Al lang verkeert het vakantietoerisme in de greep van het economisch denken en sociologisch onderzoek. Op deze website wordt een gebalanceerder inzicht aangehouden: de toeristen zelf en hun ontmoeting met hun vakantiebestemming. De toeristen nemen wat hen aangereikt wordt en gebruiken dit voor hun eigen doeleinden; het zijn deze doeleinden die ons het meest interesseren en meer dan 25 artikelen op deze website gaan daar nu juist over: het toerisme van de toeristen.

Onder het hoofdje "Toerisme" is een nieuw artikel van mij toegevoegd over Klimaatsverandering (Juli 2020).

In februari 2020 heb ik een nieuw artikel toegevoegd in de rubriek "Toerisme" getiteld "Fenomenologie en het Toerisme".

Reisleiding

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

REISLEIDING

Het kostte ons moeite los te komen uit het Costa Rica gevoel – het land op zich gaat wel, maar ik heb het over de wijze waarop we het land beleefd hebben”. Een toerist die duidelijk kenbaar maakt dat de manier van het beleven van een vakantie minstens zo belangrijk was als het zien van een aantal toeristische hoogtepunten. De dankbrief met bovenstaande aanhaling geeft aan, dat meer dan ooit de reisbeleving binnen de groepsreis centraal is komen te staan. Dit is niet altijd zo geweest, en in het algemeen is de vorm van reisbeleving van de toerist aan het veranderen.

Toerisme en Reisleiding

De belangrijkste karakteristiek van een toeristisch attractie ligt in het feit dat het op de plaats van bestemming geconsumeerd wordt en niet bij de toerist thuis. Hieruit vloeit voort dat er gereisd moet worden om bij die attractie te komen en daarmee is de grondslag gelegd voor wat men toerisme noemt. De bestemming in het toerisme kan vele vormen aannemen en kan een strandbestemming zijn, een museum, een natuurpark of een rivier waar je goed kunt vissen. De klant, oftewel de toerist, reist daar naar toe om het aldaar te ‘consumeren’. Het sublime moment in het toerisme is het ogenblik waarop de toerist begint iets te beleven, oftewel bezig is belevingscaloriën (BelCal) op te nemen. De opname en verwerking van BelCal leidt tot een ervaring en dat is nu juist waar de toerist op uit is. De toerist wil een ervaring op doen en dat kan alleen, doordat de toerist zelf zijn zintuigen gebruikt en van buitenaf BelCal opneemt en die zelf tot een innerlijke ervaring verwerkt. In wezen betaalt de toerist dus voor de mogelijkheid om BelCal op te nemen en dit laatste is wat wij het consumeren noemen. De opname van BelCal en de verwerking ervan tot reiservaringen kan al beginnen op het moment dat het reizen begint, met andere woorden als we de huisdeur achter ons dicht trekken. BelCal kunnen worden opgenomen gedurende de reis, bij aankomst op de bestemming, waar vaak al nieuwe dingen te beleven zijn (ook wel de nevenbelbron genoemd) en tenslotte bij de hoofd Belbron, waarvoor men naar die bestemming gekomen is. Daarnaast zijn er de normale zaken voor de bevolking op een bestemming, maar die een belevingsbron (belbron) kunnen vormen voor toeristen, de zogenaamde Gedeelde bronnen. Dan zijn er tenslotte de toevallige voorvallen of incidenten, die onder het hoofdje Toevallige Belbronnen vallen. Om dit allemaal mogelijk te maken houden vele organisaties en instanties zich bezig met de reclame en verkoop van ‘mogelijke ervaringen’ (ook wel toeristische producten genoemd), zoals reisbureau’s, internet reisorganisaties, reisgidsen, etc. In het kort, bestaat het toerisme uit een groot aantal mensen, organisaties, hotels en andere gebouwen, attracties, vervoersmiddelen en nog vele andere zaken, die onder elkaar een ingewikkeld patroon van netwerken en relaties vormen. De toerist zelf maakt daar ook deel vanuit, als ook de reisleiders en gidsen.

Indien men alleen reist of met familie, dan heeft met doorgaans niet met een reisleider te maken, maar in sommige gevallen wel met een (plaatselijke) gids: de persoon die alles over een attractie kan vertellen of kan laten zien en daarmee meer mogelijkheden schept om BelCal op te nemen en tegelijkertijd de instrumenten aanreikt om tot een grondigere verwerking van de BelCal te komen met een bredere ervaring als gevolg. Met andere woorden kan de gids op de detalles wijzen en op zaken, die de toerist anders niet opgevallen zouden zijn, en tegelijkertijd meer begrip kweken en iets van achtergrond informatie voorzien, waardoor men dingen op een andere manier leert te bezien.

Reist men in een groep dan heeft men vaak wel te maken met een reisleider, die over het algemeen uitgestuurd is door de reisorganisatie, waar het betreffende arrangement aangeschaft was. Deze reisleider moet de groep van algemene informatie voorzien en uitleggen wat er te doen is (hoe het product beleefd kan worden); hij of zij moet er voor zorgen, dat de toerist op het juiste moment de juiste schoenen aan heeft en dat de toerist in het algemeen goed voorbereid is op wat hij gaat beleven. Een belangrijke zaak voor de toerist is, dat hij goed beslagen ten ijs komt, oftewel dat hij voorzien wordt van alle nodige informatie, van tevoren weet wat hem of haar te wachten staat en zo’n soort reis programma heeft, dat de capaciteit voor de opname van BelCal maximaal is op de plaats van bestemming. Een reiziger die moe is, of boos omdat hij in een heel andere omgeving zit dan verwacht, zal weinig BelCal opnemen.

