet concentreren, is er weinig BelCal opname om tot ervaringen verwerkt te worden. Hoewel veel mensen verwachten, dat reizen enorm leuk is, blijkt in de praktijk dat men vaak zo onder druk staat door zaken waarop gelet moet worden, dat er van genieten weinig overblijft. Daarnaast moet de toerist in de juiste stemming zijn en niet afgeleid worden door in zijn achterhoofd bezig te zijn met een ruzie die de toerist met iemand gehad kan hebben, of door de zorg of hij wel genoeg geld bij zich heeft. Uiterlijke factoren kunnen het weer betreffen of het soort gezelschap, waarin men zich bevindt. Het zijn allemaal factoren die het aandacht mechanisme beïnvloeden en de opname van BelCal en de resulterende ervaring aantasten, of te wel de verwachting kan anders zijn dan de ervaring uitpakt en de oorspronkelijke behoefte kan niet geheel bevredigd worden. Pech noemen sommigen dat. “We hadden ons zo verheugd de Arenal vulkaan in Costa Rica in volle uitbarsting te zien, maar laat het die dag nou net regenen en de vulkaan zat in de wolken”. Er zijn vele voorbeelden te vinden dat op het sublime moment in het toerisme, wat een echt WOW!-momenthad moeten zijn, er door vaak externe redenen en soms interne niet aan de verwachtingen voldaan kan worden.

Verwachtingen vormen een onlosmakelijk deel van een toerist en reizen zonder verwachtingen is eigenlijk geen reizen meer. Wanneer we geen verwachtingen meer koesteren moesten we maar beter stoppen met reizen en blijven waar we zijn, en bij ons zelf te raad gaan om een nieuwe drang te vinden, onze verwachtingen weer op te vijzelen en er weer op uit te trekken.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Geef een reactie


8 × = 32


Informatie en het Toerisme

INFORMATIE EN HET TOERISME

Inleiding

     De belangrijkste karakteristiek van een toeristische attractie ligt in het feit dat het op de plaats van bestemming geconsumeerd wordt en niet bij de toerist thuis. Hieruit vloeit voort dat er gereisd moet worden om bij die attractie te komen en daarmee is de grondslag gelegd voor wat men toerisme noemt. De bestemming in het toerisme kan vele vormen aannemen en kan een strandbestemming zijn, een museum, een natuurpark of een rivier waar je goed kunt vissen. De reiziger, oftewel de toerist, reist daar naar toe om het aldaar te ‘consumeren’.

     Het sublime moment in het toerisme is het ogenblik waarop de toerist iets begint te beleven, oftewel wanneer hij of zij bezig is belevingscaloriën (BelCal) op te nemen via de zintuigen. De opname en verwerking van BelCal leidt tot een ervaring en dat is nu juist waar de toerist op uit is. De toerist wil een ervaring op doen en dat kan alleen, doordat de toerist zelf zijn zintuigen gebruikt en van buitenaf BelCal opneemt en die tot een innerlijke ervaring verwerkt. In wezen betaalt de toerist dus voor de mogelijkheid om BelCal op te nemen.

     De opname van BelCal en de verwerking ervan tot reiservaringen vindt onder andere plaats door de interventie in ons brein van onze referentiekaders, ons vast cultuurgoed en ons associatief vermogen. BelCal opname kan al beginnen op het moment, dat het reizen begint, met andere woorden als we de huisdeur achter ons dicht trekken. BelCal kunnen worden opgenomen gedurende de reis, bij aankomst op de bestemming, waar vaak al nieuwe dingen te beleven zijn (ook wel de nevenattracties of Nevenbelbronnen genoemd) en tenslotte bij de Hoofd Belevingsbron (Hoofdbelbron), waarvoor men speciaal naar die bestemming gekomen is. Daarnaast zijn er de normale zaken van de bevolking op een bestemming, die een belbron voor toeristen kunnen vormen, de zogenaamde Gedeelde Belbronnen. Dan zijn er tenslotte de toevallige voorvallen of incidenten, die onder het hoofdje Toevallige Belbronnen vallen (ongelukken vallen hier ook onder). Om dit allemaal mogelijk te maken houden vele organisaties en instanties zich bezig met de reclame en verkoop van ‘mogelijke ervaringen’ (ook wel toeristische producten genoemd), zoals reisbureau’s, internet reisorganisaties, reisgidsen, etc. In het kort bestaat het toerisme uit een groot aantal mensen, organisaties, hotels en andere gebouwen, attracties, vervoersmiddelen en nog vele andere zaken, die met elkaar een ingewikkeld patroon van netwerken en relaties vormen. De toerist zelf maakt daar ook deel van uit.

     Het toerisme bevat derhalve een aantal verplichte onderdelen, zoals overnachtingen (minimaal 1 nacht, maximaal 1 jaar) en mobiliteit. Het gegeven van overnachtingen is een algemeen geaccepteerd onderdeel, maar is arbitrair. Het punt van de mobiliteit is een onlosmakelijk onderdeel van het toerisme, want om toerist te zijn moet je naar een plaats reizen, die anders is dan de thuis omgeving, want anders hebben we het niet over toerisme. Reizen is dus een verplicht onderdeel van het toerisme. Daarnaast is het reizen van de toerist op geheel vrijwillige basis – we raken hier het punt, wat onder andere het verschil is tussen een reiziger en een toerist.

     Er is nog een derde verplicht onderdeel: om dezelfde reden kunnen we stellen, dat informatie voorziening ook een onlosmakelijk deel van het toerisme vormt, juist daar de toerist ergens naar toe gaat wat bij hem enigszins of geheel onbekend is. De toerist moet zich wel op de hoogte stellen van de plaats, waar hij naartoe gaat en alleen de beslissing zelf al wat de vakantiebestemming gaat worden is gebaseerd op informatie. Men kan enthousiaste verhalen van de buurman gehoord hebben of mooie natuurfilms op de televisie gezien hebben, die aanleiding kunnen geven om naar een zekere bestemming met vakantie te gaan. Reisbrochures, televisieprogramma’s of een roman, die zich in een ander land afspeelt, kunnen allemaal bronnen vormen niet alleen voor de vakantie keuze, maar ook voor de verdere informatie over die bestemming. Onafhankelijk van het feit of de toerist gewoon in zijn eentje op de fiets stapt en met een tentje achterop een weekje rondtrekt, of dat hij bij een reisorganisatie een volledig arrangement boekt, informatie voorziening is van vitaal belang en vormt als dusdanig een onlosmakelijk deel van het gehele samenspel van netwerken, dat het toerisme uitmaakt.

Informatie

     Het concept informatie is heel ruim van toepassing en wordt in vele wetenschappen op hun eigen manier gebruikt (computer wetenschappen, filosofie, wiskunde, etc.). In het algemeen kunnen we stellen, dat informatie een of meerdere gegevens bevat, die voor iemand van een of ander nut zijn. Met andere woorden hebben we het over zinvolle gegevens. De term ‘gegeven’ is ook weer een begrip dat voor allerlei interpretaties openstaat, maar we houden het hier op de definitie betreffende “vermeende feiten aangaande een zeker verschil of gebrek aan continuïteit binnen dezelfde context”. Een gegeven op zichzelf is nog geen informatie, maar wordt het wel indien dit gegeven bij de ontvanger een speciale betekenis heeft. Een telefoonnummer op zich zelf is slechts een gegeven; het wordt informatie indien de ontvanger over de kennis beschikt hoe hij een nummer in moet toetsen, of er nog een nul voor komt of niet, wie hij met dat nummer kan bereiken etc. Indien iemand dit niet weet of niet over een telefoon beschikt, blijft het betreffende telefoonnummer slechts een los gegeven.

     Alles wat ons omringt of wat er gebeurt is een mogelijke bron voor informatie en het hangt ervan af, of er een specifieke reden is een zekere gebeurtenis of feit uit zijn context te halen en aan iemand te presenteren, die daar geïnteresseerd in kan zijn. Een toerist wordt opgeschrikt door een Blauwe Kiekendief die plotseling opvliegt; dit kan interessante informatie zijn voor een vogelspecialist, maar de gemiddelde stadsbewoner zal het niet veel kunnen schelen.

     Indien de ontvanger de ontvangen informatie weet te interpreteren en assimileren, dan wordt de informatie omgezet in kennis. In dat geval heeft de informatie dus instructieve waarde. Daarnaast is er de informatie die geheel op gegevens gericht is en deze kunnen waar of onwaar zijn. In dit laatste geval onderscheiden we de opzettelijke onware informatie, wat tot een leugen kan leiden, of de onopzettelijke (misinformatie).

     Een verzameling informatie die met een bepaald doel overgedragen wordt, kan een ‘boodschap’ genoemd worden. Een boodschap kan dus op allerlei niveau’s informatie bevatten. Echter, zo lang we geen betekenins aan informatie kunnen geven, daar die bijvoorbeeld in een andere taal gesteld is, dan kan de informatie dus niet overgedragen worden en is er voor de ontvanger niet van informatie sprake. Informatie is dus een subjectief begrip.

     Van de problemen die kunnen opduiken bij de vormen, waarin informatie de ontvanger bereikt, willen we hier nog een hele specifieke noemen: ruis. Externe ruis kan informatie overdracht verstoren door lawaai overlast, bijvoorbeeld. Interne ruis wordt veroorzaakt, wanneer de ontvanger niet goed luistert, daar hij ergens anders met zijn gedachte is. Het woord ruis passen we niet toe als informatie in een formaat is gesteld dat de ontvanger niet kan begrijpen. Echter wel, indien informatie doorgegeven wordt via een serie ontvangers/zenders, waardoor er vervorming kan optreden wat betreft de oorspronkelijke informatie; met andere woorden als we het over vierde-hands informatie hebben.

     Om het punt van wat we met informatie bedoelen verder af te ronden, kunnen we binnen informatie zelf verschillende componenten onderscheiden. Iedere informatie bevat een:

Pragmatisch niveau: het doel van de communicatie of de intentie die er achter ligt;

Semantisch niveau: de betekenis van de boodschap of inhoud;

Syntaxis: dit is weer een ander niveau en heeft betrekking op de vorm en of die correct en begrijpelijk is of niet;

Empirisch niveau: heeft betrekking op de fysieke karakteristieken van een boodschap. Onder andere heeft dit betrekking op de zogenaamde communicatie kanalen, waarvan we er drie kunnen onderscheiden:

4.1 De zintuigelijke kanalen: zicht, gehoor, reuk etc.

4.2 De mechanische kanalen: pen, schrijfmachine of drukpers

4.3 De electronische kanalen: computer, telefoon, televisie etc.

     Als laatste opmerking moet nog vermeld worden, dat informatie niet alleen voor mensen is en ook niet alleen door mensen gegenereerd wordt. In ons computer tijdperk is er een intensief verkeer tussen computers zonder enige menselijke inmenging, zolang de verschillende systemen maar op elkaar afgestemd zijn (‘compatible’). Ook in de natuur door geuren en kleuren geven planten informatie af en zo zijn er nog vele andere voorbeelden van informatie, waar de mens niet bij betrokken is.

Informatie en toeristische netwerken

     In het specifieke geval van het toerisme is er ook van vele vormen van informatie sprake, waarbij we het geval gaan bekijken van de toerist zelf. Deze moet eerst gaan kijken waar hij met vakantie naar toe wil en wat voor soort vakantie hij wil hebben. Hiervoor heeft hij informatie nodig. Als hij eenmaal weet waar hij naar toe wil, moet er informatie komen over de detailles van de plaats waar hij naartoe gaat: informatie over hotels, transport en wat er zo al te doen is. En eenmaal op de plaats van bestemming kunnen allerlei plaatselijke infobronnen aangeboord worden om nog zaken te regelen en om specifieke informatie te krijgen over hoe ergens te komen, wat mee te nemen etc. Het toerisme is ondenkbaar zonder dat er op allerlei niveau’s informatie uitgeleverd wordt, want dit betreft niet alleen de toerist, maar ook bijvoorbeeld de Tour Operators, die informatie over hotels nodig hebben of over vluchtgegevens willen beschikken.

     Er zijn vele zogenaamde identiteiten actief in het toerisme en dan denken we aan mensen, zoals toeristen, hotelpersoneel, ‘airtraffic controllers’ of buschauffeurs, maar in even grote mate zijn er vele dingen actief, zoals hotels, vliegtuigen, bussen, watervallen of landschappen. Het feit, dat een toerist ergens aankomt en ergens van staat te genieten (een indrukwekkende gletscher bijvoorbeeld) heeft betekend, dat vele van die zogenaamde identiteiten actief geweest zijn om de toerist te helpen op die plaats te komen. Deze identiteiten moeten vaak samenwerken, zoals de Tour Operator die een hotel reserveert voor de toerist, of een transportbedrijf, dat moet weten, hoe laat bij welk hotel welke toeristen opgehaald moeten worden. Deze samenwerkings verbanden worden ook wel netwerken genoemd, en het is dit samenspel binnen een netwerk en tussen netwerken, dat leven geeft aan het begrip toerisme. Men moet hierbij wel heel duidelijk voor ogen houden, dat het samenspel tussen netwerken en er binnen niet alleen een zaak van het toerisme is: het leven zit vol netwerken op allerlei niveau’s. Vaak realiseren we ons niet hoeveel netwerken er wel om ons heen bestaan. Een plotseling voorval, zoals het kwijt raken van een paspoort, kan dan duidelijk maken, dat de ambassade weer een netwerk is – verbonden met vele andere – dat er een paspoort foto nodig is, wat andere netwerken betreft of dat er een politie verklaring moet komen, waar weer hele andere netwerken in het spel komen.

