Al lang verkeert het vakantietoerisme in de greep van het economisch denken en sociologisch onderzoek. Op deze website wordt een gebalanceerder inzicht aangehouden: de toeristen zelf en hun ontmoeting met hun vakantiebestemming. De toeristen nemen wat hen aangereikt wordt en gebruiken dit voor hun eigen doeleinden; het zijn deze doeleinden die ons het meest interesseren en meer dan 25 artikelen op deze website gaan daar nu juist over: het toerisme van de toeristen.

Onder het hoofdje "Toerisme" is een nieuw artikel van mij toegevoegd over Klimaatsverandering (Juli 2020).

In februari 2020 heb ik een nieuw artikel toegevoegd in de rubriek "Toerisme" getiteld "Fenomenologie en het Toerisme".

Ruraal toerisme

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Toerisme Ruraal: de Leerervaring

Met dank aan Dr. Eduardo Costa Mielke van de Universiteit van Rio de Janeiro voor zijn waardevolle bijdrage, die de kwaliteit van dit artikel enorm geholpen heeft.

Introductie

Al vanaf de jaren zeventig zijn de mogelijkheden onderzocht om het toerisme onderdeel te maken van een plattelandsontwikkeling, maar over het algemeen kan er toch gesteld worden, dat er tot nu toe meer mislukkingen en niet-duurzame praktijken gemeld zijn dan succesverhalen en dit geldt dan vooral voor de ontwikkelingslanden. Dit artikel onderzoekt de probleem gebieden, waarbij de (academische) theorie en de praktijk van het rurale toerisme met elkaar in verband gebracht worden en tegelijkertijd de hoofdzaken van de problematiek belicht worden.

Binnen het kader van het postmoderne toerisme heeft de duidelijke tendens naar individuelere ervaringen en exclusieve authenticiteit de grenzen verlegd van het toeristisch panorama en van het aantal activiteiten en ervaringen dat als echt toerisme gecatalogiseerd kan worden. Het schijnt, dat bijna elke dimensie van het menselijke leven en cultuur het potentieel bezit om een vorm van toerisme te worden. Alhoewel de zoektocht naar het authentieke in de moderne betekenis, waarbij de tijd stil schijnt te staan, de armen arm moeten blijven met een duidelijke culturele stagnatie, ook in postmoderne tijden nog in het toerisme bestaat, zijn er tegelijkertijd vele groepen onder de bevolking met andere levenstijlen, die naar de authenticiteit zoeken van een realiteit die zij niet kennen en waar zij van willen leren. Binnen hetzelfde bestek bestaat er ook een snel groeiend aantal toeristen, die in een oorspronkelijke plattelands stijl geïnteresseerd zijn en ook vaardigheden en gewoontes als zelf-verrijkende ervaringen willen opdoen. Het gaat dan om toeristen die niet naar een beroemde toeristische attractie willen gaan, maar die een serie persoonlijke ervaringen op willen doen. Deze meer allocentrische levensstijl sluit goed bij een rurale ontwikkeling van het toerisme aan, waarbij elementen van vrijwilligers werk of slapen bij mensen thuis dan inbegrepen zijn.

Er bestaat een duidelijke tendens om het leven te zien alsof deze door een economische motor wordt voortbewogen en voor het toerisme geldt dat precies zo. De product-leverancier-klant keten domineert het westerse (postmoderne) denken en dit geldt dan ook voor het rurale toerisme. Het toepassen van het toerisme als middel om armoede te verlichten volgt dezelfde gedachte gang: de plaatselijke bevolking levert een product (overnachting en/of een toeristische attractie) dat aan klanten (toeristen) verkocht wordt. Literatuurstudie over dit onderwerp geeft echter aan, dat een groot aantal van de toeristische gemeenschapsprojecten wat bezoekers aantallen betreft gefaald hebben, wat sommige mensen doet stellen, dat het toerisme als verlichting van armoede niet funcioneert.

Echter zijn er ook andere manieren behalve de economische om het toerisme te bezien. Vanuit het sociaal-psychologisch perspectief komt de nadruk te vallen op de rol die een rurale bevolking tegenover de toeristen bevolking speelt. De ontmoeting tussen toeristen en hun vakantie bestemming vormt dan het kernpunt en nodigt uit om het rurale gemeenschaps toerisme op basis van deze ontmoeting te bestuderen. Deze visie vormt ook de grondslag van de zogenaamde reflexieve benadering van het toerisme. Eenvoudige vragen zoals wat iedere partij precies zoekt en in welke mate er overeenkomsten zijn winnen dan aan relevantie. Voordat een ontwikkelingsproject in ruraal toerisme opgezet wordt, moet niet alleen het doel voor iedere deelnemende partij vastgesteld worden – toeristen inbegrepen – maar ook de sociaal- psychologische motieven die de deelnemers drijft.

In dit artikel worden er een aantal trajecten van een gecompliceerde route beschreven die plaatselijke mensen moeten afleggen om toeristische initiatieven in hun dorp te ontwikkelen. Het betreft een proces, dat tot leerervaringen moet leiden en dit geldt dan ook voor toeristen. Voor de lokale mensen moet het hier niet alleen om inkomsten gaan, maar ook om een verbeterde infrastructuur, contacten met andere culturen, nieuwe sociale netwerken, verbeterde interne organisatie en een hoger cultureel bewustzijn, terwijl het aan de kant van de toeristen gaat om een verbreding van hun horizon, verhoogd bewustzijn van het milieu en andere levensstijlen, onder andere.

Het Toerisme Ruraal

Het plattelands toerisme kan vanuit het oogpunt van ruimte, tijd en sociale relaties bezien worden. Sociologen, aardrijkskundigen, economen of de ontwikkelaars van bestemmings plannen hebben allang aangegeven, dat vanuit een ruimtelijk inzicht de scheiding tussen stad en platteland vervaagd is. Dit komt voornamelijk door de fysieke uitbreiding van de stedelijke omgeving, de hogere mobiliteit van de bevolking en ook het fenomeen van het tweede huis. Sommige onderzoekers omschrijven het rurale als een omgeving waar de landbouw domineert. Een iets bredere visie houdt aan, dat er een onderscheid gemaakt kan worden afhankelijk van het bereik van de agrarische activiteiten; dit kan allereerst een extensieve landbouw zijn met een hoog aantal landarbeiders en grotere dorpen, het kan ook tuinbouw activiteiten betreffen dicht bij stedelijke gebieden of het kan om klein-schalige landbouw door kleine boeren op familie basis gaan.

Wat plattelands is kan ook vanuit het tijdsbegrip bezien worden: het idee dat stadsbewoners doorgaans over het platteland hebben, is dat het in ontwikkeling achter loopt en de tijd er stil schijnt te staan. Het is nu juist deze nostalgische visie op wat geacht wordt ruraal te zijn, die haaks op de postmoderne en haastige levensstijl van de grote steden staat. Deze visie komt ook overeen met wat de meeste rurale toerisme projecten trachten over te brengen: het contrast tussen het leven in een stad en op het platteland. De belangrijkste karakteristieken van deze kijk op het platteland kunnen alsvolgt samengevat worden:

  • ruraal in het funcioneren met kleine boerderijen, weinig arbeidsverdeling, open landschap, contact met de natuur, boeren erfgoed of traditionele activiteiten;

  • ruraal wat schaal betreft (huizen, boerderijen, etc.)

  • traditioneel van karakter; langzame en organische groei, nauwe familie banden met vaste sociale posities (en niet door prestaties), plaatselijk bestuurd en met een duidelijke lange termijn visie;

  • complexe relatie tussen milieu, economie en geschiedenis.

Dit betekent wel, dat wat ruraal geacht wordt niet noodzakelijkerwijs met de werkelijke rurale ontwikkeling overeenkomt.