Hierbij hoort dan ook een zekere gemoedsrust, dat men geld kan pinnen, met credit card kan betalen, dat men goed verzekerd is en dit soort zaken, waardoor een toerist zich beter op de opname van BelCal – het beleven dus – kan concentreren.

stads verkenning nl

De stadstour is doorgaans een van de vaste agendapunten van een reisleider, tenzij hiervoor een gespecialiseerde gids gecontracteerd is.

Verder moet de reisleider ervoor zorgen dat alles wat in de reis inbegrepen zit ook uitgevoerd (aangeboden) wordt; daarnaast wordt er ook van een reisleider verwacht, dat hij de groep goed behandelt, voor een prettige groepsatmosfeer zorgt en in het algemeen zoveel mogelijk aan de wensen van de klant tegemoet komt. En uiteraard wordt de reisleider geacht welk probleem dan ook, hetzij van logistieke of psychologische aard, naar beste kunnen op te lossen. Voor velen binnen de toeristen sector – maar ook er buiten – is hiermee de kous af wat de reisleider en zijn functies betreft. Echter met de ontwikkeling van begrippen zoals duurzaamheid en globalisatie is de functie van de reisleider wel degelijk aan veranderingen onderhevig en wordt aan hem tegenwoordig een iets ander stel eisen gesteld.

Toerisme en Globalisatie

Mobiliteit is inherent aan het toerisme, en hiermee stuiten we op een daarvoor typisch begrippenstelsel: plaatselijk versus verweg. De BelCal bron bevindt zich op één plek, terwijl de toerist ergens anders vandaan komt – hetzij uit een ander land of uit een heel andere streek. Van groot belang in het toerisme is de notie van het hier en het daar en het verband wat er tussen twee plaatsen gelegd wordt. Deze verbanden zijn de afgelopen 20 jaar drastisch veranderd door onder andere een fenomeen dat we onder de naam ‘globalisatie’ kennen. Tussen het moderne toerisme en de globaliserende ontwikkelingen is er een interessante wisselwerking en beide oefenen op elkaar invloed uit. Zonder de globaliserende ontwikkeling had het toerisme naar vooral verre bestemmingen nooit zo’n vlucht kunnen nemen, maar juist door de groei van het toerisme is de globaliserende invloed weer versterkt. Hoewel men doorgaans denkt dat de zogenaamde globalisatie wel bekende koek is, kan het nuttig zijn een aantal effecten nog eens op een rijtje te zetten. Over de afgelopen 20 jaar of zo, hebben we de volgende globaliserende ontwikkelingen gezien:

1. Op communicatie gebied:

grootschalig longhaul transport, world wide web, internet, internet telefoneren, chatting en GSM; maar ook internationale systemen, zoals het Global Reservation System, Amadeus, Sabre en vele andere systemen;

2. Internationale financierings wezen

door middel van travellers’ cheques, Credit Cards, electronisch bankieren en pinmachines.

3. Wereldmarkten, onder andere door de GATS.

Men kan Coca Cola of Kodak nu overal ter wereld vinden. De grotere toegankelijkheid van markten op wereldniveau is ook niet aan het toerisme voorbij gegaan en Tour Operators bieden nu reizen aan naar waar ter wereld dan ook; er komen steeds meer internationale hotel- en restaurantketens en supermarkten waar ook ter wereld zien er allemaal zo’n beetje hetzelfde uit.

4. Opkomst en vooral ontwikkeling van internationale organisaties

zoals de UNEP en UNDP van de Verenigde Naties, het Wereld Natuur Fonds, op het gebied van de luchtvaart de IATA, de World Tourism Organisation en daarnaast moeten we ook organisatie zoals Greenpeace of Amnesty International noemen; de laatste jaren is de internationale organisatie Rainforest Alliance zeer actief.

5. Het toerisme heeft bijgedragen aan grotere bewustwording en kennis op macro-globaal niveau.

Het lokale dorpje heeft plaats gemaakt voor de ‘global village’; de universele taal wordt steeds meer het Engels, universele herkenbare imago’s komen uit de Disney stal, en iedereen stelt zich wat voor bij de kreet “tropical beach”. Natuur en culturele televisie programma’s (Animal Planet etc.) zetten een trend over de hele wereld. Ook de publicaties van National Geographic zijn hiervan een voorbeeld.

Vorige eeuw waren Zutphen en Samara nog twee geheel gescheiden plaatsen en de één wist nauwelijks van het bestaan van de ander af. De geografische afstanden zijn uiteraard niet veranderd, maar de communicatie en financiële afstanden zijn wel aan grote veranderingen onderhevig geweest. Beide plaatsen en beide gemeenschappen hebben ingehaakt op globale systeemstructuren en zijn in zekere zin dichter bij elkaar komen te staan. Tegenwoordig trekt de Zutphenaar die in Samara op bezoek is gewoon geld ‘uit de muur’, betaalt met credit card en beseft daardoor nauwelijks hoeveel de lokale munt waard is, weet van tevoren al waar de beste restaurantjes zitten, neemt in het internetcafé zijn post door of belt op zijn mobieltje even naar huis.