     Samenwerking en communicatie tussen identiteiten zijn de basis ingrediënten van een netwerk. Dit kan op vele niveau’s en kan als zender of als ontvanger zijn. In die zin zijn ‘dingen’ in de algemene zin van het woord ook comunicadoren, alhoewel ze vaak alleen aan het ontvangende einde staan. Wat een netwerk tot leven brengt zijn de acties en inbreng van de verschillende identiteiten. Een restaurant levert maaltijden, een bar de drank en een hotel de overnachting. Dat zijn de zaken of ‘services’ die een identiteit met de andere verbindt en de kristalisering is van de verbanden, die er tussen identiteiten en netwerken bestaan. Wij noemen dit hier de schakels in een netwerk, alhoewel dit woord meer op het verband zou duiden, maar wij hier met schakel de dingen, zaken of services zelf bedoelen. Andere voorbeelden hiervan zijn Credit Cards, paspoorten, geld, gidsen, transport etc. Het betreft allemaal zaken en personen, die een verbinding vormen tussen de verschillende identiteiten van een netwerk en tussen netwerken, die op hun beurt weer tot doel hebben een toerist te helpen op een gegeven moment van die bepaalde gletscher te genieten. Hierbij moge men verder nooit vergeten, dat het altijd de vrijwillige keuze van de toerist betreft in hoeverre hij onderdeel van een netwerk wil zijn en in hoeverre de schakels vervolgens voor hem van toepassing zijn op wat hij wil.

     Bij deze schakels kunnen we nog een belangrijke noemen: de specifieke informatie, waar de toerist specifiek om vraagt: de prijs ergens van, de vertrek- of aankomsttijd van zeker transport, de locatie van een identiteit, welk soort schoenen de toerist aan moet hebben, of een wegwijzer bij een kruising. Verder betreft het hier informatie die voor iedereen bedoeld is en niet alleen voor toeristen, maar wel een duidelijke doelgroep heeft. Voor een bepaalde bestemming wil een toerist vermoedelijk niets weten over de fiscale voordelen bij het midden- en kleinbedrijf, terwijl de gemiddelde investeerder het niet veel zal kunnen schelen hoeveel staanplaatsen de lokale camping heeft.

free parking eng

Een slordig gevervd bordje met “Free Parking”. Dit is feitelijke informatie, maar tegelijkertijd op pragmatisch niveau speelt de wens dat toeristen stoppen om iets in het potten stalletje te kopen.

     Er zijn vele identiteiten, die zich bezig houden met juist dat: het leveren van specifieke informatie gebaseerd op simpele gegevens voor een duidelijke doelgroep (gebruikers). We noemen dit de hier verder de feitelijke informatie.

     Daarnaast heeft de toerist ook met hele andere vormen van informatie te maken. Allereerst de informatie, waar de toerist niet specifiek om vraagt, maar hem wordt aangeboden: reisbrochures, internet sites van Tour Operators, reclame in kranten of tijdschriften etc. Deze informatie voorziening vormt onderdeel van identiteiten, die netwerk verbanden onderhouden en die de toerist daarbij willen betrekken; met andere woorden bieden zij hun diensten aan. Deze informatie is doel gericht en de betreffende boodschap is specifiek op de toeristen gericht en betreft beeldvorming over een bestemming. Deze informatie vormt geen onderdeel binnen een netwerk en speelt ook geen rol als schakel. Wij noemen dit de resultaat gerichte informatie.

     Een Belgische Tour Operator omschreef de actieve vulkaan Arenal in Costa Rica op de volgende wijze: “’s Avonds ziet u, vanop een veilige afstandje, gloeiende lavablokken naar beneden rollen. Een onvergetelijk schouwspel. Vuurvliegjes dansen boven de lavastromen, iedereen is muisstil. In de verte hoor je het geraas en gedonder van de lava onder een fonkelende sterrenhemel”. Uiteraard is hierbij het probleem, dat zeker de helft van de tijd deze vulkaan in de wolken zit en men helaas niets kan waarnemen. Daarbij wordt er zo sterk aan een sfeerplaatje gewerkt, dat het inhouds gehalte hieraan opgeofferd werd (vuurvliegjes houden het niet lang vol boven een lava stroom te dansen). De hiergenoemde beschrijving mengt de resultaat gerichte informatie met het volgende, derde, type informatie.

respons nl

Doel gerichte informatie in de vorm van een foto: de sugestie dat er iets moois te zien is en tegelijkertijd de mensen het gevoel geven daar ook te willen staan om die zeldzame vogel te spotten.

     Deze derde soort informatie heeft te maken met de sfeer, kleuren en geuren van een plaats. We denken aan de overdracht van de indrukken die vrienden, kennissen, collega’s of familieleden opgedaan hebben, indrukken van natuur- en reisfilms op de televisie bijvoorbeeld, romans die zich in andere landen afspelen of artikelen in kranten en tijdschriften. Deze bronnen bevinden zich in de omgeving van de toerist en deze kan hier gebruik van maken of niet. Het kan ook de achtergrond van een of andere nieuwsflits betreffen; ook een modereportage in een tijdschift kan als decor een zekere bestemming hebben, wat op zijn beurt weer door de lezer opgenomen wordt en op een of andere wijze in het geheugen bewaard wordt. De informatie die hieruit valt te destilleren door de toerist hangt af van zijn referentiekaders, als ook hoe de toerist de aard van de bron inschat (de opinie van een vriend hoeft niet altijd serieus genomen te worden – of juist wel). Deze infobronnen zijn niet noodzakelijkerwijs op het toerisme gericht en zijn afhankelijk van de dispositie van de toerist. Wij noemen deze bronnen hier de omschrijvende informatie.

     Deze drie informatie vormen hebben dus ieder hun eigen uitgangspunt en hun eigen reden van bestaan. De feitelijke informatie moet door de toerist zelf doorgaans opgespoord worden, terwijl de resultaat gerichte informatie juist naar de toerist toekomt; vervolgens zweeft de omschrijvende informatie in de omgeving van de toerist rond, die er gebruik van kan maken of niet. Deze drie vormen zijn alle drie anders en dat houdt in dat op het moment, dat deze door elkaar gaan lopen, er problemen kunnen ontstaan voor de ontvanger.

     Wanneer een toerist besloten heeft met vakantie naar China te gaan, kan hij bij een Tour Operator of reiswinkel aankloppen om informatie te krijgen over vluchten, volledig verzorgde arrangementen of alleen hotel info. Nu komen we in een wat ingewikkelder terrein terecht, want dit mag dan zo simpel klinken, de informatie die de tourist van de reisagent krijgt is ingewikkeld van structuur. De toerist wil vaak feitelijke informatie en daarbij vermoedelijk ook wat omschrijvende, maar wat hij krijgt is allereerst resultaat gerichte informatie. De reisagent kan aangeven dat er op een bepaalde dag maar één mogelijke vlucht naar Peking is tegen een zekere prijs. Dit is feitelijke informatie. Het zou echter zo kunnen zijn, dat er wel degelijk meerdere vluchten zijn ook van andere luchtvaartmaatschappijen, maar dat om commerciële redenen het niet interessant voor de reisagent is om die andere vluchten aan te bieden. Het lijkt in dit geval dus op feitelijke informatie, maar het is dus resultaat gerichte informatie – in een ander jasje gestoken.

     Het moge duidelijk zijn dat de een niet veel kan afwijken van de ander, daar zeker tegenwoordig via internet het steeds makkelijker wordt het een en ander te verifiëren, maar de drie informatie bronnen zijn niet hetzelfde. De toerist moet in dit geval er achter zien te komen wat wat is.

     Laten we een ander geval bekijken: een toerist leest een wetenschappelijk artikel op internet over slangen. We nemen aan, dat dit artikel zeer interessant kan zijn voor een bioloog, maar de gemiddelde toerist kan er volslagen verkeerde conclusies uittrekken, zoals dat hij nooit meer van zijn leven naar een tropisch gebied met vakantie durft te gaan. Wat een feitelijke infobron voor de één is, kan omschrijvende informatie voor een ander betekenen, met verkeerde conclusies vandien.

     Reisgidsen, zoals de Lonely Planet of een van de vele varianten erop, leveren doorgaans goede feitelijke informatie. Echter op het gebied van de omschrijvende informatie kunnen we er een vraagteken bij plaatsen, daar in bijna alle gevallen deze reisgidsen geschreven zijn door iemand die niet in het beschreven land woont, maar in het land van herkomst van de toerist. De omschrijvende waarde (indrukken onder andere) worden door de ogen van iemand van het land van herkomst van de toerist beschreven; op deze manier zal de toerist inderdaad makkelijker die dingen herkennen die al in zijn eigen taal en denktrant voorgespiegeld waren, maar dit belet de toerist zich onafhankelijk op te stellen en zich te openen voor nieuwe indrukken en nieuwe vormen om dingen te aanschouwen. Daarnaast kunnen reisgidsen ook “lijden” aan verborgen resultaat gerichte informatie door het aanprijzen van een plaats waar een bevriend hotelier zit, bijvoorbeeld.

     De drie hier genoemde gevallen tonen problemen op het pragmatisch niveau van de informatie, met andere woorden de onderliggende gedachte of intentie. Vaak is het moeilijk voor een toerist in te schatten wat de drijfveren achter de informatie zijn.

     Daarnaast kunnen er ook moeilijkheden ontstaan op semantisch niveau. Vaak hebben we dan te maken met interpretaties en dat men snel denkt wat men verwacht, maar in andere delen van de wereld heel anders kan zijn. We hebben het geval van de globaliserende termen, zoals het ‘groene seizoen’, ‘tropische stranden’ of ‘Caraïbische atmosfeer’; ieder kan naar eigen goeddunken deze ‘universele’ begrippen invullen en mensen van andere landen zullen dat weer op hun eigen manier doen. Een ander voobeeld is het tijdsbesef, wat tussen landen kan verschillen. Bij ‘straks’ of ‘zo dadelijk’ (‘ahorita’in het Spaans) denken de meeste westerlingen aan maximaal een kwartiertje, terwijl in Midden Amerika dit makkelijk 2 uur kan betekenen. Een ander voorbeeld van culturele verschillen, die op een semantisch niveau een vertekening kunnen weergeven, is wat luxueus of comfortabel geacht wordt te zijn. De standaard tussen landen kan aanzienlijk verschillen en de toerist moet daar rekening mee houden.

    De problemen die zich op het niveau van de syntaxis voordoen, hebben allereerst met taal te maken, die gewoon een andere taal kan zijn, waardoor het niet of nauwelijks meer begrijpelijke informatie voor de toerist is, of simpelweg het gebruik van buitenlandse woorden. Bij de omschrijving van een strand in Spanje kan men misschien lezen:”….en vandaag heerlijk de hele dag op de ‘playa’ doorbrengen…..” Indien een toerist niet weet dat dit het Spaanse woord voor ‘strand’ is (hier gebruikt als sfeer beschrijving in het geval van Resultaat Gerichte Informatie) en misschien aan het Engelse ‘ denkt, dan kunnen er misverstanden ontstaan.

     Er is bij de syntaxis nog een probleem wat vaker de kop opsteekt: onzekerheid of informatie in kilometers of mijlen gesteld is, Celsius of Fahrenheit, in Euro’s of in Dollars.

     En tenslotte is er het empirisch niveau, waarbij het enige probleem gebied is of een toerist bijvoorbeeld toegang heeft tot internet of niet en of systemen ‘compatible’ zijn. Vooral gedurende een vakantie kan dit moeilijk zijn en de toerist kan daardoor geen toegang tot informatie hebben of slechts op gebrekkige wijze. Hierbij moet ook aangetekend worden dat gebrekkige connecties (ook gsm bijvoorbeeld) in eerste instantie tot ruis leiden, wat dan als gevolg gebrekkige of misleidende informatie kan opleveren.

     De belbronnen en de verschillende types informatie hebben ieder weer andere toepassingen, afhankelijk van het soort vakantie een toerist wil. Groepsreizen of individueel, avontuurlijk of ‘relax’ zijn allemaal opties die de toerist heeft. Laten we eens vier gevallen bekijken:

Resorttoerisme:

     De hoofdbelbron is doorgaans het resort zelf. Er zijn een paar eenvoudige en makkelijk herkenbare nevenbronnen bij (spa, paardrijden op het strand of een minigolf om maar wat te noemen). De toerist kan niet of nauwelijks het complex verlaten, wat betekent, dat er weinig plaatselijke indrukken opgedaan worden en er zo goed als geen contact met de plaatselijke bevolking is; met andere woorden worden er geen nieuwe ervaring opgedaan op basis van de gedeelde belbronnen, terwijl ook de toevallige belbronnen zich nauwelijks zullen presenteren. Ook via het personeel van het resorthotel kan men weinig authentieks verwachten, daar doorgaans het overgrote deel van dit personeel niet uit die zone komt. In vele gevallen worden dit soort vakanties via reisagenten geboekt, wat inhoudt dat de toerist bij het boeken deel gaat uitmaken van een serie netwerken van personen en zaken, die ervoor moeten zorgen, dat hij op het juiste moment op de juist plaats komt.