Vanuit een sociaal perspectief betreft het plattelands toerisme voornamelijk de directe deelname van de plaatselijke bevolking, de beslissingsbevoegdheden en het ontvangen van de baten. Wat niet altijd duidelijk is in hoeverre de bewoners zelf alle beslissingsbevoegheden hebben of dat dit via een (cooperatieve) vereniging of stichting moet lopen. Dit heeft er ook mee te maken in hoeverre een ruraal toeristisch ontwikkleingsproject een patroon volgt van boven naar beneden of andersom. Dat alles en iedereen van een gemeenschap op enigerlei wijze betrokken is bij de ontwikkeling van toeristische projecten op het platteland ligt meer in de lijn van de reflexieve benadering van het toerisme, waarbij de ontmoeting tussen bevolking en toeristen centraal staat en de spil vormt waar omheen het toerisme draait.

Het moet duidelijk zijn dat de term toerisme ook vanuit een toeristische oogpunt gezien kan worden en weer onderverdeeld kan worden afhankelijk van het type activiteit dat een toerist uitvoert. Deze onderverdelingen kunnen uiteraard over elkaar heen vallen, wat doorgaans inderdaad het geval is:

  • Socio-cultureel plattelands toerisme: betreft de gelegenheid die toeristen geboden wordt de sociale en culturele expressies van een plattelands omgeving te leren kennen. Dit kan tastbare zaken betreffen van historisch of zuiver cultureel gehalte (tentoonstellingen, theater, kunstnijverheid, etc.), maar ook door middel van het directe contact van toeristen met een plaatselijke bevolking en hun manier van leven.

  • Ecotoerisme: betreft toeristen die naar een gebied reizen om de natuur te ervaren en om de conservatie van die natuur te steunen.

  • Avonturen toerisme: de karakteristiek van de motivaties van de toerist is de actieve deelname in het exploreren van natuur gebieden, vaak met risico’s, waarbij het doel niet zozeer is om kennis op te doen (zoals bij het ecotoerisme het geval is), maar meer het beleven op zichzelf.

  • Gespecialiseerde toeristische sectoren: de motivatie van toeristen betreft specifieke interesses, zoals bij het agro-toerisme, vogel-toerisme of de sociale ervaringen bij ruraal gemeenschaps toerisme.

Met deze onderverdeling in gedachte kan er nog een karakteristiek genoemd worden: de hoofdattractie van een plattelandsbestemming is die bestemming zelf en geen specieke toeristische “highlight”. Het gaat om het genieten van een rurale omgeving, die hetzelfde is met of zonder de aanwezigheid van toeristen; met andere woorden betreft het een authentieke plattelands omgeving en geen attractie die speciaal voor toeristen aangelegd is. Daarnaast kan er een scheiding aangebracht worden tussen het zogenaamde harde en zachte toerisme. Deze scheiding komt ook overeen met de terminologie van allocentrische en psychocentrische toeristen. De eerste heeft betrekking op een kleinschalig toerisme, terwijl de tweede term het massatoerisme betreft. Het rurale toerisme en vooral wanneer het op een plattelands gemeenschap gebaseerd is betreft het zachte toerisme en kan tot een constructieve en duurzame ontwikkeling van een gebied leiden, terwijl in het geval van het harde toerisme dit meer schade dan enig goed kan aanbrengen op de lange termijn.

Deze verdeling helpt ook om het verschil te verklaren tussen ruraal toerisme en strand toerisme. Beide vormen spelen zich in niet-stads gebieden af, maar de tweede heeft geen agrarisch component en de eerste wel. Het strand toerisme heeft daarbij meer met het harde toerisme te maken, alhoewel de een niet direct de ander uitsluit, daar men wel degelijk ruraal toerisme bij kustgebieden kan hebben.

De enorme reikwijdte van het begrip ruraal toerisme nodigt uit om beperkingen op te leggen en dit artikel gaat dan ook hoofdzakelijk over het rurale gemeenschaps toerisme (RGT) om drie redenen: vanuit het oogpunt van een duurzame ontwikkeling kunnen rurale toeristische projecten alleen succesvol zijn, wanneer een plaatselijke bevolking in zijn geheel hieraan meewerkt; ten tweede is er het feit, dat niet alleen in Europa en de VS, maar ook steeds meer op andere continenten het rurale gemeenschaps toerisme als een belangrijk instrument gezien wordt om het plaatselijke erfgoed te beschermen en ook om armoede te helpen verlichten; tenslotte is er de reden dat het rurale gemeenschaps toerisme een goed voorbeeld oplevert om sommige kanten van de reflexieve benadering van het toerisme duidelijk te maken.

Theoretische onderbouwing: netwerken en interactieve benaderingen

De wortels van een rurale ontwikkeling van het toerisme worden gekweekt door vele instellingen met globale of lokale interesses, verder bevrucht door regerings instanties of de privee sector en met macro- of microklimaten in gedachte moeten er win-win situaties geproduceerd worden. Machtsverhoudingen, echter, zijn ongelijk verdeeld vanwege de aard van de deelnemers. Sommigen kunnen economisch superieur zijn, terwijl anderen weer sleutelposities innemen. Er zijn groepen met sterk cultureel erfgoed en diegenen met veel practische kennis. Dit betekent dat vele wetenschappelijke disciplines bij het RGT proces op een of andere wijze betrokken zijn, zoals de sociologie, sociale psychologie, anthropologie, economie of aardrijkskunde om er een paar te noemen. Alle deelnemers in rurale ontwikkelings processen zijn op de een of andere wijze met elkaar verbonden en de relaties tussen hen – mensen en ook de natuurlijke of gebouwde omgeving – baseren zich op wederzijds interesses. Deze relaties kunnen zich tot netwerken ontwikkelen, die op hun beurt weer vast leggen welke rol iedere deelnemer speelt. Dit is een interactieve visie op de rurale ontwikkeling van het toerisme, waarbij toeristen net zo hard hun rol spelen op hetzelfde niveau als alle andere acteurs bij het kweken en cultiveren van de wortels van een duurzame ontwikkeling van het toerisme in rurale gebieden.

Netwerken worden geacht een belangrijke rol te spelen in een regionale ontwikkeling met het gevolg, dat het stimuleren van netwerken een belangrijk beleidsdoel wordt. Er is een verschuiving ontstaan van de nadruk op de resultaten naar het ontwikkelingsproces zelf toe. Dit betekent ook, dat de nadruk van de economische resultaten verschoven is naar het belang van het uitbouwen van netwerken, daar het op basis van netwerken is, dat nieuwe mogelijkheden voor ontwikkelingen zich voordoen. In de meerste gevallen betreft het dan innoverende processen, waarbij niet alleen een plaatselijke bevolking betrokken is, maar ook externe deelnemers hun een rol spelen, inclusief potentiële bezoekers van het betreffende gebied.

Het RGT is een dienstverlenende activiteit en verschilt daarin substantieel van landbouwproductie of industriële activiteiten. De introductie van het toerisme in rurale gebieden heeft daarom een veel grotere uitwerking dan dat er alleen een nieuw soort “produkt” wordt geïntroduceerd. Dit laatste zou slechts een toevoegende innovatie zijn die weinig van de bestaande activiteiten afwijkt, maar het opstarten van dienstverlenende activiteiten betekent op het platteland een radicale innovatie vanuit welk oogpunt dan ook. Deze radicale innovaties of nieuwigheden (“novelty”) vragen om drastische veranderingen in gedrag en bestuur. Het toerisme is een radicale innovatie voor het platteland en betekent de aanwezigheid van hele andere netwerken dan waarmee een gemeenschap bekend is. De introductie van het toerisme in rurale gebieden leidt tot veranderingen op het gebied van netwerken, de doprsinfrastructuur en de organisatie binnen een bevolking. Het moet duidelijk zijn, dat dit type van radicale verandering zijn tijd neemt om beslag te krijgen en het kan vele jaren duren, voordat nieuwe organisatie structuren binnen een gemeenschap verankerd zijn.

