Al lang verkeert het vakantietoerisme in de greep van het economisch denken en sociologisch onderzoek. Op deze website wordt een gebalanceerder inzicht aangehouden: de toeristen zelf en hun ontmoeting met hun vakantiebestemming. De toeristen nemen wat hen aangereikt wordt en gebruiken dit voor hun eigen doeleinden; het zijn deze doeleinden die ons het meest interesseren en meer dan 25 artikelen op deze website gaan daar nu juist over: het toerisme van de toeristen.

Onder het hoofdje "Toerisme" is een nieuw artikel van mij toegevoegd over Klimaatsverandering (Juli 2020).

In februari 2020 heb ik een nieuw artikel toegevoegd in de rubriek "Toerisme" getiteld "Fenomenologie en het Toerisme".

Fotografie en het Toerisme

Foto’s en toeristen

       Sinds de digitale fotografie in opmars is, wordt het steeds duidelijker, dat de moderne toerist eigenlijk niet meer zonder camera met vakantie kan gaan. Terwijl in de tweede helft van de 20ste eeuw men nog met zo’n vijftig of 100 foto’s genoege nam, worden er nu per vakantie makkelijk 1000 geschoten – met een duidelijke tendens dat alles wat ook maar enigszins anders lijkt dan men in de thuis omgeving gewend is, direct op de gevoelige sensor vastgelegd wordt. Het moet duidelijk zijn, dat de rol van de foto in de vakantie en voor de toerist zelf ook veranderd moet zijn. Er bestaat hierover echter geen duidelijkheid en er ontbreekt veel onderzoek om vast te kunnen stellen in hoeverre de camera de vakantie beïnvloedt of dat de toerist nog steeds de baas over zijn camera is.

       Daarbij bestaan de “ouderwetse” toeristen ook nog – en in grote hoeveelheden -, die ondanks dat ze gratis 1000 keer hun vinger op het sluiterknopje kunnen drukken, dat niet doen en slechts spaarzaam hier en daar een kiekje maken.

       Laten we het hele fenomeen eens nader bestuderen tegen het daglicht van het toerisme van de toerist: de invloed van belevingsbronnen en van de verwachtingen van toeristen op de fotografie en vice versa.

De foto

       Wat een foto tegenwoordig is, kan al onduidelijkheden opleveren. De meeste foto’s overleven de etappe niet om even snel op een mini-schermpje bekeken te worden en daarna in een vroeger of later stadium uitgewist te worden. Daarna komt de foto misschien op het computerscherm – over de betere foto´s hebben we het dan. De hele bijzondere foto´s halen de etappe van gedrukte vorm in verschillende formaten. Dan praten we over de topfoto’s. Wat vooral in de 21ste eeuw naar voren is gekomen is de foto als beeld-op-een-scherm, terwijl de gedrukte versie behoorlijk aan belang ingeboet heeft. Ook toont men steeds meer de vakantiefoto’s op internet – ongetwijfeld tot opluchting van vrienden, kennissen en familieleden, die vroeger met fotoalbums of dia reeksen bestookt werden.

       Het is interessant te zien, dat op een of andere wijze de foto meer een beeld is geworden dan een plaatje, voornamelijk door de hoeveelheid ervan. Toeristen nemen tien foto´s van hetzelfde, wissen met zekere tegenzin er vijf van en twijfelen verder, welke van de overige vijf de beste is. Deze vijf plaatjes samen vormen één beeld.

       Wat is dit beeld en wat is de rol ervan? Ik ga er hier vanuit, dat een foto een gefragmenteerde en subjectieve documentering is van tastbare en niet-tastbare herinneringen, waarbij tegelijkertijd twee werelden worden opgeroepen: de materiële en de immatiërele. Het beeld suggereert ons iets van de werkelijkheid, maar tegelijkertijd presenteert het ons een symbool wat voor uitleg vatbaar is.