     De informatie, die een toerist naar alle waarschijnlijkheid voor zo’n vakantie gebruikt, bestaat uit relatief weinig feitelijke informatie, behalve dan de standaard zaken, zoals vluchtdetailles, valuta, electriciteit, extra kosten, klimaat etc. De resultaat gerichte informatie vormt doorgaans de hoofdmoot en de reden, waarom de toerist zo’n vakantie boekt. Het gaat dan om beelden van ontspanning, luxe en comfort, lekker eten, activiteiten voor kinderen, grote zwembaden en nevenbelbronnen met nadruk op een zorgeloos karakter van de vakantie. Doorgaans worden ook sociale elementen met medereizigers benadrukt. De omschrijvende info moet dan verder het droombeeld invullen van een paradijselijk strandje, tropische tuinen, perfect klimaat. We kunnen hier overigens ook het geval noemen van de Cruise schepen, waar hetzelfde op van toepassing is.

Groepsreizen (comfortabel)

     Dit soort reizen doen doorgaans een paar zeer bekende hoofdbelbronnen aan (“highlights”) en geven verder de optie om nevenbelbronnen te bezoeken. De hotels zijn redelijk comfortabel, wat vaak inhoudt, dat het personeel van buitenaf aangetrokken wordt. Het aantal gedeelde belbronnen is beperkt, maar zijn er wel. Men rijdt elke dag door het landschap en onderweg kan er gestopt worden. Er is ook een tendens dat Tour Operators schooltjes bezoeken of zelfs thuis bezoeken organiseren juist om de opname van BelCal uit de gedeelde belbronnen wat hoger te maken.

     De feitelijke informatie waar de gemiddelde toerist om vraagt zal standaard zijn, temeer daar men in een groep reist en er minder druk is om van tevoren al allerlei dingen te weten te komen; waarom zou men, als men met een ervaren reisleider rondreist.

     De resultaat gerichte informatie speelt een hele grote rol, daar de groepsreizen in bijna alle gevallen door reisorganisaties geregeld zijn. Deze organisaties vormen onderdeel van een serie netwerken met plaatselijke agenten op de bestemming, hotels, transportbedrijven etc. De omschrijvende informatie zal een rol bij de keuze van de vakantie bestemming gespeeld hebben en kan van alle mogelijke kanten gekomen zijn. Toch zal de invloed van dit soort informatie maar matig zijn, daar een groepsreis toch al inhoudt, dat men eerder op de medepassagier gericht is, dan op de mogelijkheid wat “couleur locale” op te snuiven.

Fit – Huurauto

     Afhankelijk van wat de toerist zelf wil zal zijn vakantie over een aantal hoofd- en nevenbelbronnen bestaan. Daarnaast zijn er uiteraard de gedeelde belbronnen, daar hij elke dag in zijn auto door het land trekt. De incidentele belbronnen (en we hopen uiteraard de positieve….) vormen ook een belangrijk onderdeel voor mogelijke ervaringen, hoewel dit van de toerist zelf afhangt in hoeverre hij daar open voor staat.

     De feitelijk informatie speelt een hele grote rol, want de toerist moet zelf zijn weg in het land zien te vinden. Niet alleen de algemene informatie over een land is belangrijk, juist ook de specifieke. Men is tenslotte op zichzelf aangewezen.

     De resultaat gerichte informatie hangt erg af in hoeverre een toerist het een en ander van tevoren bij een reisorganisatie gereserveerd heeft. Vaak bestuderen de toekomstige toeristen wel resultaat gerichte informatie om zich een idee te vormen van wat er in een land allemaal te beleven is. Tenslotte is de omschrijvende informatie belangrijk voor dit soort toeristen, daar de beeldvorming niet alleen de grote toeristische attracties betreft, maar juist ook de zaken van de plaatselijke bevolking, daar men al rondrijdend er voortdurend mee te maken krijgt.

Individueel Rugzak toerisme

     Dit is een totaal ander soort toerisme. Hoofd- en nevenbelbronnen worden genegeerd – bijna uit principe. Deze toeristen laten zich allereerst door de toevallige belbronnen leiden en putten natuurlijk ook uit de gedeelde belbronnen.

     Feitelijke informatie speelt een hele grote rol en deze wordt hoofdzakelijk op de bestemming zelf ingewonnen. Resultaat gerichte informatie is zo goed als nihil in dit geval, terwijl de omschrijvende informatie wel enigszins een rol speelt bij de keuze van waar men naartoe wil gaan. Het sfeertje op een zekere plaats speelt bij deze toeristen een belangrijke rol, als ook de sociale contacten (ook als mogelijke infobron van feitelijke informatie).

Informatie en verwachtingen

     Bij het uitzoeken wat men met de vakantie wil doen worden er verwachtingen gesteld, die beetje bij beetje verder met informatie gevoed worden over de vakantie bestemming zelf, de belbronnen, de hotels of de vervoers mogelijkheden. Afhankelijk van hoeveel tijd iemand aan de voorpret van zijn vakantie besteedt, wordt er een beeld opgebouwd van hoe de vakantie eruit moet gaan zien. Daarbij willen veel toeristen de zekerheid hebben, dat ze alles wat bezienswaardig is, ook te zien krijgen.

     De toerist komt niet op zijn vakantie bestemming aan als een ongeschreven blad papier. Integendeel. Het zijn niet alleen de eigen referentiekaders en de culturele en sociale gedragspatronen, die de toerist met zich mee sjouwt, vele van deze zaken waren van tevoren gevoed met materiaal van resultaat gerichte informatie. Het ongeschreven blad was allang vol gekrabbeld met opmerkingen, visies, opinies, beelden en opvattingen.

     Het vooraf bestuderen van (toeristische) informatie zal de toerist een bepaald verwachtingspatroon geven. Verwachtingen zijn gebaseerd op beeldvorming en een beeld op zijn beurt is een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Deze laatste is doorgaans zeer complex en valt daardoor niet in één beeld samen te vatten. Bij de resultaat gerichte informatie worden beelden aangedragen, die op een selectie gebaseerd zijn om zo een indruk van de werkelijkheid te geven. In dat beeld wordt iets (een belbron bijvoorbeeld) gereduceerd tot het meest kenmerkende ervan. De toegepaste selectie moet een doel hebben. Deze selectie resulteert dus in een imago of beeld, dat moet aansluiten bij een doelgroep. Echter dit imago moet ook aansluiten bij de werkelijkheid. Het imago of beeld creëert een verwachtingspatroon, dat op zijn beurt vervuld moet worden om teleurstellingen bij de toerist te voorkomen.

     Beelden kunnen onderverdeeld worden in materiële beelden, zoals foto of film materiaal, reisgidsen, websites etc. en daarnaast ook in mentale beelden, die weer direct betrekking hebben op referentiekaders en eerder opgedane ervaringen. Resultaat gericht informatie speelt allereerst in op materiële beeldvorming, terwijl de mentale beelden vaak uit de omschrijvende informatie gevormd worden. Toeristen bouwen dus aan de ene kant een zekere kennis op over een bestemming (materiële beeldvorming, hoofdzakelijk feitelijke en resultaat gerichte informatie) en anderzijds heeft de toerist er zekere associaties over (mentale beelden, omschrijvende informatie).

 

ganghes nl

Omschrijvende informatie in de vorm van een foto: de bevolking van India bij de rivier Ganghes als omschrijvend mentaal beeld van het leven in India.

     De interne bronnen kunnen heel verschillend zijn en uit vele verschillende kanten komen. Als een toerist aan Patagonia in Argentinië denkt, kunnen er beelden in zijn geheugen oprijzen van foto’s van penguins of gletshers, indrukken van Paul Theroux’s boek De Patagonië Express of van een autorally, waar men op de televisie wat van gezien heeft. Van vele kanten kan er in een geheugen materiaal over een plaats binnengedrongen zijn en wanneer opeens onze interesse voor een plaats geprikkeld wordt, harkt het geheugen uit alle hoeken beschikbaar materiaal bij elkaar. We hebben dan te maken met de eerste fase van de verwachtingen voor een vakantie.

     Een interessant fenomeen is de wisselwerking tussen wat een toerist zelf wil zien, wat hem voorgehouden wordt dat hij zou moeten zien en wat de werkelijkheid te bieden heeft. In deze context is er de term “tourist gaze” ontwikkeld (Urry 1990). Er ontstaat een dominante blikrichting of we kunnen dit begrip ook aanduiden met de term ‘vooringenomen blik’. Het gaat hier om de manier, waarop een belbron bijvoorbeeld belicht wordt (selectie en vereenvoudiging van beelden) in combinatie met de manier, waarop een toerist de belbron beschouwt. Deze ‘tourits gaze’ kan op globaliserende begrippen inspelen (Caraïbische atmosfeer, paradijselijk strandje etc.) of een heel andere invalshoek uitkiezen, zoals een historische, cultureel of natuur gerichte benadering. Echter is de’gaze’ nooit gericht op het alledaagse, daar een toerist dat nu juist niet wil.

     De ‘tourist gaze’ nodigt toeristen uit op een bepaalde manier naar iets te kijken; met andere woorden gaat het hier om een symbolische transformatie van een object of fenomeen met een duidelijke gerichtheid. Degenen die uitnodigen zijn de instanties, die in een of meerdere toeristische netwerken opgenomen zijn. Dit kan een Tour Operator zijn of een plaatselijk verkeersbureau. Identiteiten die toeristen in hun netwerk willen opnemen, nodigen de toeristen uit met een zekere blik naar mogelijke belbronnen te kijken, aannemend, dat die blik overeenkomt met wat die toerist vermoedelijk zoekt. De toerist wordt een beeld voorgespiegeld van iets, waar hij zich bij kan aansluiten en waar herkenningspunten bij zitten (zich in kan spiegelen). De symbolische transformatie, die toegepast wordt als onderdeel van de ‘tourist gaze’ is overheersend gestuurd door de landen van herkomst van de doorgaans westerse toeristen.

     Voor een stad zoals Granada in Nicaragua is er het idee onstaan de cultuur-historische kant ervan te benadrukken door middel van beeldmateriaal van oude kerken, onder andere. Een Tour Operator omschrijft het stadje alsvolgt (resultaat gerichte informatie gemengd met de omschrijvende): “Een heerlijk oord om, gestreeld door een verkoelende bries, lui rond te hangen en u vol te zuigen met het kleurrijke plaatselijke leven en de lieflijke koloniale architectuur.” Costa Rica heeft zich op de insteek van de natuur gericht (wat de ‘tourist gaze’ betref), wat uitgedrukt wordt door de campagne van “No Artificial Ingredients” gesteund door beeldmateriaal van schone rivieren, verlaten strandjes of groene bossen. Ondanks het omschrijvend (sfeer bepalend) karakter gaat het nog steeds om resultaat gerichte informatie en de vorming van imago’s. Deze symbolische transformaties van de werkelijkheid zijn doorgaans op de westerse toerist gericht. Het moge duidelijk zijn, dat bij dit soort beeldvorming via de selectie van een paar imago’s er automatisch vele facetten van een plaats of land niet aan bod komen. In het zelfde geval van Costa Rica kunnen we de indiaanse culturen of de geologische landschappen van het land noemen.

     De selectie en vereenvoudiging van beelden moeten vragen kunnen beantwoorden, zoals aan welke objecten of fenomenen gerefereerd wordt, wat erover verteld kan worden en hoe de informatie gebracht wordt.

Een toeristische attractie kan dus gezien worden als de verhouding tussen de bezoekers, het object of fenomeen zelf en het beeld wat ervan gegeven wordt.

     Dit geldt echter alleen voor de hoofd- en nevenbelbronnen, want juist de gedeelde belbronnen hebben geen gerichtheid of imago, daar ze deel uitmaken van het dagelijkse leven van de plaatselijke bevolking. Indien de lokale mensen overdag in klederdracht rondlopen juist voor de toeristen, dan wordt die bevolking dus een toeristische attractie op zichzelf. Indien een bevolking met de kleren aanlopen, die ze onder elke andere omstandigheid toch al aangehad zouden hebben, dan kan dit een attractief beeld voor de toeristen vormen (Guatemala bijvoorbeeld), maar de gerichtheid op toeristen ontbreekt daarbij en met andere woorden is het dan authentiek.

     Reisgidsen bijvoorbeeld kunnen wel degelijk van tevoren aangeven, dat een zeker dorpje heel schilderachtig is (omschrijvende informatie – het schilderachtige dus vanuit het oogpunt van de toerist) of dat er op zaterdagen in een zeker dorp zo’n kleurrijke markt is. De toerist staat vrij van deze informatie gebruik te maken of niet. Echter, vele van de gedeelde en uiteraard de toevallige belbronnen werden niet door de toerist van tevoren verwacht. De toerist die in een “all inclusive resort ” zit, zal weinig of geen gedeelde belbronnen tegenkomen. De toerist die een land per huurauto doorkruist, zit wel de hele dag tussen de plaatselijke mensen en zal zeker zaken meemaken, die voor hem onbekend waren. Hierbij moet wel aangetekend worden, dat dit weer afhangt in hoeverre een toerist openstaat voor het “nieuwe” of het “andere” en is het ook soms maar afwachten welke conclusies een toerist uit zijn BelCal opname trekt. Armoedige hutjes kunnen door een toerist geïnterpreteerd worden als “die leuke typische huisjes” of dat de mist in een nevelwoud als commentaar meekrijgt, dat er zoveel smog is…..