Innovaties als onderdeel van een rurale ontwikkelings strategie moeten radicaal zijn om verankerd te raken in de socio-economische activiteiten van een gemeenschap en hierbij kunnen verschillende gebieden afgebakend worden. Bij de meeste gemeenschappen moeten organisatorische structuren vernieuwd worden met een ander soort infrastructuur, waar de plaatselijke mensen niet mee vertrouwd zijn; een totaal andere benadering van de marketing is dan vereist en op regionaal niveau moeten er vele nieuwe netwerken geopend worden. Alleen met de volledige steun van de totale bevolking kunnen deze doelen bereikt worden en hun directe betrokkenheid bij zo’n ontwikkelingsproject is beslissend. Een benadering van beneden naar boven toe is dan ook de enige manier om te kunnen garanderen, dat het toeristisch ontwikkelingsproces in een rurale gemeenschap verankerd raakt.

Rurale gemeenschaps ontwikkelings projecten in het toerisme

Bij een sociaal-psychologische aanpak van een RGT ontwikkelingsproces als onderdeel van de reflexieve benadering van het toerisme wordt er een duidelijke nadruk op de begin etappes gelegd. Die moeten de fundering voor een gedegen ontwikkeling vormen, waarbij alle – of de meeste – deelnemers overeenstemming bereikt hebben. Uitgaande van de basisvoorwaarde voor een functioneel toerisme moet de plaatselijke bevolking een ingewikkelde weg volgen om een lucratieve en duurzame toeristische activiteit te hebben. Met als ondergrond de studie van de academische literatuur en vele bestudeerde gevallen kunnen er een aantal vereisten en condities opgezet worden als respons op de moeilijkheden, waarmee vele RGT projecten tot nu toe geworsteld hebben.

1. Basis voorwaarden voor een project in het toerisme

Wanneer een rurale gemeenschap elementen van het toerisme in zijn economische activiteiten wil introduceren, zijn er een aantal randvoorwaarden nodig om de funcionaliteit binnen toeristische netwerken te waarborgen. Het gaat er dan om hoe toeristische activiteiten eruit moeten zien vanuit het oogpunt van de ontmoeting tussen toerist en plaatselijke mensen. Een RGT project moet kunnen produceren:

    1. Een ambiance die toeristen een indruk geeft van het verschil met hun eigen thuisomgeving; dit wordt om het normale dagelijkse rurale leven gebaseerd, dat dus niet speciaal voor toeristen ontwikkeld is en er ook zonder toeristen zou zijn; bestaande agrarische of nijverheids actviteiten vallen daar ook onder. Plaatselijke mensen moeten nooit zelf de attractie vormen, en dit geldt vooral voor inheemse bevolkingsgroepen.

    2. Infrastructuur voor het toerisme, zoals hotels, restaurants of souvenir winkeltjes. In de praktijk betekent dit doorgaans een kleine herberg met een paar kamers en gemeenschappelijke badkamers of het slapen en eten bij mensen thuis.

    3. Diensten die betrekking hebben op de directe ervaringen van toeristen, zoals typische attracties, wandelpaden, historische plaatsen die speciaal voor toeristen toegankelijk gemaakt zijn en verder alles wat speciaal voor toeristen aangelegd is.

Bij het ontwikkelen van initiatieven voor toeristische projecten kan er een scheiding aangebracht worden tussen de elementen die op de interne situatie betrekking hebben en de buitenstaande factoren. Vanuit een netwerk oogpunt zijn de punten 1.1 – 1.3 op interne netwerken gericht, terwijl de volgende twee punten op de externe:

    1. Het dorp of de gemeenschap moet op een relatief makkelijke manier bereikbaar zijn en op maximaal een halve dag reistijd van andere mogelijke interessante punten voor toeristen liggen;

    2. De gemeenschap of dorp moet over telecommunicatie beschikken om reserveringen en betalingen te kunnen ontvangen en om correspondentie binnen eigen netwerken of met andere te onderhouden; marketing moet ook via Internet uitgevoerd kunnen worden.

2. De Ontmoeting

De reflexieve benadering refereert aan de interactie tussen gastheer em gast oftewel tussen bestemming en toerist. Het kernpunt is de ontmoeting tussen deze twee en het resultaat ervan. Vanuit een economisch gezichtspunt is er een uitwisseling van goederen en diensten tegen geld (of vrijwilligers werk bijvoorbeeld), maar er is ook de daad van het ervaren, wat wel of niet het resultaat van deze transactie kan zijn. Speciaal in het geval van RGT doen toeristen ervaringen gebaseerd op dingen of fenomenen waar zij niet voor betaald hebben: de plaatselijke cultuur, de landschappen, de manier van koken of alleen al de geuren en kleuren die zo anders zijn dan men thuis gewend is. Sociale contacten, het vergelijken van een bestemming met de thuis omgeving of gewoonweg wat dromen wat een ander soort leven men zou kunnen hebben zijn allemaal pluspunten die een hele serie ervaringen opleveren, die verder geheel gratis zijn. Het plattelands toerisme draait nu precies om deze ontmoeting tussen een plaatselijke gemeenschap en de toeristen gemeenschap en voordat men begint zo’n toeristische project op te zetten moet men duidelijk voor ogen hebben wat de aard van deze ontmoeting is en hoe die in plattelands gebieden funcioneert. Deze ontmoeting kan in drieën verdeeld worden:

 – de ontmoeting van mens-tot-mens: groeten of een handgeven (of wat de lokale etiquette voorschrijft), een kort gesprek (afhankelijk van de talenkennis van de toerist of plaatselijke bevolking), betalen en wisselgeld ontvangen; even zwaaien naar elkaar of, nog menselijker, een glimlach.

- de ontmoeting van mens-tot-cultuur: een confrontatie met huizen die anders gebouwd zijn dan bij de toerist thuis, kleuren die verschillen, nieuwe geuren en gerechten, vreemde klederdracht, inheemse muziek of intrigerende religeuze relikwieën; voor een plaatselijke bevolking kan de komst van mensen met andere gewoontes en culturen ook nieuwe horizons openen.

- de ontmoeting met zichzelf: toeristen bevinden zich in een voor hen vreemde omgeving, waarbij sommigen hiervan willen leren, anderen zich vooral op de sociale uitdaging richten, terwijl er ook toeristen zijn die vooral het avontuur en physieke inspanning nastreven. De plaatselijke mensen kunnen zichzelf spiegelen en zich bewuster worden van de culuur die zij hebben.

Bij de ontmoeting van de eerste soort kan een toerist een sociale ervaring opdoen; in het geval van de tweede soort gaat het om mogelijke culturele, gastronomische, esthetische of religieuze ervaringen. Bij de eerste is er de barrière van de taal en die van andere gewoontes – bij de tweede wordt dit nu juist niet als hindernis gezien, maar als het feit waarom een toerist daar naartoe gegaan is: om wat ‘nieuws’ te beleven. Het derde type gaat om het type authenticiteit die een toerist zoekt.

De basis van het RGT is deze ontmoeting, die alleen werkt indien beide partijen op gelijke voet staan. Met andere woorden kan de leverancier-klant relatie die zo typisch voor het westerse economisch denken is hier niet toegpast worden, maar een veel meer interactieve gastheer-gast verhouding moet er plaatsvinden, waarbij beide partijen partners in het toerisme zijn.

Elk dorp of ruraal gebied beschikt over dingen of fenomenen die de interesse van toeristen kunnen opwekken en die aanwijzingen vormen voor mogelijke ervaringen. Deze aanwijzingen of belevings bronnen (Belbronnen) samen vormen het verhaal van de gemeenschap, dat via de zintuigelijke waarnemingen van toeristen tot leven gebracht wordt en tenslotte tot nieuwe ervaringen leidt. De ontmoeting tussen plaatselijke mensen en toeristen gaat dan ook over het inkaderen van verwachtingen voor ervaringen.

