Al lang verkeert het vakantietoerisme in de greep van het economisch denken en sociologisch onderzoek. Op deze website wordt een gebalanceerder inzicht aangehouden: de toeristen zelf en hun ontmoeting met hun vakantiebestemming. De toeristen nemen wat hen aangereikt wordt en gebruiken dit voor hun eigen doeleinden; het zijn deze doeleinden die ons het meest interesseren en meer dan 25 artikelen op deze website gaan daar nu juist over: het toerisme van de toeristen.

Onder het hoofdje "Toerisme" is een nieuw artikel van mij toegevoegd over Klimaatsverandering (Juli 2020).

In februari 2020 heb ik een nieuw artikel toegevoegd in de rubriek "Toerisme" getiteld "Fenomenologie en het Toerisme".

Duurzaamheid en de lifestyle van de toerist

PROFIEL van een TOERIST

1. Inleiding

 Het onderwerp van dit artikel is het beter leren begrijpen hoe toeristen zich gedragen in omgevingen die hun vreemd zijn en dit onderwerp is vooral bedoeld voor diegenen die in het toerisme werkzaam zijn of zich met de studie van het toerisme bezighouden. Er wordt uitgelegd dat het bij toeristische activiteiten niet zozeer gaat om wat een vakantiebestemming aan te bieden heeft of wat toeristen van een bestemming verlangen, maar het gaat om wat op iedere bestemming voor ieder type toeristen van dienst kan zijn. Al vrij lang zijn er vele pogingen ondernomen deze types toeristen op een of andere wijze te classificeren met zowel wetenschappelijke als commerciële doeleinde in gedachte. Allereerst zal ik een overzicht presenteren van de belangrijkste profielschetsen en hun gebruik in de praktijk. Dan ontwikkel ik een kader om de intenties van toeristen te identificeren en in hoeverre die op hun beurt weer overeenstemmen met wat een bestemming te bieden heeft.

2. Attractie- en toeristentypes

 Het toerisme betreft de ontmoeting tussen toeristen en hun vakantiebestemming en het is deze speciale relatie die wij nader zullen uitdiepen. Toeristen krijgen hun zintuigelijke waarnemingen van bronnen, die ook wel belevingsbronnen genoemd worden (q52). Daarnaast komt men ook andere termen tegen, zoals “toured objects” (q110) of ervaringssleutels (“experience clues”) (q169, q221, q66). De vakantietoeristen mogen er dan allemaal zo’n beetje hetzelfde uitzien met hun bonte vakantiekledij, dure tassen, camera’s en rare petjes, maar in feite ervaren zij ieder hun vakantie op geheel eigen wijze. Op het moment dat toeristen hun bestemming bereiken worden plaatselijke identiteiten – culturele, sociale of natuurlijke – geassocieerd met een betekenis die zij voor toeristen kunnen hebben, waarbij op dat moment die identiteiten in belevingsbronnen veranderen. Met andere woorden verleent iedere toerist een zekere waarde aan die belevingsbron waar hij of zij mee geconfronteerd wordt door middel van onder andere associatie, herkenning, vergelijking of verbeelding. De vraag hoe wij deze toegekende waarden kunnen onderscheiden leidt tot een inventaris van toeristenreacties op belevingsbronnen, dat wil zeggen dit leidt tot het resultaat van de bewerking van zintuigelijke waarneming (q52): het toerisme draait om wat op iedere bestemming ieder type toerist kan dienen, met een sterke nadruk op het binomium toerist-bestemming als kern van de toeristische activiteit.

Het zou dan ook onjuist zijn om de ontmoeting tussen bestemming en toeristen alleen maar als een stimulus-response model af te doen. Wanneer wij de ontmoeting tussen bestemming en toerist als een samenvloeiing zien van emoties met activiteiten als een existententieel authentiek proces van interacties dat bij beide kanten tot ervaringen kan leiden (q163), zullen wij veel beter het fenomeen toerisme gaan begrijpen.

De belevingsbronnen zelf kunnen onder andere op basis van economische waarde onderling onderscheiden worden. Op een toeristenbestemming vinden wij een aantal dienstverlenende activiteiten, zoals hotels, restaurants en touristattracties. Deze laatste kunnen onderverdeeld worden in hoofdattracties die de voornaamste aantrekkingskracht van een bestemming vormen en nevenbronnen die gebruik maken van het feit, dat er toch al toeristen aanwezig zijn (q52). Voor de attracties die speciaal voor toeristen ontwikkeld of aangepast zijn moeten de bezoekers betalen, met andere woorden vertegenwoordigen deze bronnen een economische waarde en zijn marktafhankelijk.

Vervolgens bestaat er ook de algemene omgeving van een bestemming, het normale dagelijkse leven met zijn socio-culturele achtergronden, dat geheel onafhankelijk is van de aan- of afwezigheid van toeristen. De bestemming deelt deze belevingsbronnen of ervaringssleutels met de toeristen en worden daarom ook wel de Gedeelde Belevingsbronnen genoemd (q52) en zij vormen de ruggegraat van iedere bestemming. Een van de karakteristieken van deze bronnen is, dat toeristen niet voor het gebruik ervan betalen en deze bronnen vertegenwoordigen dan ook geen directe economische waarde voor het toerisme. In de meeste gevallen ontvangt de plaatselijke bevolking ook geen geld voor de aanwezigheid van toeristen, behalve dan als resultaat van nevenactiviteiten zoals souvenirverkoop of door verbeterde lokale infrastructuur, bijvoorbeeld. Het moet duidelijk zijn dat de hoofd- en nevenbelevingsbronnen slechts een uitdrukking van de cultuur van een bestemming vormen, maar niet de belichaming ervan. Dit is een belangrijke observatie, omdat dit haaks staat op de meeste marketing technieken, waarbij marketing beperkt wordt tot die belevingsbronnen die economische waarde vertegenwoordigen, terwijl de fraaie vergezichten, schilderachtige kerkjes of kleurrijke klederdracht slechts als achtergrond gebruikt worden voor de promotie van specifieke toeristische attracties (q222). In marketing wat belangrijk is voor de plaatselijke mensen – het dagelijkse leven en hun omgeving – wordt naar de achtergrond geschoven om bezoekers de kans te geven hun geld te spenderen.