     Aan de ontvangende kant van een boodschap kunnen zich ook andere problemen voordoen. Niet alle toeristen, bijvoorbeeld, zijn even bereisd, en er zijn er nog velen, die nog nooit in een vliegtuig gezeten hebben. Er zijn nog veel meer toeristen die nooit in tropische oerwouden gelopen hebben of op wilde rivieren gekanoed hebben. Er zijn vreselijk veel soorten ervaringen, waarvan we misschien ooit iets gelezen hebben of iets van op de televisie gezien hebben, maar waar we ons toch maar heel weinig bij kunnen voorstellen. Er zijn landen of streken, landschappen of types mensen, die ons niets zeggen, wat voor een groot deel wordt veroorzaakt door het gebrek aan ervaring, referentie- en beeldmateriaal in ons geheugen. Het enige wat dan overblijft is om voorgespiegelde ervaringen (resultaat gerichte informatie) op te nemen als feitelijke.

     Indien een zone wordt omschreven als vogelrijk, kunnen de toeristen die over weinig intern referentiemateriaal beschikken, dit alleen maar letterlijk opvatten, oftwel de materiële beelden die zij gepresenteerd krijgen, neemt men dan op als voldongen feiten. Ze eisen dus geld terug als ze niet honderden vogels gezien hebben, onafhankelijk van het feit, op welk tijdstip van de dag zij in dat gebied waren. Hetzelfde geldt voor mentale beelden, waarbij een “Caraïbische sfeer” dus bij de Caraïbische kust moet zijn, want anders klopt dat niet. Er zijn vele gevallen, waarbij toeristen gewoon niet over het interne referentiemateriaal beschikken om zich daar verder iets bij voor te stellen. Met andere woorden krijgt het beeld van de Caraïbische atmosfeer geen weerklank en kan niet gespiegeld worden tegenover bestaande beelden in het brein. De “tourist gaze” letterlijk opgevat werkt niet.

     Dit is een bekend probleem onder reisorganisaties: omschrijvende informatie wordt door sommige toeristen als feitelijke opgevat, mentale beelden worden verward met materiële en de boodschap van die beelden ondervindt zowel op pragmatisch als semantisch niveau daardoor geen ontvanger. Klachten van toeristen zijn doorgaans het gevolg hiervan met de interessante vraag wie er hier blaam treft: reisorganisaties die inspelen op het feit dat de meeste potentiële klanten over referentie materiaal beschikken om de voorgestelde beelden te kunnen spiegelen, of de potentiële toerist, die door gebrek aan reiservaring niet weet, hoe hij resultaat gerichte informatie moet interpreteren en we ons kunnen afvragen waarom die toerist dan zo’n vakantie bestemming uitzoekt.

Sociale Informatie

     Tot nu toe heb ik drie informatie types genoemd die voor het toerisme van groot belang zijn: de feitelijke informatie, de doel gerichte informatie en de omschrijvende informatie. Echter vanwege de voornoemde veranderingen door de groeiende rol van Internet komt er een vierde type informatie opduiken, dat voor het toerisme van belang kan zijn: de sociale informatie als onderdeel van de zogenaamde Social Information Seeking (SIS). De afgelopen jaren is er een toenemend aantal websites waar mensen vragen kunnen stellen, die dan door willekeurige gebruikers beantwoord worden Een van de eerste voorbeelden was de pagina Answerbag en sindsdien zijn er vele bijgekomen, waarvan vermoedelijk Yahoo!Answers de populairste is.

     Het idee hierachter komt met het Wiki concept overheen, waarvan Wikipedia het bekendste voorbeeld is. De vragen paginas bestaan uit vier niveau’s: er is een deel waar mensen vragen kunnen stellen, dan is er de mogelijkheid voor wie dan ook om die vragen te beantwoorden, ten derde is er de mogelijkheid, dat deze antwoorden geindexed worden en via zoekmachines weer tevoorschijn komen wanneer webgebruikers antwoorden zoeken op eerder gestelde vragen en tenslotte is er de gemeenschap die er rond de site ontstaat. Dit kan op wereldniveau, maar ook beperkt worden tot zekere groepen met een dezelfde interesse (gemeenschappen). De term gemeenschap is hier in de breedste betekenis van het woord gebruikt, en deze sites worden de cQA-sites genoemd. Sinds 2003 worden deze sites ontwikkeld en in aantal zijn ze snel toegenomen. Daarnaast is er ook nog de groeiende tendens dat mensen op Internet vragen stellen in plaats van zelf het antwoord proberen te vinden. Meer en meer mensen schijnen te denken: “Waarom zal ik tijd verspillen om een antwoord op te zoeken, wanneer ik via Internet de mensen kan bereiken die het antwoord weten?” Op Internet forums of andere communicatie platvormen ziet men ook deze tendens dat er steeds meer vragen gesteld worden.

     Het potentieel voor het toerisme van de cQA sites is natuurlijk enorm en dit soort sites kunnen een link gaan vormen tussen toeristen en een bestemming of een plaatselijke bevolking. Daarnaast kunnen we zien hoe via steeds geavanceerdere Search Engine Optimization (SEO) technieken de (potentiële) toeristen steeds makkelijker antwoorden op de meest uiteenlopende vragen kunnen vinden en de rol van cQA sites in combinatie met zoekmachines vormen een hele interessante bron van sociale informatie inwinning.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Geef een reactie


3 + 4 =


De beslissing

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

De Beslissing

De toerist gaat met vakantie, omdat hij daar zin in heeft en daarmee komen we op het punt, dat het toerisme om de vrijwillige keuze van de toerist draait. Informatie voorziening is inherent aan het toerisme en om zijn vakantie keuze te maken heeft de toerist inderdaad een hoop informatie nodig. Op het moment, dat wij een duurzame toeristische ontwikkeling gaan betrekken bij het begrip vakantie, moet het duidelijk zijn, dat er aan het begin begonnen dient te worden en wel het moment dat de toerist aan de slag gaat zijn vakantie keuze te maken. Hieronder dus eerst een kleine uiteenzetting over de vakantie keuzes en bijbehorende informatie.

Het vaststellen van wat de toerist eigenlijk met zijn vakantie wil doen, is voor de mensen een ingewikkelde zaak en eentje van vele beslissingen. Allereerst moet hij zich afvragen waar hij eigenlijk naar toe wil, en wat voor soort vakantie hij wil hebben. In culinaire termen zou hij zich afvragen of hij op Fast Food, Haute Cuisine, Thai’se keuken of gewoon Oud-Hollandsch mikt. In vakantie termen wordt dat met andere woorden: een leuk strandje, dure safari, groepsreisje naar Azië of een weekendje op Texel? Gaat de toerist naar een bestemming op basis van onafhankelijke informatie bronnen, of op basis van de kleurrijke reisbrochures van deTour Operators? In hoeverre laat de toerist zich overhalen naar een zekere bestemming te gaan alleen op basis van de informatie van een reisorganisatie? We nemen hier aan, dat voordat een toerist zich tot een reisorganisatie wendt, hij al enigszins weet waar hij naar toe wil gaan en ook of dat op individuele wijze is of in groepsverband. Met andere woorden gaan we ervan uit, dat voor de keuze van de vakantiebestemming de reisbranche in het algemeen nog een kleine rol speelt, alhoewel het zeker het waard zou zijn hier onderzoek naar te verrichten.

De invloedrijkste keuze factoren voor een vakantie bestemming kunnen in twee groepen verdeeld worden.

Er zijn factoren die direct gekoppeld zijn aan de plaats van bestemming (de Belbronnen) en het verwachte belevingsproces aldaar. In hoeverre kiest een reiziger bewust voor een hele avontuurlijke of onvoorspelbare vakantie; reizen in een groep vanwege de gezelligheid of de veiligheid? Wil men op de ‘bonne-fooi’ reizen of een meer gestructureerde beleving? Voordat men op een vakantiekeuze uitkomt, heeft men eerst een zeker idee of een bepaalde verwachting, waarna de toerist beetje bij beetje een plaatje daar omheen bouwt, wat moet uitmonden in een duidelijk idee, waar hij naartoe wil en wat hij daar wil gaan doen – met andere woorden wordt de verwachting bijgesteld en verder ontwikkeld.

Dan zijn er de factoren die betrekking hebben op het thuisfront van de toerist: hoeveel hij besteden kan en hoeveel vakantiedagen hij heeft. Het kan ook voorkomen, dat iemand een vakantie boekt, omdat dit snel via internet kan, daar hij geen tijd heeft om zelf iets uit te zoeken. Naast deze overwegingen is er de factor van de voorbereiding van een reis, in hoeverre een toerist waarde aan informatie van tevoren hecht of hoe ver hij gaat om informatie binnen te halen via internet, televisie programma’s, kranten artikelen en dergelijke. Misschien speelt een speciale interesse of een hobby ook een rol bij de vakantie keuze. De reden, waarom hij eigenlijk met vakantie wil is ook al een punt. Wil hij geheel los breken van zijn dagelijkse sleur, of slechts een weekendje weg om te ‘shoppen’? Is het leven zo zwaar geworden, dat een wereldreis de enige uitweg lijkt, of wil men gewoon lekker gaan skiën? Wat hierbij ook nog een rol speelt is de algemene instelling van de toerist. Is hij idealistisch en wil onder andere gedurende zijn vakantie zich er zeker van stellen, dat arme mensen met zijn bezoek geholpen worden, of is hij meer ego-centrisch ingesteld en wil alleen zorgeloos bruin bakken? En uiteraard is er dan nog misschien wel het belangrijkste punt: met wie wil men met vakantie gaan?

Samenvattend kunnen we tot de volgende lijst komen met punten waarop de toerist zijn vakantiekeuze baseert:

Denkend aan de thuis omstandigheden (nog onafhankelijk van de bestemming, waar de toerist naar toe zou willen):

Economische overwegingen:

  1. Hoeveel geld te besteden
  2. Veel vooruit betalen of veel ter plekke
  3. Hoelang wordt de vakantie
  4. Hoeveel luxe wordt er verlangd (5 sterren of kamperen)

Adviezen of eigen interesse:

  1. Hoe afhankelijk van advies van familieleden, vrienden, kennisen en collega’s
  2. Hoeveel wordt er voor info op internet gesurft en worden reisgidsen en brochures gelezen
  3. Mogelijke specifieke thema’s, zoals vogels, orchideeën of wijnkennis

Sociale of idealistische overwegingen:

  • Met wie men wil reizen
  • Wil men individueel reizen of met een groep
  • Hoeveel wordt erom zekerheid en veiligheid gegeven
  • Hoe belangrijk zijn ecologische overwegingen en die aangaande duurzaamheid

Daarnaast zijn er de overwegingen betreffende de mogelijke bestemming en de Belbronnen zelf:

Gebaseerd of gewoontes en eigen referentie kaders (grondslagen voor de verwachting):

  • Geheel gestructureerd of volledig op de bonne fooi
  • Heel actief of alleen ontspannen
  • Alleen hoofd Belcal bronnen en/of veel nevenattracties
  • Veel gedeelde en toevallige bronnen (bijv. ‘backpacking’) of juist niet
  • Soort bestemming: stad of strand, natuur of pretpark
  • Verre continenten of niet te ver van huis
  • Interesse in plaatselijke bevolking en cultuur of niet
  • Idealistisch elementen inbegrepen (bijv. bewust armere sectoren van een bevolking willen helpen) of meer ego-centrisch (gewoon doen waar je zin in hebt en verder niets).

Wat de vakantie keuze betreft, spelen er dus een hele serie informatie bronnen een rol. We kunnen hierbij de feitelijke informatie noemen en ook de doel gerichte informatie. Daarnaast is er overigens het belangrijkste element bij zijn vakantie keuze: de gewoontes, ideeën en vooroordelen, die bij toeristen “automatisch” tot zekere vaste keuzes leiden (referenties kaders); niet alleen dat, de (toekomstige) toerist heeft de keuze in hoeverre hij zijn eigen wereldvisie laat meespreken en controle wil houden over wat zijn invloed op een Belbron of een bestemming in het algemeen zal zijn.

Twee soorten toeristen

Ziet de toerist zichzelf als iemand, die alleen maar een aantal dingen wil, zoals bruin worden op een strand, lekker eten of hoog niveau comfort, zonder er over na te denken, wat de invloed op het plaatselijke milieu zal zijn? Of ziet hij zichzelf als iemand, die een actieve inbreng wil hebben in de toeristische omgeving, die hij uitgezocht heeft?

De eerste groep hebben wij al eerder aangeduid met het ego-centrisch toerisme (ook wel de psychocentrische toeristen genoemd), terwijl het tweede geval de term idealistisch werd gegeven (of allocentrisch). Het concept ‘idealistisch’ is eigenlijk iets te nauw, want we hebben het in wezen over iedereen, die in zijn gedrag duidelijk maakt, dat hij zich van zijn positieve en negatieve invloed op een plaats bewust is en daar ook consequenties aan verbindt. Daarnaast zijn er toeristen, die nog een stap verder gaan en een bondgenoot willen zijn van een plaatselijke bevolking en plaatselijk toeristische projecten.