3. De verwachtingen

Voordat er met een ontwerp-plan begonnen wordt moeten eerst de verwachtingen voor deze ontmoeting bekeken en bijgesteld worden volgens wat redelijkerwijs verwacht kan worden. Verwachtingen in het toerisme zijn op hun beurt weer gebaseerd op de behoeftes en motivaties van de acteurs. Wat uit de literatuurstudie over dit onderwerp duidelijk naar voren komt dat plaatselijke bevolkings groepen gemotiveerd of overgehaald worden door economische beweegredenen, terwijl de toeristen hun motivatie halen uit de mogelijkheid socio-culturele ervaringen op te doen. Dit betekent in wezen dat beide partijen met volstrekt verschillende motivaties en verwachtingen aan de ontmoeting beginnen – een weinig belovende start. Te vaak nog wordt de toeristen voorgespiegeld, dat socio-culturele ervaringen met kontant geld gekocht kunnen worden, terwijl de plaatselijke gemeenschap moet geloven, dat door te doen wat toeristen leuk vinden ze daarmee in hun levens onderhoud kunnen voorzien. Men kan ook aan een wat romantischere versie denken van toeristen die zich aangetrokken voelen door de geëngageerde verhalen die een plaatselijke gemeenschap kan tonen en na de ontmoeting nemen de toeristen met tranen in de ogen afscheid vanwege de vriendschappen die gesloten zijn en ongelooflijke ervaringen die een ieder beleefd heeft. Hoe dan ook alle deelnemers in het toeristisch proces moeten een eerlijke start hebben door op de motivaties en verwachtingen van de andere partijen in te kunnen spelen. In het geval van een plaatselijke gemeenschap die met een nieuwigheid zoals het toerisme te maken krijgt kan dit vertaald worden naar de opening van nieuwe externe netwerken die toegang verlenen om meer te weten te komen over toeristen en wat hen kan interesseren, en dit te vergelijken met wat hun gemeenschap te bieden heeft.

Aan beide kanten moeten verwachtingen gekoesterd worden die reeël zijn en de vaste ideeën die men heeft moeten hierop bijgesteld worden. In het geval van een plaatselijke bevolking worden de economische perspectieven van een toeristisch project vaak te rooskleurig voorgesteld, wat dan nog verder gevoed wordt door het idee dat alle toeristen rijk zijn. Het is ook wel begrijpelijk dat toeristen rijk geacht worden, daar zij doorgaans in luxueuze touringcoaches of fraaie huurauto’s aankomen, terwijl een plaatselijke bevolking in vele gevallen een oude rammelbus moet gebruiken voor hun openbaar vervoer. Camera’s, mobiele telefoons, Ipods en zonnebrillen die de toeristen bij zich hebben geven ook dat idee van een luxe, waar de plaatselijke mensen niet aan gewend zijn. Dit kan tot vaste ideeën leiden over hoe toeristen zijn. Het tegenovergestelde kan ook over de toeristen gezegd worden, die bij het idee van armoede zich al snel superieur voelen en erger nog, zich cultureel superieur voelen, terwijl het tegengestelde heel goed het geval kan zijn. Het afbreken van vooroordelen is daarom een belangrijke taak van het RGT.

Voor beide partijen moeten verwachtingen breed gesteld zijn, zodat de nieuwigheid van de ontmoeting zoveel mogelijk benut kan worden en beide partijen moeten goed weten waar het toerisme om draait en wat zij van deze ontmoeting aan tastbare en niet-tastbare zaken kunnen verwachten. Beide partijen moeten het nut zien van het feit, dat er nieuwe netwerken geopend worden en de plaatselijke bevolking moet zich bewust zijn van het feit, dat een toenemend aantal toeristen vertaald kan worden naar een grotere interesse van regeringsautoriteiten en daarmeee de mogelijkheden voor een verbeterde infrastructuur, zoals wegen, electriciteit, telefoon etc.

Daarnaast hebben in het toerisme de verwachtingen ook te maken met “branding” en “marketing” en de oefening van het vergelijken wat een gemeenschap kan bieden met waar toeristen geïnteresseerd in zijn is van groot belangrijk en moet al direct aan het begin van een ontwikkelingsproces toegepast worden. Tot nu toe zijn deze laatste beschouwingen en dan vooral degene over de verwachtingen van de toeristen buiten beschouwing gebleven bij de meeste RGT projecten, daarmee ontkennend, dat het bij RGT nu juist om de ontmoeting tussen plaatselijke mensen en toeristen gaat.

4. Basis voorwaarden voor de ontmoeting

Het bezien wat er aan mogelijkheden voor het toerisme zijn in een specifiek ruraal gebied en de specifieke aard van de ontmoeting tussen mensen met verschillende culturele achtergronden levert nog een serie observaties op. Een belangrijk deel van de sociale ervaringen van toeristen komen uit de communicatie voort, die zij met de mensen van een rurale gemeenschap hebben, wat dan inhoudt, dat om deze communicatie succesvol te maken de toeristen de taal van de plaatselijke bevolking spreken of dat er een taal is waarin beiden zich kunnen uitdrukken – vaak is dat het Engels. Dit betekent in wezen, dat bij het ontwikkelen van RGT het interne toerisme de eerste richtmarkt moet zijn. Normaal gesproken heeft een plaatselijke bevolking de neiging toeristen als gasten te behandelen, maar tegelijkertijd dienen zij te beseffen, dat toeristen juist geen gast willen zijn, maar zoveel mogelijk pogen het echte authentieke leven van een gemeenschap te zien. Dit punt komt ook met de observatie overeen, dat in een pension een toerist kan proberen zich thuis te voelen, maar wanneer men bij mensen thuis slaapt wordt de toerist altijd als gast behandeld. In de praktijk betekent dit, dat in het geval, dat toeristen een geheel andere culturele achtergrond hebben zij beter in een pension slapen, terwijl voor het slapen bij mensen thuis beter toeristen met nauwere culturele banden uitgenodigd worden, zoals mensen van een nabije grote stad. Dan is er het punt in hoeverre toeristen activiteiten willen uitvoeren met of zonder de directe deelname van plaatselijke mensen. Wandelingen in de natuur, fiertstochten of agrarische activiteiten kunnen mooie toeristen attracties zijn, maar het moet altijd duidelijk zijn in hoeverre het iets betreft, dat speciaal voor toeristen opgezet is of dat onderdeel vormt van het plaatselijke dagelijkse leven. Het hangt er hierbij ook vanaf in hoeverre toeristen en de plaatselijke bevolking hun geest voor nieuwe ervaringen openen en in hoeverre deze opening gedeeltelijk geblokkeerd kan raken door bestaande vooroordelen. Dan is de mogelijkheid van vrijwilligers werk een interessante optie en kan zeker een dimensie aan de sociale ervaringen toevoegen. Ook hierbij is het weer van belang in te zien, dat de rol van de toerist vanaf de eerste etappes van de planning van een toeristisch project inbegrepen moet worden.

5. De authenticiteit van de ontmoeting

Wat voor een toerist als attractief omschreven kan worden hangt geheel af van de behoeftes, motivaties en verwachtingen die hij heeft, hetgeen verder op grond van zijn referentie kaders ontwikkeld wordt. Wat ruraal genoemd kan worden vanuit het oogpunt van een stads-mens neigt vaak naar het nostalgische, waarbij gedacht wordt aan een puur, schoon en authentiek leven dat rurale bewoners geacht worden te leiden. De postmoderne levensstijlen omvatten vaak elementen die meer aan een tijdperk gebonden zijn dan aan een (geboorte) plaats. Onzekerheid over de toekomst en een nostalgisch verlangen naar het verleden vormen ook deel van de droom van postmoderne toeristen uit de steden, die zij denken op het platteland terug te kunnen vinden.

In dit geval moet die authenticiteit echt lijken, daar het van belang is dat de resulterende ervaring als authentiek beleefd worden. Uiteraard is de echte objectieve authenticiteit een mogelijkheid, maar er is ook het soort, waarbij een object of fenomeen als authentiek ervaren wordt zonder dat het echt hoeft te zijn. Het verhaal wat er over het object verteld wordt kan een gevoel van authenticiteit oproepen en maakt daarbij onderdeel uit van de relatie tussen toerist, het object en het beeld ervan. Deze waarneming maakt het belang duidelijk van het verschil tussen toeristen attracties die speciaal voor toeristen gemaakt zijn en het dagelijkse dorpsleven, dat er toch al is met of zonder toeristen. Deze dagelijkse werkelijkheid kan niet voor toeristen opgevoerd worden, want anders zou dit dagelijkse leven een toeristische attractie vormen en als zodanig geen deel meer uitmaken van het normale dagelijkse leven. Hoe de plaatselijke bevolking met het milieu omgaat is een voorbeeld van hun authentieke manier van leven: hun relatie tot de natuur kan heel anders zijn dan een toerist gewend is, vooral daar de socio-culturele en milleu consideraties normaal gesproken anders zijn voor toeristen dan plaatselijke mensen, met een mogelijke uitzondering voor het binnenlandse toerisme.