       Het is natuurlijk zo, dat wanneer een toerist een foto neemt, hij zijn eigen ideeën en visies laten meespelen op het moment dat hij de sluiter indrukt. Elke foto door een toerist genomen is in wezen beladen met een symbolische betekenis of waarde en heeft geen objectieve betekenis meer. De reden waarom iemand van een zeker fenomeen een foto maakt en de manier waarop de foto gemaakt wordt laat al de visie van de fotograaf zien, van zijn gedachtengoed en referentie kaders. Op het moment dat een plaatje ontstaat is het juist dat: een plaatje en is de band met de realiteit al verbroken. Dit plaatje zal verder de herinnering bepalen, terwijl de oorspronkelijke beelden van de werkelijkheid zoals die door de toerist zelf waargenomen zijn zullen vervagen – onder andere door gebrek aan herbevestiging, daar foto’s steeds weer bewonderd kunnen worden, maar dat met de werkelijkheid niet kan, omdat de toerist allang weer thuis zit.

       Wat beelden in het toerisme betreft, is er van een cyclus sprake. Wanneer de toerist besluit, dat hij naar een zekere streek met vakantie wil gaan – Patagonia bijvoorbeeld – dan komen er allereerst beelden in zijn geheugen te voorschijn van penguïns of gletschers, misschien heeft de toerist het boek van Paul Theroux de “Patagonia Express” gelezen of heeft hij op de televisie bij het sportnieuws iets van een autorally daar gezien. Het zijn concrete beelden en indrukken (oftewel materiële en mentale beelden) die in ons geheugen liggen opgeslagen, en die dan bij elkaar geharkt worden om zo onze eerste verwachtingen over Patagonia op poten te zetten. Daarna worden die met informatie van buitenaf verder gevoed. Deze informatie heeft vaak de vorm van fotobeelden en helpt verwachtingen verder te ontwikkelen.

Moreno foto

Kijken betekent vaak verbeelden in het toerisme. Bij het beleven wordt de waarneming met het blote oog soms ondergeschikt gemaakt.

        Wanneer men eenmaal in Patagonia is, begint het proces van het toetsen van bestaand beeldmateriaal in het geheugen, en tegelijkertijd komt er het zelf-geschoten beeld materiaal bij. Tenslotte aan het einde van de vakantie wordt het beeldmateriaal verder bestudeerd en dient dan onder andere voor de volgende vakantie in de vorm van ervaringen, maar ook voor vrienden, collega’s of familieleden die uit die beeld-bron weer putten om hun verwachtingen over Patagonia verder te voeden, waarmee de cirkel rond is. De beelden worden nadien alleen nog gebruikt als kapstok voor de vakantie herinneringen, en na enige tijd vervagen de herinneringen en denkt men vaak alleen nog maar terug aan de momenten die op foto’s vastgelegd waren: de foto’s nemen de plaats van onze werkelijke herinneringen in. Er zijn gevallen waar de werkelijkheid zo indrukwekkend was, dat die in het geheugen blijft domineren. Het blauw van een gletscher is zo intens, dat dit nauwelijks op een foto tot uiting komt, maar wel – bij mij althans – in het geheugen gegrift blijft.

       Natuurlijk kunnen er bij deze cirkel toeristen tussen zitten, die fases overslaan. “Hoe was je reis naar Patagonia?” “Sorry, dat weet ik niet, want ik heb de foto’s nog niet gezien” is een mogelijkheid, als ook de wanhopige uitroep van een gefrustreerde toerist “Had ik maar meer foto’s genomen, dan had ik me meer herinnerd!”. De rol van het beeld (materieel als ook mentaal) in het toerisme is tegenwoordig zo goed als onlosmakelijk ermee verbonden – althans wat het georganiseerde toerisme betreft. Verderop zullen we zien, dat de toerist die er zelf op uit trekt, daar vooralsnog andere vormen van gedrag bij heeft.

De toerist als fotograaf

       Bij het fotograferen door toeristen zijn er drie fases te onderscheiden. Alleereerst is er de toerist als fotograaf, dan is er het moment van het nemen van een foto met alle beweegredenen erachter en tenslotte is er de etappe van het gebruik van de foto’s, waar ze voor dienen en wat er tenslotte mee gedaan wordt.