Terugkomend op de ontmoeting waarbij toeristen plaatselijke identiteiten omzetten in belevingsbronnen – die misschien onopgemerkt blijven of hartstochtelijk beleefd – duikt er bij het uitwerken van een classificatie van toeristen en waar zij voor gaan echter nog een vraag op: zo’n classificatie kan voor verschillende doeleinden aangewend worden, die ieder een eigen benadering vergt. Het voorspellen van de vakantieselectie voor iedere toerist kan een reden voor zo’n classificatie vormen, maar het kan ook het ontwerp van een nieuwe toeristische attractie zijn of het ontwerp van een marketingcampagne. Er is een aanwijsbare voorkeur in de academische wereld om zich meer op het voorspellen van de voorkeuren van toeristen te concentreren en er zijn dan ook een aantal practische benaderingen ontworpen, die hier eerst behandeld worden. Daarna volgen er twee theoretische methodes die zich meer op de algemene gezindheid van de toeristen concentreren en deze benaderingen kunnen bijvoorbeeld nuttiger voor de marketingsector zijn.

 2A. De practische benaderingen

 Er heerst eenstemmigheid, dat de classificatie van toeristen een lineaire schaal betreft, waarbij beide uiteinden slechts kleinere aantallen toeristen betreffen, terwijl de middensectie meer dan de helft behelst. In 1972 publiceerde Stanley Plog (q219) een van de eerste van dit soort modellen, die later psychografen zouden worden genoemd. Volgens hun profielen kunnen de mensen op deze schaal weergegeven worden en volgen daarbij een normale bevolkingscurve met het laagste aantal toeristen en reizigers aan beide uiteinden:

De alocentrische toeristen worden door het nieuwe en door het onbekende aangetrokken; zij zijn avonturiers en zijn zeker van zichzelf. Zij hebben een voorkeur voor afgelegen en afwijkende bestemmingen die weinig “toeristisch” zijn; daarbij regelen zij zelf hun vakantie. Gevaarlijke sporten zijn ook een optie. Ze tonen een duidelijke interesse in de plaatselijke cultuur en de levensstijl van de bevolking. Vrijwilligerswerk is een optie en daarbij houden zij zich ook intensief met de eigen mentale gezondheid bezig.

De psychocentrische toeristen zijn weinig avontuurlijk en onzeker en hebben dan ook een voorkeur voor bekende vakantiebestemmingen die op sociocultureel niveau op hun eigen thuisomgeving lijken. Zij reizen in georganiseerd verband. Daarbij zijn zij duidelijk met het eigen welzijn en lichaam bezig: spa’s, zonnebaden, massages of plastische chirugie zijn hier voorbeelden van. Zij tonen weinig of geen interesse in de plaatselijke bevolking of hun cultuur.

De mesocentrische toeristen kunnen tussen de twee vorige groepen geplaatst worden – zij zoeken evenwicht op verschillende niveaus tussen het nieuwe en het bekende.

In grafiek 1 aan het einde van dit artikel is het een en ander als samenvatting weergegeven.

In zijn meest actuele versie versterkt Plog de dualiteit van de schaal op basis van de graad van avontuurlijkheid (“venturesomeness”), die een hoger voorspellingsvermogen verschaft. Zes categoriën worden onderkend: “traditionals” (de traditionelen) – “sighseers” (de atractiebezoekers) – “journeyers” (voor de korte uitstapjes) – “voyagers” (de reizigers van lange reizen) – “pioneers” (de pioniers) – “venturers” (de avonturiers) (q81). Plog heeft over de jaren veel veranderingen in zijn modellen aangebracht en daarmee is het nut ervan nog steeds aanwezig, ondanks het feit dat de modellen duidelijk op de westerse levensstijlen gebaseerd zijn en dan vooral die van de VS. De laatste versies kunnen op deze link gevonden worden: http://besttripchoices.com/travel-personalities/quiz/.

Er moet wel rekening mee gehouden worden, dat de overgrote meerderheid van de toeristen zich ergens in het middengedeelte van de schaal bevindt. In de praktijk betekent dit, dat de verschillen tussen de toeristen die zich maar enigzins verwijderd van het centrum bevinden klein zijn en daardoor moeilijk te meten. Sterker nog, binnen de maatschappijen die onder sterke globaliserende invloeden staan zijn deze verschillen bijna onzichtbaar geworden. Het model van Plog kan nog steeds voor sommige landen van nut zijn – zoals in het geval van de VS. – maar voor andere continenten is het nut ervan zeer beperkt. De psychografen van Plog proberen de selectie van vakantiebestemming voor zekere groepen toeristen te voorspellen, maar het gebruik van dit model voor andere doeleinden, zoals de ontwikkeling van nieuwe toeristenattracties is onduidelijk.