Een andere postmoderne variant van de authenticiteit in het toerisme is de activiteits gerelateerde authenticiteit, die direct het eigen ik van de persoon betreft en de verandering die hij kan ondergaan door een zekere activiteit. Bij het vissen kan men een geweldig gevoel van innerlijke rust krijgen, wat een authentieke ervaring is, maar niet direct aan een duidelijk toeristische attractie toegeschreven kan worden. Het avonturentoerisme in rurale zones geeft vele kansen hiertoe. De authenticiteit gaat dan geheel om de eigen innerlijke ervaringen onafhankelijk van het feit waar deze vandaan komen. De sociale ervaringen komen dan vaak op de achtergrond.

Op grond van deze overwegingen kan een inventaris opgezet worden van de mogelijkheden die een ruraal gebied kan aandragen voor het toerisme. Het toerisme kan vele facetten hebben en kan zich in verschillende gedaantes voordoen, maar over het algemeen zijn de meest voorkomende soorten RGT het ecotoerisme, agrotoerisme of gemeenschaps toerisme, zoals al eerder aangegeven. Dan moet er ook een besluit vallen over mogelijkheden zoals dag excursies, mogelijke overnachtingen of vrijwilligers werk.

6. Het koppelen van gemeenschappen en toeristen

Wanneer we het RGT vanuit het oogpunt bezien van de ontmoeting tussen gastheer en gast als de spil waar het toerisme om draait, dan zijn er een aantal vereisten om deze ontmoeting te laten gebeuren. De bestemming en de toeristen moeten van elkaars bestaan afweten en ook wat de motivaties zijn die de twee naar elkaar toe stuwen. Marketing neemt daarom een belangrijke plaats in, waarbij het in de eerste plaats gaat om de uitwisseling van kennis en het openen van nieuwe netwerken.

Een plaatselijke bevolking ziet vaak niet hoe een toerist daar terecht is gekomen; te vaak wordt er als feit aangenomen, dat er toeristen komen, als “vanuit het niets”. Opeens zijn ze er! De ingewikkelde machinerie die erachter zit van inelkaar grijpende netwerken, zodat een toerist op een bepaalde plaats komt, staat ver van de wereld af van het overgrote deel van plaatselijke gemeenschappen. De lokale mensen weten vaak niet, hoe de toerist bij hen terecht gekomen is, noch wat de toerist voorgespiegeld is, noch wie de toerist daar naartoe ‘gestuurd’ heeft en ook niet hoeveel toeristen men eigenlijk kan verwachten. Daarbij valt de wisselvalligheid van het toerisme met bijbehorende markt onzekerheden en invloeden van hoog- en laagseizoen geheel buiten het bestek van een plaatselijke bevolking.

Er moeten externe netwerken zijn die de plaatselijke bevolking helpen zich met die mensen en organisaties te verbinden, die (A) een directe interesse in toeristische projecten hebben en (B) die kunnen helpen met het ontwerpen van web-pagina’s en verdere communicatie kanalen die voor marketing doeleinden gebruikt kunnen worden. Een goede presentatie op het internet via een pagina (waarschijnlijk door een niet-regerings instantie gesteund) en de aanwezigheid op Facebook en Twitter zijn onmisbaar bij het ontwikkelen van RGT projecten. Daarbij is de aanwezigheid op de sociale pagina’s belangrijk voor het verder uitbreiden van netwerken. De web-pagina’s hebben twee doelgroepen in gedachte: potentiële reizigers en reisorganisaties. Het is bij deze websites van belang dat er een balans uitstraalt tussen toeristen en gastheren/vrouwen, wat betekent, dat de pagina niet moet aangeven wat toeristen graag willen horen, zoals propaganda of advertenties, maar een getrouw beeld moet weergeven van hoe een gemeenschap eruit ziet en wat men er kan doen. Het moet daarbij duidelijk zijn, dat het om verantwoord toerisme gaat en dat toeristen in die zin ook verantwoordelijkheden dragen.

Doorgaans is het nogal een uitdaging bij losstaande plattelands toerisme projecten een aantrekkingskracht voor buitenstaanders te vinden, daar een plaatselijke gemeenschap doorgaans een weinig typische beeld weergeeft. Om het meeste uit het toeristisch aanbod te halen en om het te verbreden kunnen marketing activiteiten vaak beter op cooperative schaal gebeuren tussen de verschillende projecten in dezelfde zone, waarbij altijd naar een win-win situatie gestreefd wordt. Zonder de medewerking van derden, zoals de publieke sector, kan dit moeilijk te verwezenlijken zijn, daar de rurale gemeenschappen vaak de financiële en technische middelen missen. Plaatselijke privee organisaties kunnen hierbij ook heel goed uitkomst bieden, daarbij openlijk gesteund door de overheden of internationale organisaties. Deze constructie kan echter wel het nadeel hebben, dat een toeristisch plattelands project te lang van deze steun afhankelijk blijft en daarmee een stuk autonomie inlevert. Plaatselijke reisbureau’s kunnen ook hun rol spelen op grond van de expertise die zij hebben, waarbij wel vastgesteld moet worden dat dit deel van de privee sector inderdaad voldoet aan basiseisen wat verantwoordelijk en duurzaam toerisme betreft.

Wat hierbij ook genoemd kan worden is wat bekend staat als “cooperative branding”, waarbij een aantal projecten in dezelfde regio van een duidelijk herkenbaar etiket voorzien worden en op deze manier de aantrekkingskracht van de diverse projecten gebundeld wordt. Dit heeft dan ook betrekking op de praktijk van complementaire functies van de diverse projecten, die samen bijvoorbeeld een hele toeristische route kunnen vormen die makkelijk binnen een bepaald tijdsbestek af te leggen is. Vandaar dat onder punt 1.4 het belang genoemd werd, dat projecten niet te moeilijk te bereiken en zijn en maximaal op een halve reisdag afstand van elkaar liggen.

Een RGT project kan aandacht trekken, doordat er een duidelijke toeristische hoogtepunten aanwezig is in de vorm van indrukwekkende natuurlijke fenomenen, majesteitelijke landschappen of historische monumenten. In het geval van de boeren gemeenschap zelf gaat het niet om iets beroemds of indrukwekkends, in tegendeel, het gaat om normale mensen met sterke historische banden en manier van leven. Er is dus een verschil tussen die plattelands gebieden met een duidelijk omschreven toeristische attractie, die wat marketing betreft de traditionele paden volgen, en de gebieden die een duidelijk inheems en boeren karakter hebben en dit delen met bezoekers. In dat geval wordt de leverancier-klant relatie vermeden ten gunste van een interactieve gastheer/vrouw – gast relatie en dit moet ook op de betreffende websites naar voren komen.

Toeristen kunnen met een rurale gemeenschap direct in contact komen via Internet of electronische berichten en het RGT project wordt dan op het Internet door potentiële toeristen gevonden. Vele potentiële bezoekers echter maken van reisbureau’s gebruik in hun eigen land of van het land van de vakantie bestemming. De aanbods keten van reisbureau’s op de verschillende niveau’s werken als netwerken en daarin kunnen die organisaties een spil functie vervullen. Het kan van belang zijn wanneer reisagenten of tour operators bij het RGT betrokken worden vooral vanwege de kennis waarover zij beschikken over wat toeristen graag willen doen en wat zeker niet. Als intermediaires spelen de reisorganisaties een delicate rol en moeten aan toeristen duidelijk maken dat een RGT bezoek zekere verantwoordelijkheden inhoudt en daarom moeten deze reisorganisaties de plaatsleijke situatie goed kennen.