       Laten we eerst naar de toerist kijken als fotograaf. De foto mag dan zo’n grote rol in het toerisme spelen, de zaak begint echter bij de fotograaf, zijn camera en zijn relatie tot zijn directe sociale omgeving. Dit laatste betreft familieleden of vrienden en wanneer men in een groep reist, betreft het de medereizigers. Vooral in dit laatste geval is de kwaliteit van de camera een belangrijk punt. Er is een snel groeiend aantal toeristen, die de camera als visitekaartje beschouwen tegenover medereizigers en dit ook graag als zodanig presenteren. Doorgaans betreft het dure merken en daarnaast het aantal “attachments” en extra dingetjes dat men meesleept. Dit wordt dan verder onderstreept met de extroverte wijze, waarop een “mooie” foto gemaakt wordt, de standjes met de camera, even op de buik gaan liggen (“de goede fotograaf moet lijden”) en vooral het luidruchtig commentaar over de speciale instellingen van de camera. Van belang is te kunnen laten zien hoeveel de camera kan in- of uitzoemen en de soorten filters waar het apparaat over beschikt. Daarbij wil men tegenwoordig ook wel eens met twee camera’s werken: er is de dure en daarnaast heeft men ook een simpelere automatische achter de hand voor het snelle of plotselinge werk. Er is een groeiend aantal toeristen die zich hele of halve professionele fotografen wanen – een onlosmakelijk deel van de vakantie dus.

       Daarnaast zijn er de verhalen over hoe men door een toevallige samenloop van omstandigheden een bepaalde “fantastische” foto heeft kunnen maken. Het klinkt dan bijna als de vroegere jachtverhalen en de foto dient als jachttrofee. Centraal in die verhalen staat het oog van de toerist, die op het goede moment het “plaatje “ zag dat geschoten kon worden. Voor buitenstaanders zijn dit soort verhalen niet echt interessant, maar daardoor juist versterkt het dat unieke vakantie gevoel van wat men al niet meegemaakt heeft, wat niemand anders kan begrijpen.

       Er is tenslotte nog een zekere houding bij het gebruik van de camera, die we hier moeten bezien. Wanneer men in den vreemde is, kan men vaak op zijn hoede zijn, zich onzeker voelen of bang zijn, dat er negatief op de aanwezigheid van de toerist als mens gereageerd wordt. De oplossing voor deze situatie is voor de hand liggend: de toerist verbergt zich achter zijn camera. Hij probeert een gezicht te trekken van “ik ben er niet” en vermijdt direct contact met de mensen die gefotografeerd worden. De toerist voelt zich een neutrale waarnemer en denkt (verborgen achter zijn camera) dat hij niet interrumpeert en zo een authentieke foto kan maken. De camera speelt mischien zelfs steeds meer de rol van intermediair tussen werkelijkheid en toerist, niet alleen in de zin dat de genomen foto eigenlijk al geen werkelijkheid meer betreft, maar dat de fotograaf achter zijn camera diezelfde werkelijheid ook ontloopt: Zij > Mijn camera > en Ik.

 

suiker verwerking

De toerist die in de achtergrond aan het filmen is speelt de rol van buitenstaander en probeert niet op te vallen.

       Hier dient overigens aan toegevoegd te worden dat er ook toeristen bestaan, met een bijna tegenovergestelde houding: zij verontschuldigen zich voor het nemen van een foto en stoppen daarna de camera snel in hun tas en bewerkstellen hiermee mogelijk sociaal contact. Vooralsnog vormt deze groep toeristen nu een minderheid, wat vroeger wel eens anders geweest is.

 

 

Het nemen van de foto

       Zoals eerder aangegeven was, is er een verschil tussen de redenen voor het nemen van een foto en wat er tenslote met die foto gedaan wordt. De beweegredenen voor het nemen van een foto zijn van velerlei aard en hangen uiteraard in grote mate van de fotograaf zelf af. Toch zijn er algemene tendensen waar te nemen.

       Het opvallendst is uiteraard de neiging om van een toeristische attractie een foto te nemen met zichzelf direct op de voorgrond of anders de partner of familieleden. Voor deze tendens zijn verschillende verklaringen. Als het om een toeristisch hoogtepunt gaat, is er de noodzaak om die foto zo te maken, dat het duidelijk is dat de foto door de toerist genomen is en niet weeeeer een foto uit de brochure. Men zet zich tegen het materiële beeldmateriaal af, wat van tevoren ontvangen was. Iedereen weet, dat er van die beroemde gletscher duizenden foto’s gepubliceerd zijn, maar elke toerist wil wel dat unieke plaatje hebben met hemzelf op de voorgrond om duidelijk te maken dat het hun foto is (of tenminste met hun camera gemaakt) en dat zij daar daadwerkelijk gestaan hebben.