Vanaf 1982 is Pearce (q156) begonnen een serie ideeën te ontwikkelen aangaande de rollen die toeristen spelen in tegenstelling tot die van reizigers in het algemeen. Pearce benadrukte niet zozeer het gedrag van toeristen zelf, maar ontwikkelde een serie criteria voor een taxonomische evaluatie van de typische toeristenrollen, die dan weer afgezet kunnen worden tegen de rollen van andere soorten reizigers. In zijn artikel van 1987 (q223) onderscheidde hij vijf concepten van soorten reizen: “environmental” (milieu) – “close encounter” (intensief contact hebben) – “spiritual” (spiritueel) – “pleasure” (plezier) – “business” (zakenreizen). Het gaat hier om een benadering, waarbij de subjectiviteit in een formeel model gezet wordt, wat gebaseerd is op de veronderstelling dat er typische toeristen rollen zijn die anders zijn dan ander reisgedrag. Een van de kritieken die hierop geventileerd is is, dat in recente jaren de World Tourism Organization de definitie wie een toerist genoemd kan worden enorm verbreed heeft, wat tegenwoordig betekent, dat de relatie reiziger-toerist in een ander licht is komen te staan, wat Pearce’s oorspronkelijke uitgangspunten ondermijnd heeft.

Deze twee pogingen om een classificatie van toeristen op te zetten zijn oorspronkelijk voor een duidelijk gebruik in de praktijk ontwikkeld. Nu zullen wij twee andere voorbeelden zien, waarbij wetenschappelijke benaderingen de hoekstenen vormen voor de classificaties van toeristen – de eerste gebaseerd op sociaal-psychologische gronden en de tweede gebaseerd op psychologische beweegredenen.

 2B. De theoretische benaderingen

 Eric Cohen (q30) volgde een fenomenologische redenering, waarin hij de mate waarin toeristen hun alledaagse wereld loslaten en zich concentreren op het Andere en het Onbekende in beeld bracht. De toeristenervaring zelf is een verstrengeling van aan de ene kant een vervreemding van de thuisomgeving en aan de andere kant het verlangen naar een hele andere omgeving. De mate waarin men neigt zich van de vertrouwde wereld (centrum-hier) los te maken en zich aan een wereld verderop (centrum-daar) te hechten kan behoorlijke verschillen tonen en resulteert in een reeks ervaringen (q159). Onderliggende reisbehoeftes en motieven kunnen onder toeristen hogelijk verschillen, waarmee het belang van de mentale afstand in het toerisme duidelijk wordt, meer nog dan de fysieke afstand. Gebaseerd op de vijf ervaringsoriëntaties van Cohen hebben Elands en Lengkeek (q159) een reeks van vijf ervaringsvormen opgezet als onderdeel van een kwantitatieve studie van mensen die in natuurgebieden gaan kamperen. Deze vormen lopen uiteen van het genieten (“amusements mode”) waarbij een persoon even uit zijn dagelijkse sleur stapt op zoek naar vertier, tot de dedicatievorm (“dedication mode”), waarbij de vervreemding van het dagelijkse leven zo sterk wordt dat de persoon naar nieuwe levensstijlen en plaatsen. op zoek gaat. Deze verschuivingen van ervaringsvormen of oriëntaties worden ook wel met twee andere termen in verband gebracht: reismotieven respectievelijk gebaseerd op het ontsnappen en op het zoeken (q35, q69, q68). Sommige toeristen blijven in hun normale dagelijkse levensstijl hangen, terwijl andere zich openstellen voor andere socioculturele omgevingen. Elands en Lengkeek (q159) proberen deze neiging te doorgronden van het dichtbij blijven of verder afdrijven van wat vertrouwd is als een dynamische vatbaarheid die directe en eerdere ervaringen van toeristensituaties beïnvloeden. De classificatie van deze subjectieve interpretaties en ervaringen kan als volgt samengevat worden:

 Tabel 1: Sleutelkarakteristieken per ervaringsvorm – overgenomen van Elands en Lengkeek (q159) met toevoegingen van Marinus Gisolf

Ervarings oriëntatie: Genieten Verandering Interesse Verrukking Dedicatie
Subjectieve afstand Dichtbij Reizen vandaan Reizen naartoe Verweg Onderdompelen
Subjectieve Tijd Korte periode Een ander idee van tijd Zo lang mogelijk Zonder planning Permanent
Ruimte Vertrouwd, symbolisch en fysiek Ergens anders Landschappen, indrukken, het liminale Geheel anders, hoog niveau liminaliteit Wereld achter de schermen
Gezelschap Vertrouwde sociale groepen Zich bevrijden van thuisomgeving Geëngageerde verhalen Openstaan voor het onbekende Het authentieke anders zijn
Belevings bronnen Hoofdbelevings bronnen Hoofd- en nevenbronnen Alle belevings bronnen Vooral gedeelde belevings bronnen Het plaatselijke leven
Verwachtingen Specifiek – fysiek georiënteerd Goed ge-documenteerd Gemengd Wijd uiteenlopend Het Onbekende

 Hier volgt een overzicht waarbij ervaringsoriëntaties aan concepten zoals behoeftes, verwachtingen en liminaliteit gekoppeld worden:

  1. De oriëntering van het genieten: de verhalen en metaforen zijn goed bekend en creeëren geen conflict met de alledaagse werkelijkheid. De toeristen willen onderhouden worden en wijken niet van hun vaste sociale rollen af.

  2. De oriëntatie van de verandering betreft een werkelijk verschil met het daagse leven en de behoefte daar van los te komen. Een typische metafoor voor deze oriëntatie is het “opladen van de batterijen”. Het onbekende wordt bewust opgezocht en de toeristen nemen bewust afstand van hun thuisomgeving, alhoewel de meeste niet te veel van de begane paden zullen afdwalen.

  3. De oriëntatie van de interesse heeft veel duidelijkere implicaties op de verhalen en vooral de vergelijkingen. Het onbekende moet beleefd worden, de breuk met de eigen maatschappij is compleet en bewust worden liminale zones betreden. De metaforen hier betreffen het mystische en dat er meer tussen hemel en aarde is dan wij kunnen bevatten. De wilde jungle wordt gesymbolizeerd door de Grote Vijf in Afrika en de natuur door uitbarstende vulkanen en dichtbegroeide regenwouden.