Een verdere belangrijke toepassing van het Internet is de sociale informatie als onderdeel van de zogenaamde Social Information Seeking (SIS). De afgelopen jaren is er een toenemend aantal websites waar mensen vragen kunnen stellen, die dan door willekeurige gebruikers beantwoord worden Een van de eerste voorbeelden was de pagina Answerbag en sindsdien zijn er vele bijgekomen, waarvan vermoedelijk Yahoo!Answers de populairste is.

Het idee hierachter komt met het Wiki concept overheen, waarvan Wikipedia het bekendste voorbeeld is. De vragen paginas bestaan uit vier niveau’s: er is een deel waar mensen vragen kunnen stellen, dan is er de mogelijkheid voor wie dan ook om die vragen te beantwoorden, ten derde is er de mogelijkheid, dat deze antwoorden geindexed worden en via zoekmachines weer tevoorschijn komen wanneer webgebruikers antwoorden zoeken op eerder gestelde vragen en tenslotte is er de gemeenschap die er rond de site ontstaat. Dit betekent dat deze website een tweede rol vervullen als “data base” op eerder gegeven antwoorden gebaseerd. Deze antwoorden komen dan van de mensen van een gemeenschap of van een willekeurige outsider, zoals toeristen. Dit kan op wereldniveau zijn, maar ook beperkt worden tot zekere groepen met een zelfde interesse (gemeenschappen). De term gemeenschap is hier in de breedste betekenis van het woord gebruikt, en deze sites worden de cQA-sites genoemd. Sinds 2003 worden deze sites ontwikkeld en in aantal zijn ze snel toegenomen. Daarnaast is er ook nog de groeiende tendens dat mensen op Internet vragen stellen in plaats van zelf het antwoord proberen te vinden. Meer en meer mensen schijnen te denken: “Waarom zal ik tijd verspillen om een antwoord op te zoeken, wanneer ik via Internet de mensen kan bereiken die het antwoord weten?” Op Internet forums of andere communicatie platvormen ziet men ook deze tendens dat er steeds meer vragen gesteld worden.

   Het potentieel voor het toerisme van de cQA sites is natuurlijk enorm en dit soort sites kunnen een link gaan vormen tussen toeristen en een bestemming of een plaatselijke bevolking. Daarnaast kunnen we zien hoe via steeds geavanceerdere Search Engine Optimization (SEO) technieken de (potentiële) toeristen steeds makkelijker antwoorden op de meest uiteenlopende vragen kunnen vinden en de rol van cQA sites in combinatie met zoekmachines vormen een hele interessante bron van sociale informatie inwinning.

7. Nieuwe Netwerken

Wanneer een plaatselijke bevolkingsgroep eenmaal besloten heeft een project te beginnen om bezoekers in hun gemeenschap te ontvangen wordt er automatisch een raam geopend, dat de mogelijkheid biedt met externe deelnemers contact te krijgen en dit kunnen dan potentiële toeristen zijn of andere belanghebbenden, die op de een of andere manier bij de bezoekers stroom, transport of marketing betrokken zijn. Vanuit het oogpunt van ontwikkeling moet het inventariseren van bestaande contacten gecombineerd worden met een inventaris van externe nieuwe netwerken, waartoe een rurale gemeenschap toegang zou moeten hebben.

Een grotere nadruk op de rurale ontwikkelingsprocessen zelf leidt tot de noodzaak om inventarisaties op te zetten van bestaande netwerken en van de beschikbare technische en ervarings kennis. De vraag wie er kennis heeft en wie de vaardigheden moet een basis vormen van waaruit een ontwikkelingsproces zich verder ontplooit. Deze inventarisatie van kennis en van de interne en externe netwerken van een gemeenschap vormen niet alleen de basis van de project planningsetappe, zij geven ook direct de zwakke en sterke punten van de interne organisatie aan en vormen daarmee een indicateur van de benodigde opleidingen en training die in het ontwikkelingsproces opgenomen moeten worden. Daarbij betekent de introductie van een innovatie zoals het RGT, dat nieuwe kennis de gemeenschap binnen stroomt. Training is daarbij een van de hoofddoelen in het ontwikkelingsproces samen met de uitwisseling van technische en ervarings kennis. Er kunnen drie types onderscheiden worden:

A. De uitwisseling van bestaande kennis; netwerken die buiten een gemeenschap reiken kunnen de contacten met andere gemeenschappen of groepen in een regio bevorderen als basis voor de uitwisseling van informatie en opinies. Met andere woorden gaat het om plaatselijk reeds bestaande kennis en dit wordt ook wel de horizontale netwerk integratie genoemd.

B. Nieuwe inbreng aan kennis:

B1. Vanuit regerings instanties, universiteiten, niet-regerings organisaties etc.

B2. Vanuit de reiswereld, zoals touroperators, lokale agenten etc.

Een ander geval zijn de contacten van regerings instanties of andere organisaties, daar deze netwerken over een kennisstroom gaan die naar een gemeenschap toe vloeit en nieuwe ideeën, technieken of concepten kan bevatten en daarmee een verticale kennisstroom betreft. Wanneer dit toegepast wordt op een benadering van beneden naar boven zijn deze externe impulsen van het grootste belang, maar netwerken moeten eerst opgezet worden om dit een kans te geven.

C. Nieuwe initiatieven:

C1. Training, instructie en opleidingen

C2. Marketing, web-pagina’s ontwerpen, boekhouding, etc.

De derde vorm van kennisinbreng betreft de contacten met mogelijke kopers van niet alleen de agrarische producten die een gemeenschap prouceert, maar ook van diensten zoals bij het toerisme. Dit kan dan een toeristisch project binnen de gemeenschap betreffen of de netwerken van reisorganisaties.

Wanneer de motivaties en de aard van een zeker ruraal toerismeproject vastgesteld zijn en er een begin gemaakt is met de stroom van toegevoegde kennis over de mogelijkheden die het toerisme te bieden heeft, komt er de etappe waarbij beschouwd wordt welke nieuwe elementen binnen een gemeenschap ontwikkeld moeten worden voor een bepaalde toeristische activiteit, wat een atractie kan zijn voor alleen dag-bezoekers, of voor mensen die meerdere dagen blijven, maar het kan ook om een indirecte deelneming gaan bij andere toeristische activiteiten en waarbij agrarische producten, kunstnijverheid artikelen of gidsdiensten aangeboden worden.

8. Vereisten voor een RGT ontwikkelings process

Op grond van de voornoemde theoretische instrumenten kan het proces van de RGT ontwikkeling beschreven worden, daarbij in gedachte houdend, dat de benadering van beneden naar boven toe is en dat dit soort projecten als radicale innovaties in een rurale omgeving gezien worden. De onderliggende argumenten voor een succesvolle toepassing van RGT projecten zijn dan op 5 uitgangs punten gebaseerd die onderling verbonden zijn. Wanneer er eenmaal besloten is, dat een rurale gemeenschap of gebied voor toeristen interessant kan zijn en de plaatselijke bevolking daar ook interesse in heeft getoond, moeten alle deelnemeres zich realiseren:

2.1 RGT projecten moeten met de volledige deelname van de betrokken plaatselijke gemeenschap uitgevoerd worden en moet op hun initiatief steunen; voor welk initiatief dan ook verankerd te raken binnen een gemeenschap moet deze gemeenschap het proces hier naartoe zelf opstarten.

2.2 RGT projecten moeten tot socio-economisch en milieu verbeterde leefcondities voor een rurale gemeenschap leiden; alhoewel de economische invloed op een plattelandsgebied doorgaans de nadruk krijgt, onder andere door de invloed van de strijd tegen de armoede, moeten de voordelen ook verbeterde leef- en werkcondities behelzen, als ook een uitgebreidere infrastructuur en verhoogd cultureel bewust zijn.