De belangrijkste verschillen liggen dus op communicatie niveau, op financieel terrein, de betere voorkennis, minder bezorgdheden over geld, over vreemde mensen, het ‘enge’ is er een beetje af en al na twee dagen loopt de toerist in de bestemming rond alsof hij nooit iets anders gedaan heeft. Ook de plaatselijke bevolking (nou ja – plaatselijk bevolking is maar een relatief begrip) weet wat men kan verwachten, haakt sneller op de wensen en tendensen in en is zich er meer van bewust van wat de toerist wil zien en wat niet.

Er is een principieel verschil tussen de ontwikkeling van het globalisatieproces en duurzaamheid. De globalisatie wordt door marktprincipes en consumptiepatronen voortgedreven, maar bij duurzaamheid is dit (nog) niet het geval. De duurzaamheids discussie is op gang gekomen omdat er een aantal zaken bezig zijn behoorlijk scheef te lopen: biodiversiteit vermindert, ozon lagen worden aangetast, broeikas effecten beginnen voelbaar te worden, bevolkings groepen worden achtergesteld en er zijn langzamerhand zoveel symptomen dat het op een ziekte begint te lijken. Het duurzaamheids principe word in eerste instantie ontwikkeld om deze trend tegen te gaan. Als men een lijstje opstelt als richtlijn voor duurzaam gedrag voor een toerist, dan zou dit er makkelijk kunnen uitzien als een lijst met alleen maar negatieve zaken die verboden zijn of nagelaten moeten worden. Echter, een beter contact met een lokale bevolking, betere inzichten in hun cultuur, een beter begrip voor de manier waarop een gemeenschap zo gegroeid is of een landschap zich zo ontwikkeld heeft, zijn allemaal meerwaardes vergeleken bij de beleving van de ‘ontdekkings reiziger’ van vroeger of de massa toerist van nu die soms duizenden kilometers reist om vervolgens in een ‘fast food’ restaurant terecht te komen – als mogelijk gevolg van het globalisatie proces.

Het proces van een duurzame ontwikkeling heeft een aantal gevolgen voor de ontwikkeling van het toerisme en daarmee dus ook op de toerist. Afgezien dat Belbronnen schoner en ook duurzamer moeten gaan werken en daarmee ook de infrastructuur die erbij ligt – zoals hotels of souvenirs winkels – hetzeflde geldt ook voor de toerist die steeds meer onder druk komt om zelf ook duurzaam bezig te zijn.

Globalisatie blijft echter een vaag begrip, waarvan sommigen zich zelfs afvragen, in hoeverre dit proces eigenlijk wel bestaat. Velen denken, dat er al sinds mensen heugenis globaliserende tendensen zijn geweest, maar dat die alleen nu wat sneller gaan. Daarbij is het wel zo, dat met de moderne technologie het contact tussen plaatsen en volkeren misschien veel intensiever is geworden, dit nog niet betekent, dat we dichter naar elkaar toe zouden groeien. De relatie tussen een toerist en iemand van een plaatselijke bevolking is daar een voorbeeld van (zie het artikel De Ontmoeting op http://www.tourismtheories.org/?cat=68&lang=nl )

De Toerist van vroeger en van nu

We kunnen nu proberen te kijken of het mogelijk is vast te leggen in welk opzicht de toerist van de jaren tachtig anders is dan de toerist van nu. We hebben twee belangrijke invloeden genoemd: het globalisatie proces en de duurzaamheid, alhoewel deze laatste nog bezig is zijn rol te ontwikkelen. Daarnaast zijn er een aantal oppervlakkigere factoren, zoals de stijging van besteedbaar inkomen, het aantal vakantiedagen of vervroegde pensioen data; de eindeloze dieren programma’s op televisie en de films over primitieve volkeren hebben daarnaast ook een zekere stempel gedrukt. Het steeds drukkere en gestreste leven in de Westerse maatschappijen speelt een rol. Het een en ander leidt er toe dat de toerist van tegenwoordig een ander stel verwachtings patronen creeërt dan zo’n 20 jaar geleden.

Op basis van deze overwegingen en factoren kunnen we eens kijken, hoe de toerist en dan in dit speciefieke geval de toerist van groepsreizen zich in zijn voorkeuren gedragen heeft op het gebied van belbronnen; wij hebben het dan over de afgelopen 30 jaar of zo, en verdelen deze periode in drieën:

  1. Gedurende de jaren zeventig en tachtig (om ergens te beginnen) was het groepsreis gebeuren vanuit Nederland vooral geconcentreerd op het Middellandse Zee gebied; normaal gesproken betrof het busreizen; het aanbod van reizen naar andere continenten was nog beperkt en van een heel avontuurlijk karakter. Naar andere continenten reisde men in groepsverband, omdat er bijna geen andere mogelijkheid bestond. Dit had onder andere tot gevolg dat het sociale groepsleven gedurende de reis wel belangrijk was, maar zeker niet centraal stond. Ieder wilde op zijn manier van exotische plaatsen proeven en een hoge BelCal opname stond centraal. Met andere woorden wilde men heel veel ervaringen opdoen. Het te volgen reisprogramma was altijd wat onzeker en geheel afhankelijk van plaatselijke omstandigheden. Of er een hotel klaar stond aan het einde van de dag was ook nooit helemaal zeker en iedere toerist waande zich een echte ontdekkingsreiziger; met andere woorden moest de reiziger over behoorlijk wat flexibiliteit beschikken. Belangrijk was ook, dat men een land wilde zien zoals het echt was en niet alleen toeristische trekpleisters. De voornaamste belbronnen waren dan ook de gedeelde bronnen (onder andere door het gebruik van openbaar vervoer) en de toevallige bronnen. Een hoofdbron werd wel bezocht, maar niet dagelijks. Wat de economische factoren van het land van herkomst betreft, was de groepsreiziger naar verre bestemmingen doorgaans midden tot hoog ontwikkeld en uit de sterkere economische lagen. Deze toeristen hadden ook vaak een iets idealistischer insteek, dan degenen die naar Spanje gingen om te liggen zonnen (zie TL-schaal op http://www.tourismtheories.org/?cat=106&lang=nl).
  2. Vanaf het begin van de jaren negentig kwam er een ander soort groepsreizen op gang: gericht op hoog volume, lage prijzen, exact uit te voeren programma’s rond een paar internationaal bekende hoofdbelbronnen. De gehele reis wordt met eigen bussen uitgevoerd en het aantal toevallige en ook gedeelde belbronnen verminderde daarom. Het onvoorspelbare van een reis verdween hiermee, als ook zekere romantiek en het routine element kwam daarvoor in de plaats. Lokale agenten moesten voor een vlekkeloze afwikkeling van een reis zorgen en de reisleider kon zich veel meer met het sociale groepsleven gaan bemoeien dan daarvoor. De toerist koos de optie van de groepsreis vanwege de gezelligheid en een stuk veiligheid, daar men toch naar een beetje ‘enge’ bestemmingen ging; met andere woorden hadden groepen nog wel eens een introvert karakter naar andere culturen toe, en een groot deel van dit publiek had een meer ego-centrische houding (minder gebruik van gedeelde belbronnen dus). Men stelde ook meer eisen aan hotel kwaliteit en in principe moesten hotels en belbronnen zich gaan aanpassen aan de toerist. Wat de economische kant betreft, werd zowel op het gebied van opleiding als inkomen het publiek veel breder; ook bestonden er veel meer kanalen om klachten te spuien of geld terug te eisen. De nevenattracties werden sporadisch bezocht en de toerist had doorgaans genoeg aan één grote BelCal bron per dag. De gewoonte om aan het einde van de vakantie nog een paar dagen aan het strand door te brengen werd algemeen.

  3. Vanaf het begin van de 21ste eeuw is er langzamerhand een verschuiving te zien van verwachtingspatronen van de toerist, en zeker wat verre bestemmingen betreft. Het merendeel van de toeristen die tegenwoordig een verre bestemming uitzoekt (en geen buurland) doet dit vermoedelijk veel minder vanwege het zoeken naar wilde avonturen, maar eerder om zaken te zien en te beleven, waar ze zich al enigszins een voorstelling van gemaakt hebben. De mensen die voor een safari in Afrika kiezen, hebben daar al veel van op de televisie gezien en hebben daardoor een zekere voorstelling van hoe de reis zich zal voltrekken en wat ze gaan zien. Met andere woorden heeft men tegenwoordig dankzij de globaliserende processen veel meer en uitgebreidere informatie bronnen waar men vakantie keuzes op kan baseren en worden de verwachtingspatronen daarop ingesteld. Er is een groeiende vraag niet alleen naar de ‘highlights’ (hoofdbelbronnen) van een toeristische bestemming, maar ook naar nieuwe en exclusieve toeristische producten (nevenbelbronnen), die men op internet gevonden heeft. De economische tendensen hebben bepaald, dat het te besteden geld per vakantie langzamerhand toegenomen is, wat zich in groeiende mate uitdrukt in het reserveren van duurdere vakantie arrangementen, meer luxe en langere vakanties. Bij groepsreizen houdt dit in, dat men dan een verlenging boekt. Dankzij hoger besteedbaar inkomen en meer beschikbare vakantie dagen heeft de reiziger over de jaren meer ervaring opgebouwd. In de praktijk blijkt dat misschien niet altijd direct (mensen blijven mensen), maar de eerder opgedane ervaringen leiden ertoe, dat de toerist over ruimere referentiekaders beschikt en daardoor in staat is meer te beleven en ook de ‘moeilijkere’ belbronnen. Van een gigantische waterval kunnen we allemaal genieten, maar om een dicht nevelwoud volledig te appreciëren, is er meer ervaring in die zin nodig. Daarnaast is het zo, dat de toerist nog wel eens loopt te vergelijken met voorgaande verre reizen. Natuurlijk kan dit tot foute verwachtingen leiden voor het belevingsproces: Thailand is geen Ecuador en Kenia geen Verenigde Staten; hetzelfde geldt overigens voor vele verwachtingspatronen, die vaak op indrukwekkende natuurfilms op de televisie gebaseerd zijn, aangedikt door sterke verhalen van kennissen “die er geweest zijn”. Dit laatste komt ook tot uiting op forums op internet, die blijkbaar gretig door (toekomstige) toeristen gelezen worden. Een ander punt is, dat er vroeger veel meer mensen waren met de gebruikelijke vooroordelen en angst jegens alles wat ver weg was. In de tropen kon je enge ziektes oplopen, in Afrika stikt het van de gifslangen en nog veel meer van dit soort vastgeroeste ideeën, die tegenwoordig beetje bij beetje aan het verdwijnen zijn. En van de belevingskant is er nog een belangrijke nieuwe trend te zien. Het westerse leven is met de jaren steeds drukker geworden, tot het punt dat men zelfs een nieuwe werkwoord heeft als mogelijke therapie: onthaasten. Het een en ander heeft tot gevolg dat er een groeiende vraag is ontstaan naar reizen met meer nadruk op een spiritueel karakter, of reizen die elementen inhouden zoals meditatie of yoga. Dit kan ook een grotere interesse in lokale culturen betekenen (gedeelde belbronnen) en het directe contact met een plaatselijke bevolking wordt steeds belangrijker gevonden. Daarnaast uit zich dit door middel van vrijwilligers projecten of andere vormen om lokale bevolking steun te bieden. Ook is er een tendens bij ‘grote’ Tour Operators om als onderdeel van een groepsreis een donatie te doen aan een plaatselijk project, wat dan ook bezocht kan worden. Het moge duidelijk zijn dat hier een nauw verband ligt met de duurzame ontwikkeling een land. En over deze ontwikkeling gesproken komt de toerist langzamerhand onder druk te staan zijn eigen gedrag duurzamer te maken, door middel van verzachtende maatregelen wat mogelijke schade aan de natuur betreft, maar ook op algemeen ecologisch terrein, zoals het scheiden van afval en verminderd gebruik van electriciteit. Alleen al bij de keuze van een vakantie bestemming kunnen tegenwoordig al beweegredenen een rol spelen die op een duurzame ontwikkeling gericht zijn.