  4. De oriëntatie van de verruking is vooral op het eigen ik gericht. Toeristen dompelen in hun vakantieomgeving onder op zoek naar nieuwe waarden en ervaringen. Liminaliteit wordt bewust beleefd en ervaringen nemen een extientiëel karakter aan. Metaforen zeggen iets over diepe religieuze overwegingen, over verbijstering en verrukking. De toerist is bereid een transformatie te ondergaan.

  5. De laatste ervaringsoriëntatie van de dedicatie is existentieel en motiveringen betreffen vooral het eigen ik. Liminaliteit wordt volledig beleefd en de toerist denkt er serieus over de drempel te passeren en onderdeel to worden van het plaatselijke leven. Metaforen betreffen de rol van de natuur voor onze planeet, zijn grootsheid en ongenaakbaarheid. Religieuze ervaringen vallen ook onder deze oriëntatie.

Het concentreren op een wat persoonlijkere socio-psychologischse benadering helpt bij de toepassing van deze classificatie op een breed scala van culturele omgevingen en nationaliteiten. Bij het ontwerpen of ontwikkelen van toeristenactiviteiten is het van belang de ontmoeting tussen toerist en bestemming te evalueren en daarbij vooral dan de mate, waarin een bestemming toeristen wil toelaten. Dit is weer nauw betrokken bij de analyse van de bestemming en de manier, waarop de diverse ruimtes en plaatsen in het toerisme behandeld worden, zoals verderop uitgewerkt zal worden.

 Voor de ontwikkeling van het Toeristen Ervarings Model (TEM – in het Engels “Tourism Experience Model”) door J. Gnoth werd een pure psychologische beredenering toegepast (q163). De TEM tracht allereerst het proces van het ervaren te doorgronden dat aan de ervaringen zelf vooraf gaat. Hierbij moet men aan de ene kant de rol en wens beschouwen van de toerist om ervaringen op te doen en anderzijds het unieke karakter van een bestemming zien dat hierbij betrokken wordt. Gnoth and Matteucci (q163) leggen hierbij uit, dat het ervaren niet alleen afhangt van hoe het brein de activiteit waarneemt waar het in betrokken is op het moment van interactie met de directe omgeving, maar ook wat een bestemming wat mogelijke belevingsbronnen betreft te bieden heeft. Het brein van de tourist wordt zich van zijn vakantiebestemming bewust in twee welomschreven modaliteiten: het brein kan of de waarneembare normen, standaards en verwachtingen volgen van het soort persoon wiens waarneming de aanpassing aan vaste rollen zoekt, of het brein is humanistisch georiënteerd en zoekt de convergentie van emoties en situaties die het bestaan van het individu reflecteren. In die zin bestaat er een zekere overeenkomst met Cohen/Lengkeek’s versie wat de mate betreft, waarin het individu van de thuis omgeving afstand neemt. Met de beschrijving van de onderling verbonden processen, waarmee mensen veranderingen bereiken en ook kennis en kundigheid aanpassen als een functie van hun emotionele aanwezigheid in deze wereld, kan men beginnen te begrijpen hoe toeristen hun vakantiebestemming vorm geven en beleven (q163). De TEM is op twee assen gebaseerd: de activiteits-as (van het bevestigen en op het eigen ik gericht tot het verkennen en op het andere gericht) en de bewustheids-as (van autentieke rollen tot existentiële rollen). Deze assen laten vier elkaar overlappende gebieden zien: de egoïstische genieter (“egoistic pleasure seeker”) – de herontdekker (“re-discoverer”) – de kenniszoeker (“knowledge seeker”) – de holist (“holist”).

Egoïstische genieter: Bij deze groep beleeft de toerist de gebruikelijke gevoelens en voorziet wat relatief nieuwe omgevingen te bieden hebben en daarbij kan de intensiteit variëren door eigen keuzes en beslissingen.

Herontdekker: Hier begint de toerist zichzelf te herontdekken door te trachten eigen vaardigheden en kennis weer opnieuw op te poetsen.

Kenniszoeker: Het zoeken naar het nieuwe reikt verder dan alleen de bevrediging vooral wanneer het om een verkenning gaat en ook het brein naar nieuwe impulsen zoekt.

Holist: Wanneer het verkennende gedrag op spontane wijze speels en experimenterend wordt, als ook een existentiële en emotionele convergentie gezocht wordt, dan wordt activiteit iets creatiefs en holistisch, waarbij momenten eerder als ‘Gestalt’ beleefd worden dan als onafhankelijke detalles.

Een verdere dimensie bij de bewustheid en activiteit is dan de toeristenbestemming zelf als de fysieke en mentale ruimte die in een verwante plaats verandert op het moment dat de toerist die binnentreedt en beleeft. Dit laat het type rol zien die de bestemming op zich neemt bij deze interactie (q163) en het is dit punt dat de vraag oproept hoe de verschillende interventies in een bestemming onderscheiden kunnen worden.