Wij kunnen een schaal op zetten met aan het linker uiterste de hele idealistische toeristen en aan de rechterkant de hele egocentrische toeristen. Dit heet de Toeristen Lifestyle schaal (TL-schaal, zie ook het artikel

http://www.tourismtheories.org/?cat=106&lang=nl

Deze wat grove tweedeling in ego-centrische en idealistische ingestelde toeristen speelt een grote rol, wanneer we de keuzevragen bekijken, die een toerist moet beantwoorden, voordat hij tot de uiteindelijke keuze van zijn vakantiebestemming komt. Wordt deze keuze alleen getoetst aan de eisen en verwachtingen van de vakantie (het ego-centrische geval) of toetst de toekomstige toerist zelf eerst een bestemming op duurzaamheids praktijken of milieubescherming?

Bij de lijst van keuzevragen kunnen we kijken naar de vraag of de toerist zoveel mogelijk in eigen land alles vooruit wil betalen (aan reisorganisaties doorgaans) of probeert men zoveel mogelijk op de bestemming zelf de zaken te voldoen aan plaatselijke agentschappen, hotels of dies meer zij. Het direct betalen op de bestemming aan infrastructuren (hotels, restaurants, etc.) of Belbronnen kan een extra steun vormen voor die plaatselijke projecten en daarmee in opzet duurzamer zijn.

Het niveau van comfort is een ander punt, waar de iets meer idealistische ingestelde toerist eerst even gaat nadenken en navragen om te zien hoe schadelijk het een en ander is. Hierbij valt op te merken, dat het een misverstand is, dat een ecologisch geheel verantwoord hotel (bijvoorbeeld) minder comfortabel zou zijn. Het feit, dat een kamer ruim is en een bed lekker, heeft niet direct met duurzaamheids overwegingen te maken. Het type zeep in de badkamer, hoe water verwarmd wordt en hoe vaak de lakens gewassen worden, hebben daar wèl mee te maken, als ook het chloor in het zwembad of de hoeveelheid sproeiwater in de fraaie tuinen.

Hoeveel tijd men bereid is op het internet rond te neuzen of uit andere bronnen informatie over mogelijke vakantie bestemmingen te halen, hangt van de tijd af die beschikbaar is. De meer idealistisch ingestelde persoon zal toch iets meer tijd hieraan moeten geven. De drukke zakenman die snel een vakantie geregeld wil zien, zal eerder naar een reisorganisatie lopen en daar alles voor hem laten regelen, zonder zich teveel om ecologische of andere duurzame zaken te bekommeren.

Wat de keuzevragen over de bestemming zelf betreft, zal de meer idealistisch ingestelde toerist bij het uitzoeken van Belbronnen veel meer achtergrond informatie natrekken over hoe schadelijk de activiteit kan zijn (bijvoorbeeld de vierwielige motorfietsen) en tot op welke hoogte zijn eigen aanwezigheid schaden kan berokkenen (aan natuurgebieden kunnen we dan denken).

Naast de overwegingen van het milieu moet men ook aan het socioculturele deel van het toerisme denken. Als een toerist alleen één strandbestemming uitzoekt (Torremolinos of Cancun) zal hij vermoedelijk rustig dromen over zijn ontspannen tijd aldaar, terwijl anderen zich zorgen zouden maken over hoe schadelijk de oorspronkelijke aanleg ervan geweest is of het geval, dat een plaatselijke bevolking misschien meer na- dan voordelen ervan ondervindt.

En tenslotte is er het punt, in hoeverre een toerist geïnteresseerd is in de mensen en hun cultuur op een zekere bestemming. Als men met vakantie naar Rome gaat, dan nemen we aan, dat er een zekere interesse bestaat in de Italiaanse geschiedenis en cultuur; bij andere bestemmingen ligt dat niet zo duidelijk. Hoeveel mensen, die naar de stranden van Turkije trekken, doen dat door hun interesse in de Turkse mensen en hun cultuur? Cultuur is één zaak, een sociopolitieke is weer een andere. Bewust een deel van een vakantie besteden aan de hulp of steun aan armere delen van een bevolking op een bestemming zou hier een voorbeeld kunnen zijn, als ook de selectie van de bestemming zelf al ten behoeve van bijvoorbeeld het “pro-poor tourism”.

Tot un toe is er getoond, wat voor lange reeks beslissingen een toerist moet nemen, voordat hij tot zijn vakantie keuze komt; daarnaast is aangegeven, dat er grofweg twee extremen onder de toeristen zijn – de egocentrische en de idealistische – en dat uiteraard de meeste toeristen op deze schaal ergens er tussen in zitten. De keuzes waren gebaseerd op informatie, waarvan er dus verschillende soorten bestaan binnen het kader van het toerisme.

Wanneer de beslissing van de toerist eenmaal genomen is, moet men beseffen, dat wat duurzaamheid betreft er nog vele andere acteurs bezig zijn. Wat ons hier interesseert is, wat de Belbronnen op dit punt doen, ongeacht de instelling, verwachting of argumentatie van de toerist. En als de toerist bij zijn keuze duurzaamheids principes meeneemt, in hoeverre blijkt in de praktijk het beloofde duurzaamheids gedrag van een Belbron of een hotel ook waar te zijn? Natuurlijk houden Belbronnen of toeristische infrastructuren zich bezig met duurzame ontwikkeling ongeacht of de toerist daarom vraagt of niet: duurzaamheid is een zaak die ons allen aangaaat. Hoe ligt precies de zaak van de toepassing van duurzaamheids principes in het toerisme?

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

2 Responses to “De beslissing”

  1. Beste heer Gisolf,

    Op dit moment ben ik druk bezig met het schrijven van mijn scriptie. Deze gaat over de bestemmingswensen en behoeften van de reizigers. Daarbij is de besluitvorming natuurlijk belangrijk. Ik heb de algemene theorie al beschreven, maar de theorie die u beschreven heeft geeft op sommige punten net iets meer uitleg. Mijn scriptie is onder embargo en zal daarom alleen door mijn school en afstudeerbedrijf gelezen worden. Ik hoop dat ik wat stukjes mag gebruiken. Ik zal dit natuurlijk niet direct overnemen, met het schrijven in mijn eigen woorden als toelichting op mijn theorie.

    Met vriendelijke groet,
    Naomi Moerenhout

    • Beste Naomi,
      Mijn exucses voor de late reactie – de mail is ergens tussen de spam terecht gekomen. Natuurlijk kun je mijn artikelen gebruiken zolang de bron er maar bij vermeld is. Tegen de tijd dat de scriptie af is, zou ik het leuk vinden een copietje te kunnen lezen!
      Groeten uit Costa Rica,
      marinus

Geef een reactie


3 × 6 =


Vakantie Klachten

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

       Bestaan er vakanties zonder klachten? Zelfs zonder kleine opmerkingen zoals “de rijst was koud” of zo? Het lijkt bijna onmogelijk, want het zou betekenen, dat onze verwachtingen dan perfect ingesteld waren en dat kan eigenlijk alleen, als we al precies van tevoren weten wat er komen gaat, zoals in het geval, dat we elk jaar naar dezelfde vakantiebestemming gaan.

Er blijft altijd wel een verschil tussen wat we verwachten en wat onze reiservaringen tenslotte zijn, en indien dit verschil negatief uitvalt, kan het reden tot teleurstelling vormen en als volgende stap tot een klacht leiden. Met andere woorden is een klacht het gevolg van een teleurstelling of van iets wat slechter is dat redelijkerwijs verwacht kon worden, althans zo nemen we dit hier als uitgangspunt.

Het duidelijkste geval is natuurlijk, wanneer een beloofde service niet geleverd wordt. Wanneer een toerist een vier-sterren hotel reserveert en betaalt en hij komt in een twee-sterren pensionnetje terecht, dan heeft hij alle reden tot klagen en om geld terug te eisen. Wanneer een toerist geacht wordt van het vliegveld opgehaald te worden en de chauffeur komt niet opdagen, dan is er sprake van, dat het bedrijf dat de service aan de toerist verkocht heeft in gebreke is gebleven en de toerist kan zich daar terecht over beklagen. Hoe een toerist dat doet en met hoeveel bombarie dat gepaard gaat, hangt van hem af en soms ook van de reactie van de betreffende reisorganisatie. Daarnaast is er ook nog een verschil tussen een klacht hebben en eentje indienen en verderop gaan we daar iets meer op in.

Echter zijn de niet uitgekomen verwachtingen niet de enige grond voor klachten. Men kan aan het einde van een reis om hele andere redenen gefrustreerd raken – ruzie met de partner, langdurig slecht weer of geld problemen – waardoor men opeens de vakantie zelf gaat aanspreken als een mislukking, terwijl dit eigenlijk niet het geval was. Dan zijn er ook de geboren klagers, die een persoonlijke motivatie halen uit het feit “dat ze niet over zich heen laten lopen”, een gedrag wat nog wel eens de alleen-reizenden parten speelt, maar het kan ook zijn dat men simpelweg op geld uit is. In vele landen zijn er door overheden instanties ingesteld die juist hierover gaan, en indien ook maar op enigerlei wijze aangetoond kan worden dat een reisorganisatie of hotel in contractuele gebreke gebleven zou zijn, kan er via een klacht geld teruggeëist worden – een steeds populairder tijdverdrijf onder post-toeristen lijkt het soms.

Indien de reis brochure zegt, dat er elke ochtend honderden parkieten bij een zeker hotel overvliegen en de toerist ziet er maar een paar, dan zou hij daar een klacht over kunnen indienen, niet tegen de parkieten, maar tegen de reisorganisatie van de brochure. In hoeverre dat gehonoreerd wordt, hangt in hoge mate af, of de omschrijving in de brochure als feitelijke informatie aangeboden was of als sfeer- omschrijvende informatie. Hoe dan ook, in dit geval zou elke toerist moeten weten, dat je op de natuur de klok niet gelijk kan zetten.

Laten we eerst kijken naar de algemene dispositie van een toerist en zijn vakantie resultaat. Allereerst kunnen we toeristen in tweeën verdelen, wat het algemene resultaat van een vakantie betreft en de oorzaak volgens hem daarvan:

1.Dominerende interne oorzaken, zoals het goed of slecht geïnformeerd zijn of de verkeerde reden voor de keuze van de vakantiebestemming en daarmee nemen deze toeristen een groot stuk van de verantwoordelijkheid van de mislukking (of succes) op zich;

 

2.Dominerende externe oorzaken, zoals de houding van de plaatselijke bevolking, het weer etc, waarmee deze toeristen een eigen verantwoordelijkheid van zich afschuiven.

Dan zijn er de invloeden op de gevolgen:

A.Er zijn de controleerbare gevolgen door ervaring of waarneming van de toerist zelf;

 

B.Er zijn de niet-controleerbare gevolgen, zoals zekere karakteristieken van een bestemming of bijvoorbeeld de medereizigers.

Indien een toerist het fiasco van zijn vakantie verwijt aan het weer (elke dag regen) en daarbij klaagt dat de reisleider van de groep niets gedaan heeft om alternatieve activiteiten te organiseren (punten 2 en B), dan hebben we te maken met een toerist die tegelijkertijd externe en oncontroleerbare oorzaken aanvoert en daarmee geen enkele vorm van verantwoordelijkheid neemt, geen betrokkenheid toont en weinig leert. Het gaat dan om het type toerist dat altijd klaagt. In wezen kan het fiasco van een vakantie deze toerist ook niet zo heel veel schelen vanwege het gebrek van persoonlijke betrokkenheid en zijn verwachtingen waren vermoedelijk van te voren breed ingesteld, hoewel dit type toerist juist achteraf opeens het tegenovergestelde kan beweren:“ik had nu juist zo graag die bijzondere planten collectie willen zien”, terwijl van te voren deze toerist daar nooit eerder op gezinspeeld had.

Het tegenovergestelde extreem (1 en A) betreft de toerist, die zelfbewust alle beslissingen neemt, daar de verantwoordelijkheid voor draagt, doorgaans goed geïnformeerd is en daardoor weinig conflictief is. Dit type toerist wil vaak ook graag leren en verwachtingen zijn vrij specifiek zolang informatie hem dat toestaat. Indien zijn koffers niet met het vliegtuig meekomen, zal hij allereerst zelf maatregelen nemen om dit op te lossen en ook bijvoorbeeld enige kleding gaan kopen.

Het is duidelijk dat de meeste toeristen ergens tussen de twee uitersten in zitten. Wat we hier steeds voor ogen moeten houden, in hoeverre de toerist verantwoordelijkheid neemt en ook, dat de toeristen onder punt 1 degenen zijn, die het minste klagen, tenzij een reisorganisatie overduidelijk in gebreke blijft. Een ander voorbeeld is het geval, dat een toerist over een service of een hotel klaagt, maar toch doorgaat van deze service gebruik te maken of toch gewoon in het hotel blijft slapen. Een van de punten bij het behandelen van klachten door reisorganisaties is nu juist, dat als een toerist over een door hem van tevoren geboekt hotel klaagt, of die toerist daadwerkelijk stappen ondernomen heeft om het probleem op te lossen of gewoon in het hotel gebleven is zonder iets te zeggen. In het laatste geval hebben we dan ook te maken met het soort toerist 2B, en een klachten afdeling van een reisorganisatie zal dan veel meer terughoudend zijn om enige vergoeding uit te keren.