Tot dusver hebben wij een aantal ontwikkelingen geschetst, die invloed op de reispatronen van de toerist hebben uitgeoefend. Het is dus tijd om terug te keren naar het begin van dit artikel, waar we gesteld hebben dat de rol van de reisleider ook aan veranderingen onderhevig is. Laten we eens kijken hoe zich dit ontwikkeld heeft.

De Reisleider van vroeger en nu

  1. Gedurende de jaren zeventig en tachtig had men òf de begeleider op busreizen (vaak naar Spanje), òf was er de reisleider op avontuurlijke reizen, die toen nog een echt avontuur waren: de reisleider ging met 20.000 dollar in travellers’ cheques op pad en wist nooit helemaal zeker of er aan het einde van de dag inderdaad een hotel de groep stond op te wachten. Bij aankomst in het hotel moest er direct afgerekend worden en de reservering voor de volgende groep gemaakt worden. Om ervoor te zorgen dat er altijd drinkwater voorradig was en een plek waar je kon eten, was een hele ‘toer’. Daarom lag in die tijden de belangrijkste rol van een reisleider op logistiek niveau. Daarnaast speelde de reisleider toen een heel belangrijke rol bij de samenstelling van de reis. De chauffeur van de bus in die dagen was een trouwe vriend, die ook diezelfde hoge flexibiliteit ten toon spreidde en mee hielp allerlei onverwachte omstandigheden het hoofd te bieden; daarnaast werd frekwent van het openbaar vervoer gebruik gemaakt. Kennis van de taal van het land was belangrijk voor de reisleider. Wat de mensen tenslotte beleefden was in hoge mate van henzelf afhankelijk.

  2. Gedurende de jaren 90 en het begin van de 21ste eeuw, nam het aantal groepsreizen naar verre bestemmingen enorm toe en werd op een veel grotere schaal gebruikt gemaakt van lokale agenten, die voor reserveringen en betalingen van de onderkomens zorgden. De taak van de reisleider werd hiermee aanzienlijk vereenvoudigd, en het hele romantische onvoorspelbare van een reis ging er een beetje van af. De reisleider begon zelf steeds bereisder te worden en ging er prat op dat hij al meer dan 20 landen “gedaan” had. Aan het begin van dit artikel was er al een schets gegeven, van wat er van een reisleider verwacht werd. Het belangrijkste verschil met de voorgaande etappe was, dat er nu verwacht werd, dat een reis precies zo werd uitgvoerd als gepubliceerd was. Het stramien werd strak, de toerist kreeg toegang tot allerlei kanalen om klachten te uiten of ‘geld terug te eisen’ (o.a. via de Geschillencommissie), wat weer een ander soort druk op de reisleider zette. Het belang van het sociale leven binnen de groep nam ook toe. Exacte uitvoering van de reis en het sociale leven in een groep vormden de hoofdmoot voor de reisleider. Een ander element dat meer naar voren kwam was de praktijk van het ‘commissie trekken’: de verkoop van facultatieve excursies gedurende de reis werd een belangrijke bron van inkomsten voor de reisleider en ook de chauffeur. De chauffeur werd meer een routine werker en was minder betrokken bij de groep, maar wat de uitvoering van de reis betreft was zijn interesse eerder de commissies die hij kon vangen dan de kwaliteitswaarde van het gebodene. Het spreken van de taal van het land werd ook niet zo belangrijk meer, ook omdat in het geval van hoofdbelbronnen er vaak een plaatselijke gids aanwezig was. Nevenbronnen moesten aangeprezen worden (commissies!), terwijl gedeelde en toevallige bronnen nauwelijks een rol speelden, ook omdat er onderweg niet veel gestopt werd.