3. Classificatie van de bestemming

De vier tot nu toe genoemde classificaties – Plog, Pearce, Cohen/Lengkeek en Gnoth – zijn onderdeel van de vele pogingen, die opgezet zijn om het gedrag van de toerist te beschrijven, een classificatie van toeristen vast te stellen of om een schaal van levensstijlen te ontwikkelen. De volgende stap is nu om de corresponderende belevingsbronnen te classificeren met het oogmerk te zien bij welke verschillende toeristenoriëntaties ze passen. Al eerder was er een onderscheid genoemd: de hoofd- en nevenbelevingsbronnen met economische waarde tegenover die belevingsbronnen waar toeristen vrijelijk van kunnen genieten. Er zijn nog andere vormen om belevingsbronnen te onderscheiden. De structuur van de ervaring is gebaseerd op de interactie van toeristen met plaatsen, mensen en dingen. Echter wat op een bestemming een plaats is, is in wezen een onbekende ruimte voor een toerist. Het is deze relatie tussen ruimte en plaats die vormt geeft aan de ontmoeting tussen toerist en bestemming en resulteert in de toeristische activiteit. Plaats houdt ruimte in en een ieders thuis is een plaats in een ruimte. Een plaats vergt menselijke inmenging; het is iets dat slechts over de tijd een vertrouwdheid krijgt en dan vooral in het geval van het eigen huis (q165). Het begrip plaats gaat verder dan alleen iets fysieks en overtreft de tastbare kwaliteiten zoals maat, proporties en karateristieken (q173). Een plaats is wat mensen maken van een ruimte met een emotionele aanhankelijkheid en interactie. Tuan (q171) omschreef plaatsen als “vermenselijkte ruimtes” en vroeg zich daarbij af hoe mensen die herkenden en begrepen, en hoe er een betekenis aangegeven werd.

In de praktijk betekent dit dat de eigen slaapkamer een intieme plaats is, terwijl een hotelkamer alleen maar een ruimte is om te slapen. Dit is een interessante waarneming. Beide kamers hebben een soortgelijke structuur en intentie, maar de eerste bevat een wereld aan emoties en indrukken die over een lange periode ontwikkeld zijn, wat niet van de hotelkamer gezegd kan worden, die slechts een vervreemde ruimte voor een paar nachten is. Dit voorbeeld wordt nog interessanter, wanneer we het geval van de zogenaamde “home stays” erbij betrekken, waarbij toeristen in ruimtes slapen die duidelijk plaatsen voor de bewoners van het huis zijn. Toeristen mogen dan zogenaamd even achter de coulissen van het plaatselijke leven kijken.

Voor de lokale bevolking is hun dagelijkse omgeving een kwestie van plaatsen, terwijl toeristen allereerst een bestemming als onbekende ruimtes ervaren, wat de ontmoeting tussen bestemming in brede zin van de term en toeristen in een gecompliceerde verstrengeling van ruimte/plaats concepten omzet (q222). De concepten ruimte en plaats kunnen beide door toeristen in belevingsbronnen omgezet worden, maar in het toerisme worden beide concepten verschillende kenmerken toegekend. Als een plaats gedefinieerd kan worden als gerelationeerd, historisch en betrokken op een identiteit, dan kan de ruimte die niet gedefinieerd kan worden als gerelationeerd, historisch en betrokken op een identiteit gedefinieerd worden als een non-plaats (q166). Internationale hotel ketens, luchthavens of grote winkel “malls” zijn hier voorbeelden van. Dan zijn er de grote en beroemde toeristenattracties, die speciaal voor hen ontwikkeld zijn en die een ruimte vormen die specifiek voor toeristen is. Dit betekent dat de plaatselijke bevolking die deze attractie bezoekt hetzelfde gevoel van een afstandelijke ruimte krijgt, alhoewel in het verleden die zone voor hen een bekende plaats geweest moet zijn. Toeristen kunnen proberen deze ruimtes om te zetten in voor hen herkenbare plaatsen, maar zij blijven slechts onder toeristen (q222). Het ligt anders voor die ruimtes waar toeristen en plaatselijke bewoners in een plaatselijke omgeving onder elkaar komen. Deze ontmoeting opent vele mogelijkheden voor toeristen om te proberen ruimtes in plaatsen om te zetten door hun eigen inzet, wat weer afhangt in welke mate die toerist bereid is mentaal afstand te nemen van zijn eigen thuisomgeving. In deze gemengde ruimtes zijn toeristen vaak niet-betalende bezoekers. Toeristen en de lokale bewoners komen niet alleen in de gemengde ruimtes onder elkaar, dit geldt ook voor openbare plaatsen. Het publiek in een concertzaal zijn allen luisteraars onafhankelijk van hun achtergrond. Dit geldt tot op zekere hoogte ook voor de gemenge plaatsen, waarbij toeristen een echte kans krijgen aan plaatselijke activiteiten deel te nemen. Tenslotte zijn er ook die plaatsen die exclusief voor de bewoners zijn in hun thuisomgeving en in hun dagelijkse leven, die moeilijk voor toeristen te penetreren zijn, hoewel er voorbeelden zijn, zoals vrijwilligers werk of het voorbeeld van de rugzakreizigers.

Tot nu toe zijn er 5 contactzones in vakantiebestemmingen aan bod gekomen: de non-plaatsen, toeristenruimtes, gemengde ruimtes, gemengde plaatsen en het echte plaatselijke leven, ook wel het leven achter de coulissen genoemd: “backstage”. De analyse van de rol van ruimtes en plaatsen als onderdeel van het toerisme als activiteit op een vakantiebestemming is in Tabel 1 uitgezet tegen de socio-economische factoren van mogelijke belevingsbronnen.

Tabel 1: De verdeling van ruimte en plaats onder de belevingsbronnen (tabel door Marinus Gisolf uitgewerkt)

Hoofd bel.bron Neven bel.bron Lokale initiativen Gedeelde bel.bron Backstage
Non-Plaatsen Strand Resorthotels, Int.Hotel ketens, mega toeristen attracties Malls
Toeristen ruimtes Groter attracties, beroemde stranden Musea, kleinere attracties (rafting etc.), souvenir winkels Festivals, openlucht tentoonstellingen
Gemengde ruimtes Religieuze ruimtes Stranden, typische lokale attracties, stadspleinen etc.Nationale Parken Festivals, markten Landschappen, warenhuizen, concertzalen, beroemde pleinen kerken
Gemengde plaatsen Lokale restaurants, discotheek Rurale toeristische proyecten, lokale festivals of straatfeesten Lokale winkeltjes, theaters etc.straatleven, markten Home stays”
Lokale Plaatsen Straatleven, lokale buurten Thuis

Om terug te komen op de ervaringsoriëntaties zoals die in dit artikel gepresenteerd zijn kan er nu een figuur ontworpen worden, dat als algemeen kader dient voor wat op iedere bestemming kan dienen voor welk type toerist. In Figuur 1 geeft de horizontale as de verschillende ervaringsoriëntaties aan zoals die door Elands en Lengkeek voorgesteld waren (q159) en waarbij bezoekers in het algemeen zijn toegevoegd, terwijl de vertikale as de socio-economische belevingsbronnen weergeeft.