Er zijn ook toeristen die heel conformistisch ingesteld zijn en geen zin hebben om te klagen. Ze nemen de verantwoordelijkheid op zich van een mislukking, hoewel dat eigenlijk niet het geval is en zeggen achteraf, dat het toch eigenlijk “hele interessante ervaringen geweest zijn en van de negatieve kun je tenslotte ook leren”, waardoor deze toerist alsnog probeert de kernherinnering van zijn reis te verbeteren. In dit geval hebben we te maken met een toerist, die gedeeltelijk ontkend wat er eigenlijk gebeurd is, daar hij geen zin in negatieve ervaringen heeft. Dit type toerist (bij de oorzaken valt hij onder 1B) haalt de etappe van het klagen doorgaans niet.

Interne oorzaken

De interne oorzaken voor het mislukken van een vakantie kunnen alleereerst toegeschreven worden aan een slechte voorbereiding van een reis. Dat betekent misschien fout ingestelde reisbehoeftes, een foute selectie van informatiebronnen of het verkeerd interpreteren ervan. Indien er een jungle boottoer staat aangekondigd op kleine binnen riviertjes van een Nationaal Park, en een toerist vraagt of zijn hut aan de zeekant ligt of naar binnentoe op het schip, dan heeft deze toerist het verhaal van de reisorganisatie niet goed begrepen (een verwarring tussen resultaat gerichte en feitelijke informatie vermengd met een behoefte aan een ‘cruise’, maar wel een brochure uitzoeken van een jungle safari). Interne oorzaken op een ander niveau zijn het humeur en lichamelijke gesteldheid van een toerist op zijn reis, mogelijke problemen met medereizigers of een slechte ‘timing’ van het reisprogramma zelf.

Externe oorzaken

De uiterlijke oorzaken van problemen gedurende een vakantie kunnen uiteraard het weer betreffen, familie problemen onder weg, niet het goede schoeisel hebben, slechte of foute informatie voorziening, onrustige politieke of veiligheids situatie in een land, diefstal, etc. Het zijn dit soort factoren die het duidelijkst laten zien in hoeverre een toerist in staat is zelf op te treden en beslissingen te nemen of niet.

Een vakantie met tegenslagen, waar een toerist door eigen initiatief toch een positieve reiservaring aan overhoudt is vaak nog bevredigender, dan een vakantie die loopt zoals gepland. Daarbij wil men graag met sterke verhalen thuiskomen, die komen vaak voort uit zaken die gedurende de vakantie mis gaan of anders dan gepland.

Er bestaat ook het fenomeen, dat een toerist gedurende zijn vakantie (vooral bij een intensieve vakantiebeleving) opeens een slechte dag heeft en hem alles tegenstaat. Het aanpassingsvermogen dat de toerist gedurende zijn vakantie voortdurend moet tonen (heel veel dingen zijn anders dan thuis) kan opeens opraken en de toerist stopt zich aan te passen. Vaak komt hierbij een agressief gedrag te voorschijn of juist het tegenovergestelde: de toerist wil de hele dag in bed blijven. Voor medereizigers of reisleiders is het moeilijk om hierop te reageren. In de meeste gevallen gaat dit de volgende dag over, maar op die ene slechte dag kan een toerist plotseling openlijk gaan klagen over alles wat hij om zich heen ziet.

Er zijn meerdere van dit soort mechanismes. In groepsreizen kan er soms een toerist tussen zitten, die het klagen als gedragsvorm aanneemt om zich een houding en plaats in de groep te waarborgen. Deze toerist stelt zich dan heel negatief op en valt andere toeristen aan die het niet met hem eens zijn. “Je moet je niet laten belazeren” zegt hij dan tegen zijn medereizigers, aanduidend dat volgens hem alles maar nep is.

De vorm waarin een toerist zijn klacht giet, is een ander verhaal. Het internet heeft daartoe vele nieuwe wegen geopend en op forums, ingezonden reacties, blogs of anderszins zijn er vele mogelijkheden voor toeristen om hun gal te spuien. De eerst stap is doorgaans een brief naar de betreffende reisorganisatie, hotel of “tour operator” en deze brief bevat – behalve het doorgaans behoorlijk overtrokken verhaal van de klacht – een zekere dreiging. Dit kan het inschakelen van een advocaat betreffen, het indienen van een officiele klacht bij de Geschillencommissie of de dreiging om op internet het verhaal “aan de hele wereld” te tonen. Daarnaast wordt er zonder enige twijfel een geldelijke vergoeding gevraagd – wat zeg ik: geeist – plus smartegeld of dergelijke. De toonzetting van deze brieven is normaal gesproken aggressief en verbolgen. In hoeverre een toerist zich echt aangetast voelt is niet altijd duidelijk. Men moet hier ook weer voor ogen houden, dat we hier over emoties aan het einde van de vakantie hebben, die weer een interpretatie vormen van de beleving gedurende de vakantie. Het gevoel van verbolgenheid van het moment van beleven kan de opname van BelCal beïnvloeden en wat niet zo was als verwacht, kan daarna als een vreselijke teleurstelling geïnterpreteerd gaan worden. Met andere woorden kan een toerist van een klein voorval of van een zeker gebrek later een enorm drama maken.

In al deze gevallen betreft het in principe toeristen, die voor een groot deel hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen en van alle oorzaken altijd anderen de schuld geven.

De grote uitzondering is uiteraard het geval dat er van een duidelijke fout van een reisorganisatie sprake is, en deze daar niet voor wenst op te draaien. In die gevallen staat zelfs de meest verantwoordelijke toerist geen andere weg dan de legale, maar zal dan toch vaak geen verbolgenheid tonen, maar met harde bewijzen komen.

In hoeverre de nationaliteit van een toerist zijn “klachten-gedrag” beïnvloed is niet duidelijk, vooral door gebrek aan onderzoek.

Nationaliteit

Vele toeristen van buiten Europa, laten zich vaak imponeren door de oude cultuur ervan en klagen daardoor weinig. Echter als een Spanjaard naar Latijns Amerika reist, kan er een soort superieuriteits gevoel de kop opsteken, waardoor de Spaanse toerist alles minderwaardig vindt en erover klaagt, hoewel hij de klachten niet altijd officieel zal indienen. Azié wordt nog steeds vaak geassocieerd met arme bevolkingen, waardoor klachten zich beperken tot de hotels in internationale stijl of de kwaliteit van het eten. Een Engelsman zal zelden verbolgen en plat overkomen bij zijn klacht, terwijl dat bij Belgische toeristen vaak wel het geval is en zij heel grof kunnen zijn.

Het een en ander heeft onder andere te maken in hoeverre een bevolking als geheel risico vermijdend is. Hier kunnen we de publicatie van prof. Geert Hofstede aanhalen: www.geert-hofstede.com over culturele dimensies, waar uiteengezet wordt dat iedere bevolking (nationaliteit) een zekere “Uncertainty Avoidance Index” heeft, wat inhoudt, dat iedere maatschappij zijn eigen manier heeft met onzekerheden om te gaan. Het heeft ermee te maken in welke mate een maatschappij zijn leden voorbereid om zich comfortabel in onzekere situaties te voelen. De maatschappijen die onzekerheden proberen te vermijden doen dat door het instellen van stricte wetten en regels, veiligheids maatregelen en op filosofisch en religieus niveau in het geloof van de absolute Waarheid: “er is maar één Waarheid en wij hebben die”. Dit soort maatschappijen zijn emotioneel van karakter en hebben een sterke innerlijke energische drang.

Het tegenovergestelde geval, waarbij onzekerheden makkelijk geaccepteerd worden, geeft het beeld van tolerantie tegenover afwijkende opinies en opvattingen en op filosofisch en religieus niveau relativeren de leden van dit soort maatschappijen veel meer; de mensen zijn doorgaans nuchter en bespiegelend van karakter en worden geacht in het openbaar weinig emoties te tonen.

Landen met een hoge UAI (onzekerheden voorkómend) zijn bijvoorbeeld Argentina en Chile, beide met 86. In Europa zien we Spanje en Frankrijk met 90, Italie met 80 en Belgie met maar liefst 94. Daartegen bij landen zoals India is deze factor 40, in Engeland 41, USA 46 of in Nederland 53. De Scandinavische landen liggen rond de 35. Het wereld gemiddelde is 64.

Er is een zekere overeenkomst met het aantal en soort klachten die men in het toerisme ziet, hoewel hier naar mijn weten geen direct onderzoek naar verricht is en overeenkomsten dus niet noodzakelijkerwijs een verband hoeven aan te geven.

De sterke en vaak emotionele klachten van Belgische toeristen komen met hun hele hoge UAI overeen, terwijl de flegmatische Engelse toerist daar veel nuchterder over is, zo ook de Amerikaanse. De Spanjaarden als ook Italianen staan in het toerisme als klagers bekend, terwijl dit veel minder geldt voor de Hollander. De praktijk wijst uit, dat de nationaliteit wel degelijk een rol speelt in het klachtenpatroon van hun toeristen en de culturele dimensies via de UAI zoals aangegeven door prof. Hofstede kunnen een indicatie vormen, waar reisorganisaties op internationaal niveau rekening mee kunnen houden.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Geef een reactie


9 + 9 =


De pre-toerist etappe

Voordat mensen met vakantie gaan, is er eerst een motivatie, die vervolgens een behoefte genereert, die daarna tot het opstellen van de eerste vakantie verwachtingen leidt. Het basis idee, waar we hier vanuit gaan, is, dat wanneer de toerist eenmaal zijn vakantie bestemming vastgelegd heeft, hij direct ook een zekere belangstelling en belang in die bestemming krijgt. Wanneer de knoop is doorgehakt wordt de gekozen bestemming in een ander licht gezien – het wordt “zijn” bestemming.

De motivatie, behoefte, verwachtingen en belangstelling/belang hebben allen betrekking op een vakantie bestemming. Daarbij wordt er een gevoel ontwikkeld van economische betrokkenheid (bijvoorbeeld door zoveel mogelijk op de bestemming te betalen en niet vooraf aan derden); dan is er het gevoel van de solidariteit met vooral de toekomstige generaties (hun eigen en die van de bestemming); ten derde is er de verbondenheid met de bescherming van de biodiversiteit; ten vierde is er de maatschappelijke verantwoordelijkheid en tenlsotte het vijfde punt is het respect voor andere culturen.

We hebben hier vijf niveau’s genoemd van belangstelling die een toerist kan ontwikkelen aangaande een verkozen bestemming en deze vijf punten zouden door de meeste toeristen hetzelfde moeten zijn.

Dezelfde vijf componenten hebben betrekking op de drie pilaren, waarop de duurzaamheids concepten steunen: planeet, bevolking en nut (“Planet, People, Profit”). In het geval van de economische betrokkenheid ligt dit duidelijk; dan zijn er de elementen van solidariteit en verbondenheid die op de planeet slaan, terwijl de maatschappelijke verantwoordelijkheid en het culturele respect over de bevolking gaat. Het belang en de belangstelling in een bestemming heeft ook te maken met de nieuwere tendens van mensen via het internet actief met andere mensen van andere culturen te communiceren. De groeiende interesse in de manier waarop andere mensen leven of in het milieu in het algemeen zijn dan ook duidelijk verbonden met vele Internet ontwikkelingen,waarvan de sociale netwerken zoals Facebook of Twitter de bekendste zijn.

Op deze pagina volgen een aantal artikelen over de etappe voordat een toerist op reis gaat, zoals de motivatie, de verwachtingen en het beslissings proces van de vakantie bestemming.

Geef een reactie


6 − 2 =


Van normaal persoon tot verantwoordelijk reiziger

Halverwege de 20ste eeuw veranderde het toerisme van een dominerend sociale activiteit naar een hoofdzakelijk economische. Vele reizigers van vroeger werden toeristen van nu. Echter onder invloed van de concepten van duurzame ontwikkeling en van de overtuiging van het behoud van het milieu ontstond er een duidelijke noodzaak om het toerisme te her-definiëren en dan vooral de rol van de toerist hierin.

Voor een volledige toepassing van duurzaamheids principes moeten we de belangrijkste acteur hierbij betrekken: de Toerist. Het beeld echter van het toerisme als economische activiteit en de toerist als Koning Klant belemmert elke poging om principiële sociale factoren te laten meespelen: de toekomstige generaties.

Wanneer we de scheiding tussen toeristen aan de ene kant en de zogenaamde toeristen “industrie” aan de andere opheffen en deze twee krachten samenvoegen tot een grote activiteit genaamd toerisme, kunnen we de basis leggen om toeristen langzaam aan in een toeristisch duurzaamheids process te laten deelnemen.

De toerist moet gaan begrijpen dat er iets van hem verwacht wordt. Hij heeft een rol te vervullen en moet daarop voorbereid zijn. Voor ons uit de reiswereld is het van het grootste belang om een evenwichtige duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen, waarbij de toerist als volwaardig partner gezien wordt en niet alleen als “klantje”.

De relatie tussen de tourist en zijn bestemming en de wederkerigheid die er tussen deze twee bestaat vormen het uitgangspunt van de reflexieve benadering van het toerisme.