  3. Gedurende de eerste jaren van de 21ste eeuw werd er een tendens zichtbaar, dat er onder invloed van globalisatie processen en duurzame ontwikkeling de toerist in een groepsreis de zaken iets anders ging bekijken. Deze invloeden die hierboven beschreven staan hebben ertoe geleid, dat de reisleider steeds meer moest gaan inspelen op de betere voorbereiding van de toerist, op zijn verwachtings patronen, op het effect van die fraaie natuurfilms op de televisie, op het beeld van de bossen als “dierentuin-zonder-hekje”, een groter aantal toeristen met een of andere specifieke kennis, een grotere vraag naar informatie en kennis, (niet alleen van technische zaken, maar juist ook wat cultuur en sociale contacten betreft) en zeker ook een grotere druk om meer contact met de plaatselijke bevolking te hebben. De reisleider ontwikkelt zich steeds meer als een vertaler bij plaatselijke contacten en vormt meer een brugfunctie tussen de cultuur van de toerist en de plaatselijke cultuur (het is dus weer belangrijk dat de reisleider de taal van het land spreekt). Daarnaast heeft de reisleider weer een beetje de rol teruggekregen van het evalueren van hotels, heeft hij een nieuwe inbreng bij het samenstellen van reizen met meer nadruk speciaal op de rol van de plaatselijke bevolking daarin en ook bij het ontwikkelen van nieuwe producten. Het is opvallend, dat tegenwoordig niet alleen van de kant van de toerist, maar als gevolg van duurzame ontwikkeling ook de mensen van het land van bestemming zich meer met het toerisme gaan bemoeien, hun inbreng willen hebben en op het product een stempel willen drukken. De chauffeurs beginnen beetje bij beetje een grotere rol op te eisen en willen meer betrokken worden, daar zij tenslotte tot op zekere hoogte het ‘image’ van een plaatselijke bevolking hoog houden. Het globalisatie proces heeft ook een heel ander gevolg gehad. Het groeiende gebruik van onder andere het internet heeft ook tot automatisering geleid en daarmee is er – zeker aan de kant van de Touroperators – een zekere ontmenselijking ingeslopen. De humane factor schijnt soms aan belang in te boeten. De toerist van tegenwoordig gaat met vakantie om juist niet in een verautomatiseerde maalstroom terecht te komen, en daardoor is het menselijke aspect bij de reisleiding in het algemeen nog belangrijker geworden. Dan is er het punt van het groeiend bewust zijn van het belang van een duurzame ontwikkleing in een land of streek. De reisleider kan hier uiteraard een hele belangrijke rol in spelen en niet alleen door een adequate voorlichting, maar ook door een wat radicalere houding om de toerist te dwingen zekere duurzame maatregelen in acht te nemen. Een heel ander punt is, dat de reisleider, die vroeger in afgelegen gebieden met zijn groep rondreisde zonder enige vorm van communicatie met het “thuis front” of met een lokale agent, nu met de gsm direct al zijn twijfels kan spuien en dingen van tevoren regelen. De GPS geeft de exacte lokatie van welke plaats dan ook.

Veranderingen voor de Reisleiding

Veranderende reisbeleving zoals hierboven beschreven moet tot een veranderende reisleiding leiden. Reisleiders zijn aangesloten op een hele reeks ketens: die van de Touroperator, die van de lokale agent, die van een hotel, die van het vervoersbedrijf, die van internet (forums etc.), die van het sociale leven van de groep, die van Nationale Parken, etc. Dit inhaken op zoveel verschillende ‘netwerken’ of groepen van contacten maakt het vak als reisleider steeds interessanter en het aantal ‘netwerken’ neemt voorlopig alleen maar toe. Vele van de ‘netwerken’ zijn binnen de zogenaamde Toeristen Industrie (Lokale Agent, Tour Operator, luchtvaart maatschappijen bijv.), vele zijn binnen het concept van de belbronnen en infrastructuur en uiteraard ook met de belangrijkste acteur in het toeristisch gebeuren: de toerist zelf (individueel, als goep, gedurende een reis en erna).