2.3 RGT projecten moeten tot een groeiend aantal interne en externe netwerken leiden die binnen een gemeenschap creativiteit en nieuwe kennis stimuleren. Daar de introductie van toerisme een innovatie is vloeit er een stroom van nieuwe kennis de gemeenschap binnen; daarom zijn training en opleidingen in het algemeen basis elementen om de plaatselijke bevolking met hun nieuwe taken te kunnen steunen zoals nieuwe soorten diensverlening en technologiën zonder voortdurend afhankelijk te blijven van externe bronnen, wat op de lange duur de autonomie van een gemeenschap kan ondermijnen.

2.4 RGT projecten moeten een aanvullende rol spelen bij de al bestaande economische activiteiten van een gemeenschap en moeten eerst op al bestaande organisatorische structuren aansluiten. Dit uitgangspunt vervult allereerst de rol van veiligheids klep om te garanderen, dat het toerisme tenslotte verankerd wordt binnen een gemeenschaps structuur. Dan betekent dit ook dat hoewel de innovatie van de introductie van RGT dan radicaal mag zijn, de invloed ervan niet direct tot radicale veranderingen in de sociale structuur van een gemeenschap zelf leidt.

2.5 RGT projecten moeten een organisatorische structuur kunnen produceren, die onder andere die deelnemers binnen een gemeenschap aanwijst die direct bij de toeristen en de toeristische infrastructuur betrokken zullen zijn. De netwerken in het toerisme hangen sterk van persoonlijke contacten en diensten af als onderdeel van de gastvrijheid die geboden wordt en van het beeld dat de gemeenschap naar buiten toe wil laten zien. Het toerisme in het algemeen draait om persoonlijke contacten en netwerken en daarom kan men zich niet veroorloven, dat iedere keer een andere persoon de contacten binnen een netwerk onderhoudt. Het werken in toerisme vereist speciale vaardigheden, zoals bij elke activiteit, en niet iedereen in een gemeenschap hoeft zich direct met het toerisme bezig te houden, maar kan dat ook op indirecte wijze doen door middel van agrarische producten, souvenirs etc. Een belangrijk onderdeel van het bestuur van een project is daarom het benoemen van de te spelen rollen en de te vervullen taken.

9. Bestuur

Tot nu toe is er een algemene schets gegeven op grond van de reflexieve benadering van het toerisme van alle vereisten die nodig zijn om de geschiktheid en uitvoerbaarheid van mogelijke toeristsche projecten te identificeren, die door een plaatselijke bevolking zelf aangedragen zijn. Het grootste deel van de acties die tot nu toe beschreven zijn betreffen de voorafgaande fase en er is aangegeven dat deze acties van fundamenteel belang zijn voor het succes van een RGT project. Het blijkt echter dat de meerderheid van RGT projecten deze weg niet genomen hebben en eerder de traditionele route gevolgd hebben van het leverancier-product-klant model.

Een studie van de literatuur over dit onderwerp als ook een reeks studies van concrete gevallen geven aan, dat het mislukken van de marketing en een gebrek aan bestuur de grootste struikelblokken zijn om RGT projecten succesvol te laten verlopen en deze visie kan ook “in het veld” waargenomen worden. Beide punten vormen onderdeel van de radicale innovaties die zich binnen een gemeenschap moeten voltrekken om een RGT project tot een succes te maken. Het laatste genoemde uitgangspunt 2.5 over de interne organisatie en het besturen van externe netwerken schijnt veel problemen in de praktijk op te leveren en vooral het gebrek eraan is een van de hoofdthema’s en het grootste probleem voor de participatie van vrouwen bij de project ontwikkeling.

Bestuur, management en leiderschap hebben met de interne organisatie van een gemeenschap te maken en de manier waarop beslissingen genomen worden. De organisatie binnen een gemeenschap draait om het proces, dat te maken heeft met verantwoordelijkheid en betrokkenheid, omdat indien deze elementen niet aanwezig waren er geen politieke duurzame situatie ontstaat, wat dan vervolgens de autonomie van een gemeenschap kan aantasten. Er kan zich een afhankelijkheid van externe organisatie structuren wat kennis overdracht betreft ontwikkelen, wat tot een gebrek aan zelfvertrouwen kan leiden en daarmee de besluitskracht aantast, wat dan ook weer de autonomie ondermijnt. Het kan tientallen jaren geduurd hebben, voordat in een gemeenschap de processen hoe besluiten genomen worden in de gemeenschap verankerd liggen, maar het toerisme heeft de kracht op hele korte termijn deze processen drastisch te veranderen en daarom is het de uitdaging een effectieve besluitvorming in een rurale gemeenschap te garanderen, die de autonomie handhaaft en een efficiënte bestuurs structuren creeërt.

De organisatie binnen een gemeenschap bepaalt voor een groot deel welke netwerken er ontstaan en hoe die functioneren. Het gedrag als gemeenschap vereist vele niveau’s van interne organisatie, wat inhoudt, dat er een vereniging, cooperatie of stichting gevormd wordt, daar deze drie de meest voorkomende juridische vormen zijn, die door de publieke en de privee sectors geaccepteerd worden. Deze organisatie vormen kunnen netwerken bouwen en versterken, maar moet men zich realiseren, dat het hier om typisch westerse constructies gaat, die niet noodzakelijkerwijs met plaatselijke tradities overeenkomen en dit kan inhouden, dat een deel van een rurale bevolking buiten gesloten blijft.

10. Duurzaamheid

Wanneer er een start wordt gemaakt met het kijken naar de mogelijkheden een toerisme project in een rurale gemeenschap te introduceren moeten duurzame ontwikkelings kwesties hoog op de agenda komen. Het toerisme oefent een duidelijk druk uit op het milieu en een studie over de invloeden moet duidelijk kunnen aantonen, in hoeverre een dorp of ruraal gebied die druk aankan. Behalve de milieu problematiek is er het punt, dat onder druk van vreemde invloeden het verhaal dat een gemeenschap te vertellen heeft niet zou moeten veranderen. Het verhaal van een gemeenschap moet door externe acteurs bestudeerd worden, zoals bijvoorbeeld consultants of deskundigen in toerisme, en afgewogen worden tegen de mogelijke verwachtingen die toeristen zouden kunnen hebben. Dit afwegen houdt ook elementen in zoals de kwetsbaarheid van cultureel erfgoed, tradities en gewoontes en in welke mate de plaatselijke bevolking die naar buiten wil brengen.

RGT projecten moeten gezien worden als een uitdrukking van duurzaamheid zelf. Plaatselijke gemeenschappen overigens komen doorgaans grote struikelblokken tegen om de schadelijke effecten van de toeristen op hun directe milieu te verzachten of te vermijden. Vuilverwerking is een van die kwesties, daar de meeste plaatselijke gemeenschappen niet over andere middelen beschikken dan het vuil maar op de vuilnishoop buiten het dorp te storten. Recycling is in hoge mate noodzakelijk, maar in ver afgelegen gebieden is dit nu eenmaal niet haalbaar. Op dezelfde manier zijn er meer beperkingen te noemen – vaak van economische aard – die een rurale bevolking ervan weerhouden de internationaal gezette duurzaamheidsstandaards aan te houden. De plaatselijke bevolking voelt zeker dat zij in harmonie met de natuur leven, maar het kan best zijn dat bredere ecologische overwegingen voor een hele regio nog andere maatregelen vergen, die door plaatselijke bewoners als ergerlijk of als interferentie aangemerkt worden. Toerisme mag dan geen direct onderdeel vormen van de interne duurzaamheids kwesties, het opengooien van nieuwe externe netwerken en de nieuwe contacten als resultaat ervan kan voor een gemeenschap consequenties hebben die niet altijd voorzien waren. De meeste gemeenschappen geven om hun milieu als onderdeel voor hun overleving en zij zijn zich daarom heel bewust van de solidariteit met hun toekomstige generaties, maar deze solidariteit kan wel degelijk veranderen door de aanwezigheid van toeristen en vooral wanneer er te veel zijn. Een plaatselijke bevolking kan wel degelijk deze solidaiteit gedeeltelijk opgeven onder druk van het toerisme, het idee van geldelijk gewin of door publieke en privee sector daar naartoe geduwd.