De verschillende gebieden die de diverse ruimte/plaats verhoudingen weerspiegelen zijn in de figuur aangegeven. Figuur 1 is een denkbeeldig model, dat de intensiteit aangeeft, waarmee toeristen van de verschillende toeristen attracties en belevingsbronnen gebruik maken, wat weer afhankelijk is van de mate, waarin de toerist afstand van zijn thuisomgeving neemt en ook de mate waarin de toerist alternatieve ervaringen opzoekt. Een zelfde soort figuur kan ontworpen worden op basis van de TEM (q163). De breedte van iedere kolom (ervaringsoriëntaties) heeft geen enkele betrekking op absolute aantallen toeristen. Dit soort cijfers bestaan niet aangezien de verdeling arbitrair is. Er bestaan vele bezoekers en bezoekers/toeristen, maar of zij werkelijk de zogenaamde “echte” toeristen in aantallen overtreffen is maar de vraag en anders voor elke bestemming. Figuur 1 dient als theoretische model, dat helpt op een bestemming te identificeren, welke manieren van ervaren door welke type belevingsbron gegenereerd wordt en dit model dient daartoe twee doelen. Het eerste doel is, dat dit model helpt alle belevingsbronnen in een bestemming te identificeren en dan vooral degene die geen directe economische waarde voor het toerisme betekenen; het tweede doel betreft de indicaties die het model aangeeft voor welke ervaringsoriëntaties van toeristen deze belevingsbronnen kunnen dienen. Dit model zal er voor iedere bestemming anders uitzien, ofschoon de algemene opzet waarschijnlijk geen grote verschillen zal tonen.

Een voorbeeld van het gebruik van dit model zou een tourist kunnen zijn die via een vragenlijst of interview geïdentificeerd is tussen de ‘verandering’ en ‘interesse’ oriëntaties in volgens de indeling van Elands en Lengkeek (q159) of ergens tussen de ‘herontdekker’ en ‘holist’ van Gnoth’s TEM (q163). Volgens Figuur 1 zal deze toerist de non-plaatsen willen vermijden en zal slechts beperkt gebruik maken van de toeristentuimtes. Dit zijn al duidelijke indicaties voor tour-operators of reisbureaus bij het voorbereiden van rondreizen. Bij dit voorbeeld is het ook duidelijk dat direct contact met de plaatselijke bevolking belangrijk voor deze toerist is met daarbij een voorkeur voor gedeelde belevingsbronnen en verder alles wat met een plaatselijke bevolking gedeeld kan worden en deze toerist zou ook wel eens zich in omgevingen bewegen die eigenlijk alleen voor het thuisvolk bestemd zijn. De hotelkeuze neigt naar de kleinschalige gezellige hotelletjes met een informele atmosfeer. Verder neemt deze toerist zijn eigen initiatieven, wat betekent dat een vakantie met een huurauto en flexible programma optimaal zouden zijn.

  1. Slotopmerkingen

Wat normaal gesproken de toeristenprofielen worden genoemd en de bestaande interesse in deze classificaties voor marketing moeten met een zekere voorzichtigheid behandeld worden. Een geïsoleerd profiel zonder context bestaat niet. Profielen, classificaties of persoonlijke karakteristieken zijn allemaal relatieve en subjectieve concepten. Daarnaast is het goed nog eens de twee hoofdargumenten van dit artikel te belichten: men kan het ervaren van de toerist niet scheiden van de toeristenbestemming. Het tweede argument gaat over het belang en het gebruik van de data, die door deze classificaties gegenereerd zijn.

Het eerste argument kan niet genoeg benadrukt worden: in dit artikel wordt uitgelgd, dat bij toeristen activiteiten het niet gaat om wat een bestemming te bieden heeft of wat de toeristen van een bestemming verwachten, maar het gaat erom wat op een bepaalde bestemming kan dienen voor ieder type toerist. Een bestemming vertegenwoordigt de fysieke en mentale ruimte, die in een aanverwante plaats verandert, wanneer de toerist er zich mee verbindt en er een wisselwerking ontstaat. De betrokkenheid van toeristen met hun vakantiebestemming hangt van de persoonlijke instelling af, die op zijn beurt weer geclassificeerd kan worden op basis van psychologische en socio-psychologische gronden, zoals in dit artikel uitgelegd is.