Belangrijk is het altijd voor ogen te houden, dat het belevingsproces van een toerist een geheel persoonlijke aangelegenheid is en dat de ene toerist dus dingen anders beleeft dan een andere. Dit betekent, dat dezelfde belbron voor een verschillend publiek andere ervaringen zal generen. Het betekent ook, dat dezelfde belbron op verschillende manieren door een reisleider of Tour Operator aangeboden kan worden. Ook op overheidsniveau speelt dit al: indien de ‘Tourism Board’ van een land besluit zich te richten op een speciale doelmarkt – bijvoorbeeld de VS – dan zullen de beschrijvingen van de (hoofd) belbronnen op die markt gericht worden. Door globaliserende effecten is de variëteit aan markten voor de meeste toeristische bestemmingen behoorlijk toegenomen en betekent dit, dat elke Belbron van welk type dan ook in wezen voor verschillende interpretaties vatbaar is. In ons geval van de reisleider houdt dit in, dat de reisleider de verschillende belbronnen omschrijft aan zijn groep, afhankelijk van het soort publiek in de groep. Een excursie naar het Amazone Regenwoud kan aangeboden worden met nadruk op het bezoek aan een indiaanse stam; echter voor sommige markten klinkt dit een beetje ‘eng’ en kan dezelfde excursie beter ‘verkocht’ worden als een ‘birdwatchers’ trip. Tour Operators hebben hier veel in de melk te brokken en reisleiders moeten op dit punt zeker creatief kunnen zijn. Zie hierbij ook het concept van de symbolisch gerelateerde authenticiteit. Daarbij moet men altijd in de gaten houden, dat het bij het aanbod alleen om mogelijke BelCal opname gaat en dat juist die factor van mogelijkheden (in tegenstelling tot de werkelijkheid) meer flexibiliteit op het moment toelaat, dat de belbron aan een toerist beschreven wordt, inspelend op de mogelijkheden van de toerist.

Op het gebied van de socioculturele betrekkingen tussen toeristen en de bevolking op een bestemming, zijn er een aantal duidelijke tendensen voor de reisleiding.

De brugfunctie tussen lokale bevolking en toeristen (duurzaamheid!) speelt in op de groeiende interesse van de toerist in mensen, menselijke contacten, en dat niet alleen binnen de groep (vroeger) maar juist naar buiten toe; mensen gaan niet alleen naar Brazilië om het land te zien, maar ook om te zien hoe het daar toe gaat en het reilen en zeilen van het dagelijkse leven. Dit heeft ook te maken met het “onthaast” verhaal, waarbij het menselijke veel centraler komt te staan. Bezoeken bij mensen thuis, aan schooltjes etc. vormen hier een onderdeel van, alhoewel de resulterende ervaring hiervan niet duidelijk ligt (zie het artikel ‘De Ontmoeting’). In Costa Rica is “highlight” nummer 1 de vriendelijke bevolking, waardoor de toerist zich ‘thuis’ voelt en zich beter kan ontspannen. De reisleider moet zich hier niet alleen bewust van zijn, maar naar de toerist toe hierop inspelen. De zogenaamde Gedeelde Belbronnen zijn het beste voorbeeld, waarbij de toerist een stukje van het dagelijkse leven van een plaatselijke bevolking kan delen (openbaar vervoer, winkels of een dorpsfeest). Het invoegen van openbaar vervoer in een groeps rondreis betekent dus niet alleen een kosten besparing en minder CO2 uitstoot, maar ook een socioculturele ervarings mogelijkheid voor de toerist. Pas de laatste jaren is hier een groeiend bewust zijn over.

De brugfunctie geldt uiteraard ook andersom: het aangeven van lokale gewoontes, het uitleggen van het plaatselijke afval beleid of hoe om te gaan met lokaal schaarse producten zijn voorbeelden, hoe de reisleider de geslagen brug tussen plaatselijke bevolking en de toerist moet gebruiken om deze laatsten meer bij een duurzame ontwikkeling te betrekken..

Daarnaast wordt bij de brugfunctie ook verwacht dat de reisleider behoorlijk wat kennis in huis heeft over de bevolking en hun manier van leven, over de landschappen waar men doorheen komt en iets over de natuur en cultuur. Dit kennis niveau wordt door de toerist steeds hoger geduwd, daar zonder deze kennis het moeilijk is de brug te bewerkstelligen. Uiteraard staan er op de “highlights” van de reis gespecialiseerde gidsen klaar uit het land zelf – voor de volledige uitleg en beleving van het product. Er is echter een tendens dat de gespecialiseerde gids minder nodig wordt: alle detalles vindt men wel op internet. En als de reisleider al veel van het land weet en een hoop vogeltjes kan laten zien, dan is er de tendens, dat de plaatselijke gids over geslagen wordt, ook vanwege de moedertaal van de toerist, die de reisleider wel spreekt, maar de gespecialiseerde plaatselijke gids vaak niet. Echter als het een zogenaamde “special interest” groep betreft, zoals orchideeën verenigingen, moterclubs of boerenbonden, is een plaatselijke gids wel vereist en wordt vaak de reisleider uit het land van herkomst van de toerist overbodig.

Een ander onderdeel van de brugfunctie is dus de rol van vertaler. Vroeger was dit ook zo, maar met het groeiende contacten tussen bevolking en toerist, dat men probeert te bewerkstelligen, wordt de vertaal functie alleen maar belangrijker. Vaak denkt men dat om duurzaamheids redenen (participatie van de lokale bevolking) er juist een lokale reisleider bij de groep moet zijn (Cuba!), maar vanwege de taal is dat soms onmogelijk. Er zijn niet veel Japans sprekende Nigerianen of Zweeds sprekende Zuidafrikanen.