De duurzame ontwikkeling in rurale gebieden heeft nu de attentie van regerings instanties en reisorganisaties in het algemeen gekregen, maar dit is nog niet altijd naar de praktijk doorgetrokken. De publieke sector’s wat traditionelere inzichten richten zich meer op de wat kortere termijn en schijnen vaak de basis principes van gemeenschaps toerisme te ontkennen: een plaatselijke gemeenschap die een toeristen gemeenschap ontmoet, waarbij er geen economische transactie in het spel is. De privee sector en reisorganisaties ondersteunen ook de economische visie, wat betekent dat de logica om ruraal toerisme met duurzame ontwikkeling te verbinden meer op een “wensdenken” gebaseerd is, daar het toerisme zich nooit onderscheiden heeft als typisch duurzaam noch door een lange termijn visie.

Tegelijkertijd moet men zich realiseren dat het gebrek aan middelen van regeringen om ecosystemen volledig te kunnen beschermen en daarbij ook de noodzaak voor productieve alternatieven nabij natuurbeschermde gebieden wel degelijk een opening gecreeërd hebben voor een duurzame ontwikkeling die door een plaatselijke bevolking bevorderd wordt om een antwoord te vinden op het eeuwige conflict tussen conservatie en ontwikkeling. Daarom kan het RGT wel degelijk een duurzaamheids instrument vormen die de doeleinden van vele betrokken partijen kan dienen.

Slot opmerkingen

De rurale gemeenschaps ontwikkelingsprojecten in toerisme hebben zich tot nu toe hoofdzakelijk op de economische invloeden ervan gericht en er is te weinig aandacht geschonken om deze ontwikkelings processen vanuit het toerisme zelf te bezien: de rol van de toerist erin, de relatie tussen toeristen en de mensen op de bestemming en de deuren die geopend worden voor beiden. Het gebrek aan succes van zovele RGT projecten – en dan vooral in ontwikkelingslanden – wat het aantal bezoekers betreft schijnt vooral te maken te hebben met bestuurs en marketing problemen. Uit de praktijk wordt het duidelijk, dat RGT projecten misschien economisch gezien net rond draaien, maar dat betekent eigenlijk, dat RGT voor andere doeleinde ontwikkeld moeten worden. Een extra inkomen is altijd een mogelijkheid, maar er is ook het punt van de toename van netwerken die weer de deur openen voor innovaties en creatieve oplossingen en daarmee gelegenheden creeëren voor nieuwe ontwikkelingen met het directe voordeel dat de lokale bevolking bewuster van hun cultuur en hun manier van leven worden. Het toerisme is dus een manier om horizons te verbreden en dan niet alleen voor toeristen, maar ook voor de plaatselijke bevolking die in contact komt met een andere wereld.

Echter, de struikelblokken die zich voordoen in de vorm van gebrekkig bestuur en marketing kunnen wel degelijk symptomen zijn van een dieper geworteld probleem. De marketing en, om preciezer te zijn, het gebrek eraan schijnt direct betrekking te hebben op de afwezigheid van de benodigde voorstudies van wat toeristen geboden kan worden, welk verhaal de gemeenschap te vertellen heeft en de brug tussen beiden. Het gebrek aan deze basis inzichten leidt tot het probleem hoe de beslissingen genomen worden wat het beste voor een gemeenschap is en hoe de desbetreffende bestuursvormen opgezet moeten worden. De noemer die deze knelpunten gemeen hebben is de heersende economische visie van de meeste externe acteurs op toeristen: “er moet van hen geprofiteerd worden” wat leidt tot een ontwikkelings proces waarbij de economische factoren domineren, wat weer leidt tot een gebrekkig inzicht in wat het toerisme eigenlijk beweegt. Opbrengsten zijn belangrijk zolang ze echter wel op de principes van een verantwoordelijk toerisme gebaseerd zijn; daarnaast zijn er de specifieke taken vastgelegd in een goed uitgewerkt management plan gebaseerd op de vastgestelde toeristische infrastructuur van groot belang. Hieraan kan toegevoegd worden, dat in de praktijk de initiatieven van de publieke en privee sectoren beter de mogelijkheden en sterke punten van een gemeenschap moeten weergeven, daar het om het culturele erfgoed van een bevolking gaat, waar nu net de toeristen op uit zijn.

De publieke en privee sectoren zijn van groot belang geweest voor het RGT en zonder hun medewerking zouden vele ontwikkleings processen niet mogelijk gebleken zijn. Dit geldt ook voor de diverse trainingsprogramma’s, die een belangrijk element vormen om gemeenschappen op hun nieuwe taken voor te bereiden. Er is geen plaats voor een benadering van boven naar beneden toe, daar het RGT uit een vrijwillige ontmoeting bestaat tussen plaatselijke mensen en toeristen waar geen economische transactie aan ten grondslag ligt. De traditionale visie op het toerisme als een relatie tussen leveranciers en klanten komt niet overeen met de werkelijkheid van het RGT. Om toeristen als klanten te zien die alleen hun geld waard zijn en gastheren die alleen probleren zoveel mogelijk geld te maken is een visie die helaas nog steeds gangbaar is in vele handboeken en op academische niveau’s aangaande het rurale toerisme. Men moet zich realiseren dat in de meeste RGT gevallen de toeristen alleen voor de overnachting en eten betalen en misschien voor een paar excursies of toegangsgelden, maar de toeristen betalen niet waarvoor zij gekomen zijn: het beleven van het rurale gemeenschaps leven, de lokale cultuur en het platteland in het algemeen, wat ervaringen creeërt die van onschatbare waarde zijn.

Het gaat om de postmoderne toerist uit de stadsgebieden die een ontmoeting wil hebben met mensen van het platteland en deze toerist moet goed begrijpen dat hij binnen een rurale gemeenschap geen andere status heeft dan die van bezoeker. Het is voor elk RGT project belangrijk, dat de plaatselijke mensen het type gastvrijheid blijven behouden die zij toch al hadden en dat hen geen gedwongen bediende-klant houding wordt opgelegd (zoals zo vaak in de “hospitality” sector wordt aangegeven), terwijl de toeristen duidelijk voor ogen moeten hebben, dat zij niet bediend gaan worden, maar dat zij zich als bezoekers in een voor hen vreemde omgeving moeten gedragen. De logica van het geld moet niet toegepast worden om nu juist te waarborgen dat de ontmoeting tussen beiden uniek blijft. Echter, er zijn vele reisorganisaties die RGT projecten nog steeds als attracties zien die aan klanten verkocht kunnen worden en die ervoor willen zorgen dat de plaatselijke mensen “volledige klant tevredenheid” leveren – wat dat op het platteland dan ook moge betekenen.

Dat reisorganisaties en de privee en publieke sectoren in het algemeen het ecomomisch denken gaan combineren met de sociaal-psychologische inzichten op de ontmoeting tussen een plaatselijke bevolking en toeristen is geen tendens voor de toekomst, maar zou de hedendaagse werkelijkheid moeten betreffen.

De visie dat de sociaal-psychologische benadering de essentie van het RGT bepaalt en niet zozeer de economische beweegredenen kan door velen aangevochten worden en moet nog als zodanig bewezen worden, maar desalniettemin zijn er vele aanwijzingen in de praktijk de duidelijk in die richting wijzen. De belangrijkste reden van dit artikel is om de academische wereld uit te nodigen hun belangstelling op deze aspecten van het RGT te richten en ook op de rol die toeristen hierin spelen. De visie die in dit artikel is weergegeven richt zich ook op de mensen die in de reisbranch werken en nodigt hen uit het toerisme van een andere kant te bekijken en dan alleen de economische en het RGT toont dit goed aan. Tenslotte kan er gesteld worden dat de leerervaringen die plaatselijke gemeenschappen en toeristen opdoen ook voor de academische gemeenchap en voor de reisbranche en de overheids sectoren gelden.

Met dank aan Dr. Eduardo Costa Mielke van de Universiteit van Rio de Janeiro voor zijn waardevolle bijdrage, die de kwaliteit van dit artikel enorm geholpen heeft.

Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken (werkzaam in het toerisme, studenten en academici) een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Geef een reactie


5 + 4 =