Het tweede argument betreft het doel, waarmee de classificaties zijn ontwikkeld en dat kan dan voor de marketing van specifieke toeristenproducten zijn of voor de ontwikkeling van toeristenattracties bij een bestemming, om maar eens twee voorbeelden te noemen. De data aangaande de toeristenprofielen kunnen aangewend worden om het gedrag van een toerist op zijn vakantiebestemming, hun vakantie- of bestemmingskeuzes of hun manier van ervaren te voorspellen. Hierbij duikt echter wel een probleem op, want er zijn meer factoren die een rol spelen: de externe factoren. Slecht weer, geldproblemen, overval, hittegolf, tropische stormen of ongelukken kunnen allemaal hun stempel op het gedrag van toeristen drukken. Allereerst kunnen externe factoren de vakantiekeuze beïnvloeden, die de toerist van zijn vaste stramien doet afwijken en daarbij kan op de bestemming afwijkend gedrag door bovengenoemde factoren optreden. Met andere woorden wat direct interfereert met de belevingsoriëntaties is de vorm en mate, waarin toeristen op externe factoren reageren. Onder andere hangt dit weer af van de mate, waarbij de toerist zijn normale logica volgt en reageert zoals hij in zijn thuisomgeving gereageerd zou hebben of zelf naar oplossingen zoekt voor de (onverwachte) situatie waarmee hij geconfronteerd wordt. Tot nu toe is er relatief weinig onderzoek verricht naar de reacties van toeristen op negatieve externe factoren volgens hun ervaringsorïentaties zoals hiervoor uiteengezet.

Daarnaast bestaat er in de 21ste eeuw nog een heel andere praktijk die vaak het “toerismezapping” wordt genoemd, waarbij toeristen verschillende vakantietypes mengen: een paar dagen in een spa-hotel, daarna een avontuurlijke tour, dan nog wat cultuur en om niet te vergeten, dat er ook aan het eigen ik gewerkt wordt met een korte Reiki cursus. Tenslotte wordt de vakantie afgerond in een duur strandhotel (q150). Figuur 1 helpt bij het selecteren van deze diverse elementen. Vooral nu onder globalizerende invloeden wordt het combineren van verschillende types belevingsbronnen en bestemmingen steeds populairder.

Bij een vakantiebestemming is het vergelijken van toeristenprofielen met zekere toeristenattracties een noodzakelijke etappe, ten eerste voor de marketing en ten tweede om mogelijkerwijs de lokale infrastructuur te kunnen aanpassen aan de verwachtingen – van de bestemming aan die van de toeristen en andersom. Figuur 1 gaat daar nu precies over. Het opstellen van een inventaris op een bestemming van alle attracties op grond van karakteristieken, die weer passen bij soortgelijke psychologische karakteristieken van de toeristen is van vitaal belang als onderdeel van waar het toerisme nu eigenlijk om draait. Deze inventaris kan vergeleken worden met het bestaande beeld van de bestemming en de ‘brand’ ervan, terwijl tour operators en reisagenten hiermee geholpen worden om makkelijker de belevingsbronnen te classificeren op grond van de marktsegmenten waar zij het meest bij betrokken zijn.

Een laatste opmerking: vanaf het begin van de 21ste eeuw is het overgrote deel van de toeristen electronisch ‘gemobiliseerd’ en daarmee is het concept in hoeverre een toerist los komt van zijn thuisomgeving in een ander licht komen te staan. Het is moeilijk afstand te nemen wanneer men dag en nacht met het thuisfront in contact staat – of in contact kan staan. Van een tijdelijk breuk met de eigen omgeving is dan eigenlijk geen sprake. Dit zijn nieuwe ontwikkelingen en het is nog onduidelijk wat de gevolgen voor de instelling zijn, waarmee de verschillende ‘types’ toeristen met deze technologie omgaan, maar het zou mij niet verbazen, als ik binnen een paar jaar dit artikel weer geheel herschrijven moet!

 

De twee extremen van de Tourist Life Style schaal en de carriere van de toerist

 

 

 

 

 

 

 

De verschillende gebieden die de diverse ruimte/plaats verhoudingen weerspiegelen zijn in de figuur aangegeven. Figuur 1 is een denkbeeldig model, dat de intensiteit aangeeft, waarmee toeristen van de verschillende toeristen attracties en belevingsbronnen gebruik maken, wat weer afhankelijk is van de mate, waarin de toerist afstand van zijn thuisomgeving neemt en ook de mate waarin de toerist alternatieve ervaringen opzoekt. Een zelfde soort figuur kan ontworpen worden op basis van de TEM (q163). De breedte van iedere kolom (ervaringsoriëntaties) heeft geen enkele betrekking op absolute aantallen toeristen. Dit soort cijfers bestaan niet aangezien de verdeling arbitrair is. Er bestaan vele bezoekers en bezoekers/toeristen, maar of zij werkelijk de zogenaamde “echte” toeristen in aantallen overtreffen is maar de vraag en anders voor elke bestemming. Figuur 1 dient als theoretische model, dat helpt op een bestemming te identificeren, welke manieren van ervaren door welke type belevingsbron gegenereerd wordt en dit model dient daartoe twee doelen. Het eerste doel is, dat dit model helpt alle belevingsbronnen in een bestemming te identificeren en dan vooral degene die geen directe economische waarde voor het toerisme betekenen; het tweede doel betreft de indicaties die het model aangeeft voor welke ervaringsoriëntaties van toeristen deze belevingsbronnen kunnen dienen. Dit model zal er voor iedere bestemming anders uitzien, ofschoon de algemene opzet waarschijnlijk geen grote verschillen zal tonen.

Een voorbeeld van het gebruik van dit model zou een tourist kunnen zijn die via een vragenlijst of interview geïdentificeerd is tussen de ‘verandering’ en ‘interesse’ oriëntaties in volgens de indeling van Elands en Lengkeek (q159) of ergens tussen de ‘herontdekker’ en ‘holist’ van Gnoth’s TEM (q163). Volgens Figuur 1 zal deze toerist de non-plaatsen willen vermijden en zal slechts beperkt gebruik maken van de toeristentuimtes. Dit zijn al duidelijke indicaties voor tour-operators of reisbureaus bij het voorbereiden van rondreizen. Bij dit voorbeeld is het ook duidelijk dat direct contact met de plaatselijke bevolking belangrijk voor deze toerist is met daarbij een voorkeur voor gedeelde belevingsbronnen en verder alles wat met een plaatselijke bevolking gedeeld kan worden en deze toerist zou ook wel eens zich in omgevingen bewegen die eigenlijk alleen voor het thuisvolk bestemd zijn. De hotelkeuze neigt naar de kleinschalige gezellige hotelletjes met een informele atmosfeer. Verder neemt deze toerist zijn eigen initiatieven, wat betekent dat een vakantie met een huurauto en flexible programma optimaal zouden zijn.