De teksten op deze website zijn ontwikkeld om richting te geven aan nieuwe concepten in het toerisme en uiteraard ook om interesse en reacties te wekken. Daarbij is de website niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken door op de DONATE toets te drukken onderaan deze pagina.

Geef een reactie


6 + = 8


Toeristen en Reizigers

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Toeristen en Reizigers

1. Verschil tussen reizigers en toeristen

De reizigers van vroeger gingen om vele redenen op pad en dat kon voor familiebezoek zijn, het bijwonen van congressen, voor studie, om gezondheis redenen (spa), om talen te leren, om practische ervaringen op te doen (schilderen, koken, etc.), tijdelijk werk of het opdoen van kennis en ervaring in het algemeen. Deze reizigers waren al naar gelang passagiers, gasten, disgenoten, bezoekers, leerlingen of deelnemers. Het begrip vakantie bestond wel, maar had nog niet die dwangmatige tendens van weg willen zijn uit de thuis omgeving als noodzaak.

Een nieuwer verschijnsel is te reizen om niets te doen (strandvakantie) of om met vakantie te gaan zonder duidelijke invulling van activiteiten. Het begrip “toerisme” is in volle omvang vanaf de jaren vijftig ontwikkeld – daar voor reisde men. Ging men vroeger een of meerdere dagen naar een plaatselijk strand of naar kennissen op het platteland en begon in de twintigste eeuw het begrip vakantieganger de kop op te steken, werden er vanaf de jaren vijftig steeds meer ‘grote’ vakanties georganiseerd en gaat men in het Westen minimaal 3 of vier weken met vakantie. Door bevolkings groei en verbeterde economische voorwaarde in het Westen begonnen miljoenen mensen lange vakanties te nemen en is in de 21ste eeuw de vakantie al iets ‘heiligs’ geworden, waar niemand blijkbaar meer buiten kan – dit in grote tegenstelling tot ontwikkelings landen. Vanuit het westen werden er enorme transportlijnen opgezet met bus, trein of vliegtuig en om al deze tendensen het hoofd te bieden werden er op vele plaatsen grote resorthotels uit de grond gestampt. Er ontstond een patroon van grote investeringen, groots opgezette reisorganisaties, propaganda machinerie en begon men het woord toeristenindustrie te gebruiken. Wat vroeger reizigers waren, werden klanten van deze industrie (toeristen), wat vroeger vooral een sociaal ingestelde activiteit was, werd vanaf de jaren zestig een economische zaak van vraag en aanbod en waar vroeger de reiziger accepteerde hoe andere streken of landen waren, eist de toerist van nu, dat een bestemming aan zijn smaak en interesses enigzins aangepast is.

Toeristen zijn reizigers, maar het moge duidelijk zijn dat het grootste deel van de reizigers geen toeristen zijn. De toerist reist in principe als vrijwillige keuze, terwijl bij de verdere reizigers er een duidelijke (en soms dwingende) reden is om te reizen. De toerist voelt zich klant en wil als zodanig behandeld worden, terwijl de reiziger de verschillende onderdelen van de reis als losse elementen ziet, die hij doorgaans zelf uitgezocht heeft en daardoor makkelijker accepteert, dat op een bestemming dingen zijn zoals ze nu eenmaal zijn.

2. Veranderingen van het begrip ‘toerist’

Het aantal toeristen mag dan de laatste twintig jaar enorm toegenomen zijn, in wezen is hetzelfde het geval bij de reizigers. Men reist meer dan ooit als gevolg van globaliserende tendensen, steeds makkelijkere vliegtuigverbindingen en groeiende communicatie door internet. Elk vliegtuig zit vol passagiers, van wie het steeds moeilijker vast te stellen is, wie van hen nu de echte toeristen zijn en daarbij is er steeds minder noodzaak om die vraag te stellen. In een hotel slapen gasten, en in hoeverre deze nu onder het etiket toerist vallen of onder zakenmensen, congres leden, familie bezoekers of sporters maakt het horeca wezen niet zoveel uit.

Reisorganisaties en Touroperators hebben onder de globaliserende tendensen ook de neiging arrangementen te maken voor reizigers die niet onder de categorie toeristen zouden vallen. Sport evenementen zijn hier een goed voorbeeld van en wat geregeld moet worden voor de sporters zelf valt niet onder de rubriek toerisme, maar de resultaten zijn precies hetzelfde: transfer naar een vliegveld – vlucht – transfer naar hotel – overnachtingen. Dit basis arrangement ligt ten grondslag aan de meeste reizen, waarbij het vliegveld verwisseld kan worden voor trein- of busstation.

Afgezien van de vervaging van het verschil tussen toerist en reiziger zijn er ook hele andere redenen om het begrip ‘toerist’ van nu eens nader te toetsen.

Eind 20ste eeuw en vooral aan het begin van de 21ste eeuw begon op wereld niveau duidelijk te worden dat de economische groei een zware tol op het milieu en de natuur trok. De mens begon in een steeds hoger tempo meer van de aarde te onttrekken dan zij terug kon geven. Het werd noodzakelijk maatregelen te treffen om onze planeet leefbaar te houden en het opzetten van een duurzame ontwikkelings visie was een van de antwoorden hierop. Het is inmiddels duidelijk, dat in het toerisme het toepassen van duurzaamheids maatregelen op alle niveau’s dient te gebeuren, wat inhoudt, dat ook de toerist hier nauw bij betrokken moet worden. Echter, het beeld van de toerist als Koning Klant belemmert dit. Deze klant staat op zijn rechten en laat zich leiden door mode ontwikkelingen; deze klant wil steeds meer luxe, zelfs meer dan hij thuis gewend is en al helemaal meer, dan men op de bestemming kent en deze klant heeft nog steeds de neiging op vakantie dingen te doen, die hij thuis niet mag doen. Het wordt langzamerhand duidelijk, dat het beeld van de toerist als klant en de toeristen industrie als een alleen economische activiteit niet langer strookt met de werkelijkheid van een planeet, die urgent gered moet worden.

De miljoenen en miljoenen passagiers die tegenwoordig in de wereld rondreizen hebben allemaal een even grote verantwoordelijkheid voor het milieu, net zoals de vliegtuigmaatschappijen, hotels, busbedrijven of belevingsbronnen. Het is echter ook duidelijk, dat de meesten zich niet bewust zijn van enig kwaad. De profvoetballer die in de Champions League speelt, trekt zich weinig van milieu overwegingen aan, hoewel de topvoetballers tegenwoordig duizenden mijlen per jaar afleggen. Men houdt het erop, dat dit de verantwoordelijkheid van de vliegtuigmaatschappij is. Maar is dat wel zo? Als we de zaken vanuit een strict economisch oogpunt bekijken mischien wel: de vliegtuigmaatschappijen bieden iets aan en moeten verantwoordelijk voor hun product zijn; het economische standpunt benadrukt vraag, aanbod en marktprincipes. Het moge duidelijk zijn, dat het ‘klant’ idee een barrière vormt voor het besef bij reizigers, dat zij tenslotte degenen zijn die reizen en dus verantwoordelijkheid dragen wat betreft vervuiling.

3. De reizigers van nu

Ervan uitgaand dat toeristen gewone reizigers zijn, spelen de invloeden, die een reiziger kan hebben op het milieu, op een plaatselijke bevolking of op de economie van een land, zich op twee niveau’s af. Allereerst is er de reiziger, die door zijn keuzes van waar te gaan of wat te doen een duidelijke voorkeur kan aangeven aan de minst schadelijke activiteiten door het selecteren van infrastructuren (hotels bijv.) die milieu vriendelijk zijn; door bewust ervoor te zorgen, dat de baten zo veel mogelijk bij een plaatselijke bevolking terecht komen en in het algemeen door een kritiesche houding aan te nemen tegenover toeristische attracties en de erbij liggende infrastructuur.

Het tweede niveau betreft de reiziger, die met zijn gedrag op de bestemming zelf al een stuk kan helpen vervuiling tegen te gaan (o.a. door te vermijden veel plastic waterflesjes te kopen), zijn ‘voetsporen’ zo min mogelijk zichtbaar achter te laten, zijn airco niet op zijn kamer de hele tijd aan te laten staan, altijd het afval te scheiden en ook nog met een plaatselijke bevolking helpt mee te denken hoe zaken schoner gedaan kunnen worden.

Er zijn echter zaken die onder toeristen veel duidelijker naar voren komen dan bij reizigers in het algemeen. De tendens om steeds meer luxe te vragen, is heel duidelijk zichtbaar bij een groot deel van de toeristen, maar aanzienlijk minder bij de rest van de reizigers. Zoals in de supermarkten producten in fraaie en verleidelijke dure plastic verpakkingen te koop liggen (en de verpakking nog wel eens duurder wil zijn dan de inhoud…), zo wil de toerist steeds mooiere privee badkamers, jacuzzi’s, laatste model geruisloze airco, ijskast, minibar en kabel TV met groot scherm op de kamer hebben. Het gaat hier om vele extra’s die net als die mooie verpakkingen alleen maar schadelijk zijn en aan de beleving van de vakantie zelf nauwelijks bijdragen. Is dit een zaak van het hotel of van de gast? Moet deze toerist misschien niet afzien van zijn rechten als ‘klant’ en weer een normale reiziger worden, die geeft om het milieu, die inziet dat overmatig waterverbruik een plaatselijk milieu behoorlijk kan aantasten; die begrijpt, dat overdaad schaadt en dat de rekening van die schade pas aan de volgende generaties gepresenteerd gaat worden?

De vliegtuigmaatschappijen hebben het klant-idee als eerste opgegeven; onder invloed van de veiligheids problematiek sinds 2001 worden alle passagiers in een strak reisregime gestopt, waarbij het geen zin heeft zich te gaan beroepen op het feit, dat je klant bent. Onder druk van milieu kwesties zouden er op andere gebieden maatregelen moeten komen die over het begrip ‘klant’ heen reiken en van iedereen gewone reizigers, gasten of bezoekers maakt. De mensen die in de vliegtuigen, hotels of belbronnen werken, zitten niet meer in het toerisme, maar wel in de reisbranche en in plaats van het woord toerisme wordt al steeds vaker de ‘reiswereld’ genoemd.

Tot op heden – 2010 – houdt men nog steeds de scheiding aan tussen reiziger en toerist, zelfs tot op VN niveau (World Tourism Organisation). Hoewel men nog probeert het steeds wijder wordende begrip toerisme af te perken, door termen te gebruiken zoals berm toerisme of gezondsheids toerisme, worden zakenmensen nu al “officieel” tot toeristen gerekend worden en wordt het wel steeds moeilijker de reizigers en toeristen uit elkaar te houden en dezelfde VN organisatie zou spoedig beter de “World Travel Organisation” moeten gaan heten.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die maar mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Geef een reactie


8 + 1 =


Na de vakantie

Wanneer de toerist aan het einde van zijn vakantie weer thuis komt, zal hij nog een tijd de speciale atmosfeer van zijn vakantiebestemming voelen, maar tegelijkertijd begint het proces weer langzamerhand door de dagelijkse beslommeringen opgeslokt te worden.

Dan is er de etappe waarbij vrienden en familieleden bestookt worden met alle foto’s, dia’s en video’s, of houdt men zich bezig met de publicatie via Internet. Dit houdt ook in dat men indrukken en adviezen aan hen begint te geven, waarbij sommige zaken aanbevolen worden en andere juist niet. Deze verhalen, gebaseerd op zijn eigen reiservaringen, dienen dan later weer als informatie bron voor andere potentiële reizigers, zodat zij op hun beurt dezelfde vakantiecyclus kunnen doorgaan. Tenslotte krijgt iedereen het uiteindelijke resultaat te horen: een al of niet succesvolle vakantie. Zelden zal men horen “Dit nooit weer!” daar de vakantie keuze door de toerist zelf gedaan is en hij niet graag toegeeft dat hij misgekleund had.

Indrukken zullen langzamerhand vervagen, beelden en ervaringen beginnen over elkaar heen te glijden, men begint dingen te vergeten (vaak de minder goede ervaringen het eerst) en tenslotte zullen er bij de post-toerist alleen nog  een aantal algemene indrukken overblijven. Dit laatste proces kan maanden of zelfs jaren duren.

De vakantie is voorbij en het is nu maar zaak rijkhalzend naar de volgende uit te kijken.

Geef een reactie


7 × = 56


Het Beleven

Inleiding

Puffend en hijgend lopen zij het smalle bospad verder naar boven. De geluiden van krekels, muggen of vogels horen zij allang niet meer en het enige waar zij naar kunnen kijken is om te zien hoever het nog is. Bijna zijn zij boven, waar het woud zich opent en opeens het hele laagland zich openvouwt. Het open stuk wordt bereikt en er ontrolt zich dit majesteitelijk vergezicht: WOW !! zoals de Amerikanen zouden zeggen. Het overweldigende uitzicht beleven zij ademloos – en niet alleen vanwege de zware klim.

Het is dit moment – een climax – dat in sommige delen van de wereld de wow! reactie oproept en wij het ‘wow-moment’ noemen. Wanneer wij het over toerisme hebben, dan praten we in de eerste plaats om dit kernpunt van wat een toerist wil en waarvoor hij zolang gespaard heeft: de beleving van iets, dat niet in de streek of land van herkomst van de toerist ligt, waar hij naartoe moest reizen en waar hij op zijn minst één nacht geslapen heeft, oftewel in het kort: de vakantie. Hoe werkt dit wow-moment nu precies en wat houdt het beleven in het toerisme eigenlijk in?