       Dat is een van de redenen, waarom de toerist graag zichzelf op de foto ziet met als achtergrond een toeristische belbron of zelfs een echte “highlight”. Een tweede reden die hierachter ligt, is dat de toerist iets van het moment wat hij beleeft wil vasthouden. Hij wil er een tastbare herinnering aan overhouden, en de foto van een belbron met jezelf ervoor is een van de manieren om aan te geven: Ik was hier! Netzo als men vroeger dit in een boomstam kerfde of op een muur krabbelde – met datum.

       De aard van het beeld neigt bij de meeste toeristen naar het idyllische, het schilderachtige, het indrukwekkende of het bijzondere. Men manouvreert de camera zo, dat de vuilnisbak er net niet opkomt en men risikeert het leven om een lantaarnpaal te vermijden die een vergezicht blokkeert. De wat professionelere fotografen zullen met de instelling van hun camera kleuren zo warm mogelijkheid proberen vast te leggen. Het correspondeert allemaal met het ideale vakantie beeld en daarmee ook met datzelfde geïdealiseerde beeld wat de reisbrochures of internet advertenties van die bestemming schetsen. Men wil allereerst zien wat verwacht wordt en dat verwachtingsbeeld met bijbehorend beeldmateriaal domineert vaak meer de vakantiebeleving dan de werkelijkheid zoals een toerist die via de opname van BelCal zou kunnen beleven en ervaren. Veel mensen vragen zich vaak gedurende de vakantie af, hoe het zou zijn om in zo’n schilderachtig dorpje te wonen. Men probeert hierbij het authentieke te zien en de toerist heeft een algemene neiging zich af te sluiten van alles wat lelijk zou kunnen zijn. De droom van het oorspronkelijke, het ouderwetse en het authentieke leeft nog steeds sterk onder de Westerse bevolking en dit komt vaak tot uiting bij het nemen van foto’s.

       Er zijn tegelijkertijd hele andere mechanisme aan het werk bij het fotograferen gedurende een vakantie. Er bestaat ook het fenomeen van de sluiter-drang. De toerist die zijn vinger niet meer van het knopje weg kan halen en maar door blijft klikken. Er kan het moment bereikt worden, dat de toerist zelf niets meer opneemt en alleen nog de wereld via zijn kleine cameraschermpje bekijkt. Zoals een klein kind met zijn vingertje alles aanwijst wat hem opvalt, wijst de toerist met zijn camera naar alles wat anders is dan zijn thuis omgeving en met het vingertje wordt het sluiterknopje ingedrukt. Bij dit soort toeristen worden de foto’s overigens weinig bekeken. Het nemen van de foto is hier van belang, en niet het beeld wat men op die manier vastlegt.

       Verder speelt vaak in het achterhoofd van de toerist, dat men graag de beelden wil delen met vrienden en bekenden. Men stelt zich voor hoe een bepaalde vriend op zo’n situatie zou reageren en men wil hem deelgenoot maken. Het willen delen van die ene ervaring mag dan een reden zijn, wat er ook vaak bijkomt kijken is, dat men aan dezen en genen wil laten zien hoe speciaal hun vakantie geweest is en wat voor fantastische foto’s zij wel niet gemaakt hebben. Dit is het soort egocentrisch gedrag, dat men steeds vaker schijnt te zien: erg ver gaan in de poging spectaculaire foto’s te nemen om vriend en vijand thuis de ogen uit te kunnen steken. In de praktijk lukt dit doorgaans niet, maar op het moment van het nemen van de foto speelt dit bij veel toeristen een rol.

       Bij steeds meer toeristen speelt de wens om zoveel mogelijk interessante of bijzondere dingen te willen zien om de kans te hebben er een foto van te maken. Als je een toeristisch hoogtepunt mist, dan mis je vooral de kans er foto’s van te maken. De teleurstelling wanneer door slecht weer een uitbarstende vulkaan niet gezien kan worden is niet zozeer om de beleving die men mis loopt, maar om de foto’s die niet genomen kunnen worden en men met lege handen huiswaarts moet keren. Verwachtingen en bijbehorende beelden spelen vaak een dominerende rol in een vakantie.