  1. Slotopmerkingen

Wat normaal gesproken de toeristenprofielen worden genoemd en de bestaande interesse in deze classificaties voor marketing moeten met een zekere voorzichtigheid behandeld worden. Een geïsoleerd profiel zonder context bestaat niet. Profielen, classificaties of persoonlijke karakteristieken zijn allemaal relatieve en subjectieve concepten. Daarnaast is het goed nog eens de twee hoofdargumenten van dit artikel te belichten: men kan het ervaren van de toerist niet scheiden van de toeristenbestemming. Het tweede argument gaat over het belang en het gebruik van de data, die door deze classificaties gegenereerd zijn.

Het eerste argument kan niet genoeg benadrukt worden: in dit artikel wordt uitgelgd, dat bij toeristen activiteiten het niet gaat om wat een bestemming te bieden heeft of wat de toeristen van een bestemming verwachten, maar het gaat erom wat op een bepaalde bestemming kan dienen voor ieder type toerist. Een bestemming vertegenwoordigt de fysieke en mentale ruimte, die in een aanverwante plaats verandert, wanneer de toerist er zich mee verbindt en er een wisselwerking ontstaat. De betrokkenheid van toeristen met hun vakantiebestemming hangt van de persoonlijke instelling af, die op zijn beurt weer geclassificeerd kan worden op basis van psychologische en socio-psychologische gronden, zoals in dit artikel uitgelegd is.

Het tweede argument betreft het doel, waarmee de classificaties zijn ontwikkeld en dat kan dan voor de marketing van specifieke toeristenproducten zijn of voor de ontwikkeling van toeristenattracties bij een bestemming, om maar eens twee voorbeelden te noemen. De data aangaande de toeristenprofielen kunnen aangewend worden om het gedrag van een toerist op zijn vakantiebestemming, hun vakantie- of bestemmingskeuzes of hun manier van ervaren te voorspellen. Hierbij duikt echter wel een probleem op, want er zijn meer factoren die een rol spelen: de externe factoren. Slecht weer, geldproblemen, overval, hittegolf, tropische stormen of ongelukken kunnen allemaal hun stempel op het gedrag van toeristen drukken. Allereerst kunnen externe factoren de vakantiekeuze beïnvloeden, die de toerist van zijn vaste stramien doet afwijken en daarbij kan op de bestemming afwijkend gedrag door bovengenoemde factoren optreden. Met andere woorden wat direct interfereert met de belevingsoriëntaties is de vorm en mate, waarin toeristen op externe factoren reageren. Onder andere hangt dit weer af van de mate, waarbij de toerist zijn normale logica volgt en reageert zoals hij in zijn thuisomgeving gereageerd zou hebben of zelf naar oplossingen zoekt voor de (onverwachte) situatie waarmee hij geconfronteerd wordt. Tot nu toe is er relatief weinig onderzoek verricht naar de reacties van toeristen op negatieve externe factoren volgens hun ervaringsorïentaties zoals hiervoor uiteengezet.

Daarnaast bestaat er in de 21ste eeuw nog een heel andere praktijk die vaak het “toerismezapping” wordt genoemd, waarbij toeristen verschillende vakantietypes mengen: een paar dagen in een spa-hotel, daarna een avontuurlijke tour, dan nog wat cultuur en om niet te vergeten, dat er ook aan het eigen ik gewerkt wordt met een korte Reiki cursus. Tenslotte wordt de vakantie afgerond in een duur strandhotel (q150). Figuur 1 helpt bij het selecteren van deze diverse elementen. Vooral nu onder globalizerende invloeden wordt het combineren van verschillende types belevingsbronnen en bestemmingen steeds populairder.

Bij een vakantiebestemming is het vergelijken van toeristenprofielen met zekere toeristenattracties een noodzakelijke etappe, ten eerste voor de marketing en ten tweede om mogelijkerwijs de lokale infrastructuur te kunnen aanpassen aan de verwachtingen – van de bestemming aan die van de toeristen en andersom. Figuur 1 gaat daar nu precies over. Het opstellen van een inventaris op een bestemming van alle attracties op grond van karakteristieken, die weer passen bij soortgelijke psychologische karakteristieken van de toeristen is van vitaal belang als onderdeel van waar het toerisme nu eigenlijk om draait. Deze inventaris kan vergeleken worden met het bestaande beeld van de bestemming en de ‘brand’ ervan, terwijl tour operators en reisagenten hiermee geholpen worden om makkelijker de belevingsbronnen te classificeren op grond van de marktsegmenten waar zij het meest bij betrokken zijn.

Een laatste opmerking: vanaf het begin van de 21ste eeuw is het overgrote deel van de toeristen electronisch ‘gemobiliseerd’ en daarmee is het concept in hoeverre een toerist los komt van zijn thuisomgeving in een ander licht komen te staan. Het is moeilijk afstand te nemen wanneer men dag en nacht met het thuisfront in contact staat – of in contact kan staan. Van een tijdelijk breuk met de eigen omgeving is dan eigenlijk geen sprake. Dit zijn nieuwe ontwikkelingen en het is nog onduidelijk wat de gevolgen voor de instelling zijn, waarmee de verschillende ‘types’ toeristen met deze technologie omgaan, maar het zou mij niet verbazen, als ik binnen een paar jaar dit artikel weer geheel herschrijven moet!

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie


− 2 = 0