De Beleving

Het sublime moment in het toerisme is het moment van beleven. Zoals men bij het nuttigen van een maaltijd voedingsstoffen en caloriën tot zich neemt, is er een soortgelijke opname van impulsen via de zintuigen. We trekken de analogie door en noemen de prikkels die de zintuigen ontvangen de opname van Belevings Caloriën – in het kort BelCal. Deze BelCal worden verwerkt door het brein. Een eenheid opgenomen en verwerkte BelCal heet een ervaring.

Het proces van opnemen van BelCal (het beleven dus, oftewel de consumptie van een toeristisch product in ons geval) en de verwerking tot een ervaring maakt gebruik van een intellectueel “spijsverterings” systeem, gebaseerd op referentiekaders en in het geheugen opgeslagen beelden, geur patronen, geluiden etc. Het zou veel te ver voeren in te gaan op de werking van de hersenen. We merken alleen op, dat de directe inname van impulsen in eerste instantie de rechterhelft van ons brein betreft (ook wat het ongedwongen genieten aangaat), terwijl de verdere verwerking ervan door de linkerhelft van onze hersenen wordt gedaan. Dat leidt dan tot, onder andere, gebeurtenissen die “al geweest zijn” en daardoor onderdeel gaan uitmaken van ons verleden, wat weer te maken heeft met zaken, die we ons daarna – op onze manier – kunnen herinneren. De linkerhelft van ons brein bepaalt in hoge mate ons “ik” gevoel en wie we wel zijn. Het rechtergedeelte geeft ons de mogelijkheid te zien, te ruiken, te voelen wat ons op dit moment omringt zonder dat er nog een directe ‘censuur’ van ons “ik” aan te pas komt. Om als toerist uit de eigen sociale omgeving weg te zijn en mensen en dingen om ons heen waar te nemen, zonder dat ons eigen “ik” daar een dominerende en interpreterende rol in speelt, is een van de mogelijke gevolgen van de opname van BelCal en dan denken wij er wel aan dat deze opname doorgaans vrijwillig is. De toegepaste criteria noemen we hier referentiekaders, die ook weer verband houden met het vermogen om te kunnen associëren en verder bedoelen we met het woord referentiekader alle sociaal en cultureel vastgelegde vormen en normen om informatie te verwerken. De toepassing van onze eigen criteria op het waargenomene wordt populair gezegd wel de verwerking van indrukken genoemd.

De opname van BelCal kan groter worden, wanneer het makkelijker is te associëren – oftewel de toerist in kwestie al enige referentie heeft aangaande wat hij op dat moment beleeft of probeert te beleven, met andere woorden wanneer er elementen herkend worden. Indien wat hij beleeft al geheel bekend is, dan zal de toerist weinig BelCal opnemen (“er valt niets nieuws te beleven”); dit kan voorkomen wanneer de toerist zich in een voor hem goed bekende omgeving bevindt, bijvoorbeeld zijn thuis plaats – maar in dat geval is hij geen toerist meer, daar een toerist juist ergens anders moet zijn om toerist te wezen.

Het andere uiterste is, dat een toerist in een voor hem volslagen nieuwe omgeving terecht komt, die zo totaal anders is, dat de toerist geen enkel referentiekader beschikbaar heeft noch beelden in zijn geheugen om op terug te vallen of om ook maar iets te associëren. Het proces van verwerking van BelCal is dan nauwelijks mogelijk en de toerist zal niet veel beleven: hij zal waarschijnlijk wat wazig en verbaasd om zich heen kijken en zich geen raad weten. Wat ook wel gebeurt in dit soort omstandigheden, dat de toerist angstig wordt en dingen eng begint te vinden. Dan is de opname van BelCal dus gering.

Gekoppeld hieraan is het fenomeen dat een toerist ook moet leren hoe hij de verschillen opspoort tussen zijn thuiswereld en zijn toeristische attractie omgeving. Als een toerist alleen ziet wat hetzelfde is als bij hem thuis, dan zal de opname van BelCal gering zijn. Het proces hoe het waargenomene te toetsen aan bestaande kennis is een oefening die voor een ervaren toerist veel makkelijker is dan degene die voor het eerst op een grote reis gaat. Een toerist moet in zekere zin leren hoe iets te beleven, hoe hij BelCal opneemt en hoe die te verwerken.

De mate van het opnemen van BelCal hangt dus af van de omvang van bestaande referentiekaders bij de toerist. Populair gezegd hoort men ook wel dat er iets herkend moet worden of ergens moet iets bekends in zitten en deze uitdrukkingen hebben betrekking op deze referentiekaders, die gedurende de vakantie verder gevoed worden, als ook op de in het geheugen opgeslagen informatie, beelden en geuren, met andere woorden gaat het om zaken, die men al “weet”.

Om dieren te kunnen ‘spotten’ bijvoorbeeld, moet men over een of meer beelden in het geheugen beschikken van een bepaald dier; indien men niet weet hoe dat dier eruit ziet, dan zal het heel moeilijk zijn dat dier op te sporen. De ervaren gids heeft tientallen beelden opgeslagen van een dier, en bij alles wat de gids ziet zal het hem makkelijker vallen een beeld van wat hij ziet te koppelen aan beelden die hij al in het geheugen heeft. ‘Opeens’ zie je het dier wat je zoekt, m.a.w. het beeld op het netvlies van dat moment komt overeen met een eerder opgeslagen beeld. Daarnaast speelt bij een gids uiteraard ook zijn biologische kennis een grote rol en weet hij waar hij moet kijken om een bepaald vogeltje te vinden. Er is de praktijk van wat we noemen ‘met je oren kijken’: in een bos kun je een dier soms makkelijker opsporen door geluiden dan door beelden. Ook voor geuren geldt dit.

Voor het opnemen van BelCal door een toerist zijn er een aantal randvoorwaardes die hier invloed op hebben:

  • - bestaande referentie kaders (o.a. gebaseerd op eerdere ervaringen, maar ook door films en televisie programma’s)
  • - verwachtings patronen (o.a. gebaseerd op brochures, reisgidsen, internet, films)
  • - emotionele gesteldheid van de toerist op het moment van het beleven – hij moet in de stemming zijn; indien hij bijvoorbeeld al moe is, dan wordt de opname van BelCal moeilijker. Dit geldt ook voor gemoedsgesteldheden zoals angst, argwaan, wanhoop, bezorgdheid, onwennigheid, etc.
  • - de toerist moet goed voorbereid zijn, het juiste schoeisel dragen, de kleding die bij de beleving vereist is, mogelijkerwijs een verrekijker, etc.

Een aantal externe factoren zijn:

  • - lokale condities (o.a. weersgesteldheid; indien op het moment van beleven het hoost van de regen, zal de opname van BelCal vermoedelijk gering zijn – of het moet vanwege de indrukwekkende regen zelf zijn, dat er enige BelCal opgenomen worden – een zware tropische regenbui is in zekere zin een belevenis)
  • - aanwezigheid van een lokale gids, die het proces van het opnemen van BelCal kan vergemakkelijken, aannemend dat de gids inspeelt op de referentiekaders van de toerist. Als de gids bijvoorbeeld een lange opsomming geeft van de wetenschappelijke benaming van een reeks planten, dan kan het potentieel aantal op te nemen BelCal gering worden voor de doorsnee toerist – alhoewel machtig interessant voor een bioloog.

Het moment van beleven kan op verschillende wijze gedaan worden:geheel alleen (men is dan geheel afhankelijk van eigen observatie vermogen en referentiekaders);

    • met een partner, waarbij het referentiekader van de ander hulp kan bieden bij de observatie en beleving; ook kan men direct hardop commentaar leveren, wat een bevestiging inhoudt van het waargenomene;
    • met kinderen: zij dienen geholpen te worden het een en ander te observeren, te associëren en daardoor te beleven; het uitleggen van iets kan de opname van BelCal zelfs antameren;

    • met een groep mensen: hierdoor wordt de uitwisseling van referentiekaders verhoogd, maar ook de dominerende invloed van sommige ervan;
    • met een groep onder leiding van een gids: deze laatste helpt de mensen het een en ander in een referentiekader te krijgen (oftewel meer begrip te kweken); de gids helpt dus, zodat het product meer beleefd kan worden door een hogere opname van BelCal.
Koffie en suiker

De uitleg van een professionele gids kan de opname van Belcal bevorderen – hier aangaande koffie en suikerriet.

De BelCal die de toerist opneemt kunnen van diverse aard zijn. Allereerst neemt men BelCal in via de zintuigen: beelden, geluiden, reuk, temperatuur, tast en smaak. Daarnaast is er de lichamelijke inspannig, en dit kan een wandeling betreffen of een raft, boomtop zwiepen, fietsen, paardrijden, zwemmen etc.

Dan is er de sociale intuitie en het gedragspatroon die een belangrijke rol spelen. Sociaal contact kan een heel belangrijke bron vormen voor de opname van BelCal. Bij veel toeristen is dit zelfs de belangrijkste bron: het ontmoeten van mensen blijft vaak in het geheugen het langst hangen in een belevingswereld.

De toeristische attractie die geconsumeerd wordt in het toerisme dient een potentieel te bezitten zodat de toerist BelCal kan innemen. De belevingswaarde van een toeristisch product wordt gemeten naar het potentieel op te nemen aantal BelCal. Echter, het meten van BelCal is een weinig tastbare zaak. Indien er BelCal vallen op te nemen alleen door één zintuig (bijv. bij een vergezicht), dan nemen we aan dat het aantal op te nemen BelCal geringer is dan in het geval er meerdere zintuigen bij betrokken zijn. Een gids kan bij zijn uitleg van de verschillende aspecten en historische achtergrond van dat vergezicht het aantal op te nemen BelCal wat verhogen, maar na enige tijd neemt de toerist niets meer op en is hij wat we noemen “uitgekeken”. In die gevallen dat er meerdere zintuigen tegelijkertijd “aan het werk zijn” dan nemen we aan dat het aantal BelCal die opgenomen kunnen worden ook toeneemt.

Dan is er het element van actie. Als iets statisch is, dan raakt men er eerder op uitgekeken; is er echter van verandering sprake, dan kunnen we gedurende langere tijd BelCal opnemen. Naar een grote waterval waar we het water tot beneden aan toe zien neerplenzen kunnen we langer kijken dan naar een traag stromende rivier. Daarom nemen we aan, dat het aantal op te nemen BelCal voor een toerist die op het strand zit wat minder is dan voor de toerist die in een bos wandelt, waar men vele dieren kan zien, een waterval bezoekt, een aantal mooie uitzichten aandoet en ook nog een oude ruine bewondert.

Aan het strand kan men weliswaar eindeloos naar de rollende branding blijven kijken, maar in de herinnering blijft alleen de atmosfeer hangen door middel van vele over elkaar geschoven beelden en het kijken naar de branding levert geen eindeloze reeks ervaringen op. Het strand wordt dus juist gezien om uit te rusten – met andere woorden om BelCal te verwerken en niet om nieuwe dingen te beleven. Vaak nemen toeristen aan het einde van hun vakantie een paar dagen aan het strand om de opgenomen BelCal te kunnen herkauwen, tenzij hun vakantie licht verteerbaar is geweest – een paar toeristische hoogtepuntjes en verder niets, in welks geval men op het strand ligt om nog wat bruin te bakken, nemen we aan. Het werken aan de huidskleur mag dan een van de redenen voor een vakantie zijn en een toerist mag zich populairder voelen met een mooi kleurtje, het verrijkt de ervarings wereld niet.

Bij het meten van het potentiële opname niveau van BelCal speelt ook de lichamelijke inspanning van de toerist een rol. De inspanning op zichzelf (lichamelijke oefening dus) zou al opname van BelCal kunnen betekenen, zeker indien met beziet waar dit gebeurt. Daarnaast vormen activiteiten zoals raften, bergklimmen of skiën (en dan nog niet eens te spreken van het simpelere wandelen) een combinatie van de ervaring van het lichamelijk bezig zijn en de opname van BelCal via oog en oor in eerste instantie, maar ook via andere zintuigen.

 

rafting

Avontuurlijke activiteiten kunnen leuk zijn voor toeristen, maar niet meer dan een paar keer…

 

Er is ook het effect dat men ergens teveel van kan opnemen. Een trektocht door de Alpen kan zoveel mooie uizichten opleveren, dat men verwend wordt en het niet meer raakt. Er bestaat een verzadigings punt bij het algemene publiek Als bij een plaats het paardrijden de belangrijkste BelCal bron is en de volgende plaats die de toerist bezoekt is dat weer het geval, dan kan de gemiddelde toerist wel eens genoeg krijgen van al dat gepaardrij – tenzij het een fervent paardensport liefhebber betreft. Degenen die rafting als sport beoefenen, kunnen hier niet genoeg van krijgen, maar de gewone toerist wèl. De toerist zal dus een zekere variëteit zoeken wat zijn toeristisch dieet betreft en de aanbod kant van het toerisme dient dit te weten en erop in te spelen.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

 …

Geef een reactie


− 1 = 6