De brugfunctie houdt ook in, dat de reisleider veel meer rekening kan gaan houden met nieuwe vooroordelen, patronen en cliche’s. Alle reis- en natuurprogramma’s op de televisie creeëren weer zo z’n nieuwe vooroordelen. De toerist kan teleurgesteld zijn, dat er geen nijlpaarden in Zuid-Amerika zijn, of dat een plaatselijke bevolking niet nederig genoeg is voor de smaak van de toerist. Zo zijn er vele universele ideeën, die men heeft en die de reisleider op diplomatieke manier moet ontzenuwen (zie globalisatie punt 5).

Het is een groot voordeel wanneer reisleiders ter plekke wonen en daardoor veel meer in de lokale maatschappij zitten en dat kunnen overdragen op de toerist. Hiermee wordt de tendens van de veel bereisde reisleider doorbroken: een reisleider die slechts op één bestemming werkt krijgt de voorkeur op die bestemming over een reisleider die al “dertig landen gedaan heeft”. Dit heeft naast alle kennis en talen voordelen, nog een reden. De verhouding tussen de reisleider en de toeristische infrastructuren zoals hotels is heel belangrijk. Alhoewel de reisleider van nu geen reserveringen hoeft te maken, moet hij er wel voor zorgen dat de groep in de goede kamers zit, dat de toerist weet wat hij van een hotel kan verwachten en de reisleider moet de brug slaan tussen hotelpersoneel (receptie of schoonmakers bijvoorbeeld) en de toerist, door te vertalen indien nodig of door beide betrokkenen goed uit te leggen waar het om gaat. Om hiervoor te zorgen en aan toe te komen aan de groeiende wensen van toeristen wortd het steeds belangrijker dat men de reisleider in het hotel kent en dat de reisleider het hotel personeel kent om aan de alsmaar groeiende voorkennis van de toerist en zijn daaruit voorvloeiende wensen toe te kunnen geven.

Het zich bewust zijn, van wat plaatselijk is en wat van het land van herkomst van een toerist, is heel belangrijk en daarbij ook dat de rol van het plaatselijke de laatste jaren is toegenomen en steeds meer aandacht vergt. Globalisatie heeft afstanden veranderd en duurzame ontwikkeling heeft verder geholpen de relatie tussen het hier en het daarin een nieuwe balans te krijgen. In het toerisme in het algemeen en vooral bij groepsreizen-met-reisleider is de rol van de laatste daardoor steeds intensiever aan het worden.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken (werkzaam in het toerisme, studenten en academici) een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

2 Responses to “Reisleiding”

  1. Als vrienden ,vier koppels is er een persoon, die alles beoordeelt en de leiding neemt in al het geen wat wij gaan doen. Voor mij is dat géén probleem maar, zelfs bij betalingen. Hij bemoeit zich;10 min later komen krijgt men een zware uitbrander,wanneer in mijn bril van//-een bril verlies gestolen in Java; de dag daarop komt hijzelf drie kwartier te laat dan tracht hij dit te verklaren dat hij te lange benen heeft en een betere plaats nodig heeft in een vliegtuig.Terwijl ikzelf en ene anderen géén bezwaar oppperen. Hij wil dus buiten de reis planning, zich in alles profileren dat hij de reisleidder is, terwijl ik als 64 jarige toch wel zelf kan beslissen wat nodig is en wat niet; het is zo erg ,dat hij zelfs mijn rekeningen wil bekijken, terwijl ik en mijn vrouw toch zelf willen beslissen. Wij kennen na /- 30 jaar wel elkaars tekortkomingen. Hij zelf is wel dr in de geneeskundee, maar helemaal alles opgeven, vind ik ook wat tever gaand.
    Er bestaat naar het schijnt een bepaald syndroom voor.
    Graag had ik hierop een reactie.
    sorry voor de foutjes – dank bij voorbaat
    Victor Snacken

    • Beste Victor,
      Dank voor uw schrijven. Ik heb veel ervaring in het toerisme, maar ik ben geen psycholoog en kan u daarom niets zeggen over syndromen. Dit geval klinkt overigens ook niet als een syndroom, maar mischien wel als een enigszins extreem gedrag. Mensen die graag de baas willen spelen komt men overal wel tegen en de redenen daarvoor kunnen van verschillende aard zijn. Een veel voorkomend feit is het geval dat iemand in zijn thuis leven weinig succesvol is naar zijn eigen opinie en dan gedurende de vakantie dit met overheersend gedrag probeert te compenseren. Er zijn ook mensen die thuis onder zware druk staan of zich nauwelijks kunnen uiten om dan gedurende de vakantie het tegenovergestelde gedrag te tonen.
      Het een en ander hangt ook van de medereizigers af. Men accepteert het gedrag van anderen maar tot op zekere hoogte en binnen een groep moet een ieder zijn positie bepalen en dingen accepteren – of juist niet. Indien u het gevoel heeft dat uw reisgenoot te ver gegaan is in zijn “reisleider” gedrag (hoewel een goede reisleider zich nooit zo zou gedragen!) dan is het altijd belangrijk dat u dit met hem en de medereizigers bespreekt. Dit is zeker het geval indien u het gevoel heeft dat uw vakantie ervaringen niet zo goed waren als u oorspronkelijk gehoopt had.
      Hopelijk heeft u wat aan deze woorden en dank voor uw reactie,

      Marinus Gisolf
      Senior Consultant in Tourism and Sustainability

Geef een reactie


+ 7 = 14