Het gebruik van de foto’s

       Wat de beweegredenen van de toerist ook geweest moge zijn op het moment dat hij een bepaalde foto nam, wat er tenslotte met dat beeld of plaatje gebeurt is een heel ander verhaal. De meeste toeristen beslissen pas na de vakantie wat ze met de foto’s gaan doen, daar de meesten zich pas dan bewust worden van het potentieel dat het fotomateriaal heeft. Het betreft hier een van de vele verschillen tussen de professionele fotograaf en de toerist.

       De toerist selecteert zijn foto’s gedurende en vooral na de vakantie. Deze selectie betreft allereerst de slechte of mislukte foto’s en die foto’s waarvan de toerist zich allang niet meer herinnert wat hij probeerde te fotograferen (het zoekplaatje van een groot bos waar je het vogeltje maar op moet zien te vinden). Het wissen doet de gemiddelde toerist met tegenzin, maar het is een noodzakelijk karwij vanwege de hoeveelheid foto’s. Een enkele keer kan een geheel wazige onderbelichte foto nog als “screensaver” dienen, maar het overgrote deel van foto’s wordt gewist.

 

screen

Een slechte foto (door een nat autoraampje genomen) kan toch opeens een kunstwerk blijken te zijn – of juist niet.

       De selectie van de “goede” foto’s is heel persoonlijk, uiteraard. Er wordt een selectie voor het plakboek gemaakt, wat tegenwoordig steeds meer een internet gebeuren is. Met andere woorden heeft de toerist vrienden, collega’s en familieleden in gedachte bij de selectie. Dan speelt een zekere ijdelheid ook een rol. Een foto waar je volgens jezelf lelijk opstaat wordt vaak wat sneller gewist, ondanks de vaak indrukwekkende achtergrond ervan.

       Daarnaast wil men ook laten zien hoe mooi de foto’s wel zijn, en het begrip mooi slaat dan vaak op het bijzondere object of fenomeen wat gefotografeerd is dan op de technische kwaliteit. De topfoto’s hebben uiteraard beide. Er is een groeiend aantal toeristen die proberen hoge kwaliteit foto’s te maken en dit graag aan iedereen laten zien. Dat hier misschien ook het gevoel meespeelt van het laten zien hoe bijzonder de vakantie wel geweest was en wat voor ongelofelijke avonturen men beleefd heeft helpt het ego en zelfvertrouwen van veel toeristen.

       Een ander punt is dat van de herinneringen. De foto dient allereerst als kapstok voor vakantie herinneringen en bij het zien van een foto komt de hele omgeving en situatie weer voor de geest. Het beeld van Truus die uitgegleden in de modder ligt kan nog jaren lang in de familie circuleren en hoewel het noemen van het voorval niet direct een lach op het gezicht teweeg brengt, is bij het aanschouwen van de foto ervan dit wel het geval. Het betreft een interessante wisselwerking, waarbij foto’s allereerst dienen om zich iets te herinneren, maar na enige tijd sterker worden dan de herinneringen en die langzamerhand verdringen. Na enige tijd herinneren we ons het meest waar we foto’s van hebben.

       Degenen die weinig of geen foto’s gedurende een vakantie nemen, hebben het probleem hoe zij de herinneringen geordend kunnen houden als er geen tastbare zaken zijn om die herinneringen op te roepen. Men moet dan herinneringen aan elkaar koppelen, zodat wanneer men zich iets herinnert (vaak veroorzaakt door een observatie van buitenaf) er een hele reekse gekoppelde herinneringen tevoorschijn komen.

Een hele andere beweegreden kan de historische invalshoek zijn. Men wil een foto bewaren om een zekere historische waarde, om die aan kinderen en kleinkinderen te laten zien of om het idee vast te leggen hoe iets vroeger was. Daarmee gekoppeld kunnen foto’s ook de functie van dagboek hebben, al is het alleen maar om ervoor te zorgen dat de toerist zich de volgorde van de verschillende voorvallen herinnert.

       De foto is een tastbare herinnering en bij de selectie ervan is de post-toerist zich hiervan goed bewust. In hoeverre later de herinnering gekoesterd wordt of de foto is interessant onderzoeksterrein.

Foto’s en de beleving

       In de reeks pre-toerist / toerist / post-toerist spelen allereerst de verwachtingen een cruciale rol. De toerist begint ermee en tot aan het einde van de vakantie spelen die een rol, ook bij de uiteindelijke evaluatie van de vakantie. Verwachtingen zijn voor een groot deel op beelden gestoeld en daarmee wordt de foto van groter belang. Dat betreffen foto’s die door toeristen organisaties aangerijkt worden en de foto’s van de toeristen zelf.

       De toerist ziet vaak alleereerst wat hij wil zien en verwacht te zien. Wanneer een toerist ergens nauwe verwachtingen van heeft (m.a.w. heeft hij al een duidelijk beeld van wat hij gaat beleven) dan zoekt het oog van de toerist en daarmee zijn camera eerst wat hij al eerder – op foto’s of ander beeld materiaal – gezien heeft. Dit gebeurt vooral bij de hoofd- en nevenbelbronnen, die doorgaans goed gedocumenteerd zijn en waarvan de toeristen al veel afweten – hun vakantie keuze kan hier zelfs op gebaseerd geweest zijn.

       De toeristen met brede verwachtingen (m.a.w. die geen duidelijk beeld hebben van wat hen te wachten staat) of helemaal geen moeten eerst eens goed alles in zich opnemen, voordat ze met het maken van foto’s kunnen beginnen. Dit doet zich vooral voor bij de gedeelde en toevallige belbronnen, waarbij alles wat er onder een plaatselijke bevolking voorvalt geschikt fotomateriaal voor een toerist kan opleveren. Het is juist bij dit soort foto’s, dat de interpretatie van de toerist een belangrijke rol speelt. Dat geldt niet alleen voor de selectie van het onderwerp van de foto, maar ook de manier, invalshoek en compositie van het plaatje zelf. Een toevallig voorval laat de toerist vaak weinig keus dan zo snel mogelijk zijn camera te grijpen en maar foto’s te nemen, om later te zien of die gelukt zijn of niet. Het betreft hier het soort belbronnen waar het bijna onmogelijk is dat de toerist zichzelf breed uit voor op de foto plaatst. Met andere woorden kunnen we stellen, dat bij gedeelde en toevallige belbronnen het soort foto anders is dan bij de hoofd- en nevenbelbronnen. Het is ook het verschil tussen de foto’s die een hele bewuste keuze van de toerist uitstralen, tegenover de toevallige en haastige genomen plaatjes, die juist daardoor vaak eerder als een kapstok voor herinneringen functioneren. Overigens, bij het haastige genomen plaatje hoopt de toerist toch vaak stiekem, dat het een topfoto blijkt te zijn.

       Er speelt hier nog iets. Een belevingsbron kan geheel object gerelateerd authentiek zijn, maar in het toerisme is dat vaak niet het geval. Wat bij een belbron van belang is, is het verhaal wat erbij verteld wordt en het licht waarin het ding of fenomeen gezet wordt. Dit soort authenticiteit-met-een-verhaal wordt de symbool gerelateerde authenticiteit genoemd en deze speelt een enorm belangrijke rol in het toerisme. Hoofd- en nevenbelbronnen zijn voor toeristen aangelegd of indien ze al bestonden van de nodige toeristische infrastructuur voorzien. Wat voor een toerist op een gegeven moment van belang wordt, is het verhaal rond het ding of fenomeen, meer nog dan het ding zelf. Ook hier spelen de verwachtingen een cruciale rol en zeker hoe die verwachtingen door reisoganisaties bijgesteld zijn. Wat is hiervan op een foto terug te vinden? De authentieke indianenstam, die nog wel enigszins indiaans blijkt te zijn maar allang niet meer authentiek, kan een enorme teleurstelling bij de toerist teweeg brengen. Echter indien het verhaal erom heen duidelijk maakt dat de moderne indiaan zich voor de toerist aankleedt om hem te laten zien, hoe zijn voorzaten geleefd hebben, kan dit wel degelijk tot een authentieke ervaring bij de toerist leiden en kunnen er ongetwijfeld mooie en interessante foto’s genomen worden. Later bij thuis komst zal het verder moeilijk te onderscheiden zijn, in hoeverre de indianen op de foto authentiek zijn, of zich slechts voor de gelegenheid verkleed hadden. De foto is in wezen niet in staat een verschil te maken tussen object gerelateerde authenticiteit en de symbool gerelateerde. Hier zien we het enorme verschil tussen het moment van het nemen van een foto en wat er daarna met die foto gebeurt. De foto geeft slechts één beeld wat objectief authentiek kan zijn of niet – het beeld geeft zijn geheim niet prijs. Wat echt is en wat echt lijkt glijdt bij een foto over elkaar heen. Wat wel duidelijk is, dat een foto in die zin kracht heeft: men interpreteert een foto maar al te snel als zijnde waar en men gelooft maar al te gemakkelijk wat er op de foto lijkt te staan.

       Een punt is verder wat belangrijker geacht wordt: het beleven zelf of de tastbare en niet-tastbare herinneringen die men eraan overhoudt; met andere woorden het gevoel, dat als er van een avontuur geen foto gemaakt is, men het eigenlijk ook niet beleefd heeft. Natuurlijk is dat niet waar, maar de werkelijke beleving en resulterende ervaringen kunnen verstrengeld raken in de meer of mindere tastbare op foto’s gebaseerde herinneringen, waarbij deze laatste op langere termijn neigen de overhand te krijgen. Indien men van een voorval geen foto heeft, kan dit sneller uit het geheugen verdwijnen, althans zo ervaren vele mensen dat. Daarom wordt er wel gezegd, dat het fotograferen de vakantie vorm geeft – wat zeker is dat het helpt de vakantieervaring te vormen. Hetzelfde geldt voor de mensen die zekere bezienswaardigheden niet willen missen, omdat anders de kans op mooie foto’s gemist wordt.

Geen foto’s

       Er zijn ook groepen toeristen, die weinig of geen foto’s maken. De gemiddelde rugzak toerist zal weinig foto’s maken, als hij dat al doet. Het gaat niet samen met de stijl van reizen, waar het terloopse en toevallige de hoofdrol speelt. Ontmoetingen met mensen zijn belangrijk, en de weinige foto’s zullen dan de mensen betreffen die men onderweg (toevallig) tegengekomen is.

       De hele idealistische toerist (zie TL-schaal) zal doorgaans ook voorzichtiger met de camera omgaan. Bij plattelands toerisme bijvoorbeeld, wanneer men bij een boerenfamilie slaapt, zal men niet de hele dag plaatjes lopen te schieten. Ook hier geldt, dat het om gedeelde belbronnen gaat en de toerist van tevoren eigenlijk nauwelijks een idee heeft wat hem te wachten staat.

       Er zijn ook de toeristen die eigenlijk geen toerist zijn. De zakenman die het weekend in een vreemd land moet doorbrengen, speelt dan twee dagen even de toerist, maar zijn gedrag is anders, en wat foto’s betreft zal hij er geen of weinig nemen. Zakenmensen stellen zich mentaal niet op het fotograferen in. Zo zijn er vele toeristen die slechts voor een paar dagen op pad gaan en vaak om heel andere redenen op een bestemming zijn.

       Desalniettemin is voor het overgrote deel van de toeristen de foto een onmisbaar onderdeel van de vakantie geworden en geeft deze de toerist de mogelijkheid beter zijn eigen vakantie vorm te geven. In hoeverre daarbij het fotograferen de vakantie domineert of andersom blijft daarbij nog steeds een interessante vraag.

       Tenslotte kan nog opgemerkt worden dat alles wat hier uiteen gezet is ook geldt voor video’s en digital filmmateriaal.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

One Response to “Fotografie en het Toerisme”

  1. Wat heerlijk zo’n analyse van dus ook mijn eigen fotografeer-”woede”. Heel nuttig en relativerend vooraf om op reis “straks weer aan de gang te gaan”. In elk geval met meer vragen over het waarom van dat verwoede fotograferen! Mijn beleving NU, vooraf van een land, bevolking, flora, fauna etc. versus mijn beeld straks, NA afloop en de voldoening over de mate van verschil bij die herbeleving straks. Dat moet dus het ultieme vakantie-gevoel zijn, want ook fotograferen ga ik wel degelijk. Deze vakantie betreft immers een goed betaalde en wel bestede invulling van een fragment van mijn levensloop, welke mij gelukkiger maken moet. Als ik thuis later weer “gewoon” doorga met verder leven, dan wil ik de ervaring van die korte periode kleurrijk kunnen oproepen. Dat zal zeker beïnvloed worden door het voorgaande verhaal over fotograferen. Dank daarvoor Marien; het vertelt immers ook zo veel over jou.

Geef een reactie


× 1 = 3