Al lang verkeert het vakantietoerisme in de greep van het economisch denken en sociologisch onderzoek. Op deze website wordt een gebalanceerder inzicht aangehouden: de toeristen zelf en hun ontmoeting met hun vakantiebestemming. De toeristen nemen wat hen aangereikt wordt en gebruiken dit voor hun eigen doeleinden; het zijn deze doeleinden die ons het meest interesseren en meer dan 25 artikelen op deze website gaan daar nu juist over: het toerisme van de toeristen.

Onder het hoofdje "Toerisme" is een nieuw artikel van mij toegevoegd over Klimaatsverandering (Juli 2020).

In februari 2020 heb ik een nieuw artikel toegevoegd in de rubriek "Toerisme" getiteld "Fenomenologie en het Toerisme".

Authenticiteit

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Authenticiteit en Toeristen

Vele reizigers en zeker alle toeristen zijn in hoge mate geïnteresseerd op hun vakantie bestemming dingen of fenomenen te vinden, die authentiek zijn voor een streek. Men denkt wel eens, dat het om basis voorwaarden van een vakantie gaat, waarbij de toerist dus, per definitie, in een zone zit die anders is dan zijn thuis omgeving en dus zaken wil beleven die typisch, oorspronkelijk en echt van die streek zijn.

Deze zoektocht naar het andere of het verschillende kan wel eens idealistische voorstellingen of droombeelden aannemen. Bij authentiek denkt men nog wel eens aan eerlijke mensen, die met eerlijke arbeid de eerlijke grond bewerken en eigenhandig echte en originele producten creeëren. Bij dit beeld passen geen vakbonden, kerncentrales of files op de snelwegen. Men zoekt die unieke plek, waar nog de verbondenheid tussen verleden en heden bestaat. Wanneer we dit koppelen aan reizen naar verre continenten, dan wordt het beeld nog gemengd met een zoektocht naar primitiviteit, exotische rassen en historische stagnatie. Een beeld waar de onderontwikkelden onderontwikkeld moeten blijven en de armen arm. Het is dit beeld van authenticitiet, dat over brede lagen van de Westerse bevolking nog steeds speelt.

Uiteraard is de realiteit anders en in de eerste plaats is authenticiteit iets door de ogen van de mens gezien, want dingen of fenomenen zijn daarnaast gewoon zoals ze zijn, met of zonder etiket van authenticiteit.

Wat oorspronkelijk en echt was voor een streek, was plaats gebonden, wat weer samenhing met de geologische en geografisch karakteristieken van die zone. Niet alleen in het Westen, maar langzamerhand over de hele wereld zijn economische en sociale ontwikkelingen bezig gemeenschapsstructuren te veranderen en wordt het typisch plaatselijke steeds vager. Het plaatsgebondene begint te veranderen in tijdsgebondenheid. Over de jaren dertig van de vorige eeuw hebben we nu een beeld van wat voor ons authentiek voor die tijd was. Echter kan die notie anders zijn voor toekomstige generaties.

Daarnaast is er de tendens van de vervlakking. Onder de invloed van onder andere globaliserende tendensen, neigen zaken er allemaal een beetje hetzelfde uit te zien. Het authentieke moet iets historisch en origineels hebben, en zodra dit wordt opgenomen binnen de grote “kudde” valt het unieke weg en noemen we het niet langer authentiek.

Authenticiteit moet zowel cultuur-historische als identiteits elementen in zich verenigen. Er zijn cultuurhistorische elementen die ver van ons afstaan en daardoor niet meer tot onze identiteit behoren. Ook kan een stuk identiteit zo recentelijk gevormd zijn, dat het nog geen deel uitmaakt van de cultuurhistorie. Authenticiteit kan dus op het raakvlak van cultuur-historie en identiteit van een plaats gevonden worden.

Het toerisme bezien wij als een activiteit waar de toerist centraal in staat en in het geval van die toerist staat weer zijn beleving in het kernpunt van wat we toerisme noemen. Het gaat om de opname van BelCal op vrijwillige basis in een gebied wat anders is dan de thuis omgeving van de toerist en hij moet daar ook nog eens minimaal een nachtje doorbrengen. Dat wordt toerisme genoemd.

Het moge duidelijk zijn dat de vraag of iets authentiek is in het toerisme gekoppeld moet worden aan de vraag of de toerist er BelCal uit kan opnemen en of dit tot een unieke en authentieke ervaring leidt of niet. De band tussen authenticiteit en beleving nemen wij hier als een vaststaand gegeven aan en we kunnen zelfs veronderstellen, dat authenticiteit een middel is tot het doel van de beleving.

In dit verband zijn er grofweg drie benaderingen:

Object gerelateerde authenticiteit in het toerisme:

objectieve authenticiteit verwijst naar de authenticiteit van het originele. Een authentieke ervaring hangt daarmee af van het echte. Voorbeeld: een volksdans wordt als echt ervaren, maar als de dansers niet plaatselijk zijn, dan is het dat dus niet.

Symbool gerelateerde authenticiteit in het toerisme:

verwijst naar de authenticiteit die geprojecteerd wordt op objecten door toeristen of toeristische ondernemers door middel van hun fantasie, verwachtingen, voorkeuren, geloof etc. Er zijn verschillende versies van authenticiteit behorende bij hetzelfde object. Deze authenticiteit is symbolisch. De echtheid van het object en de echtheid van de ervaring hangen samen.

Activiteits gerelateerde authenticiteit in het toerisme:

Existentiële authenticiteit verwijst naar een staat van het authentieke Zijn als persoon. Dit kan mogelijk geactiveerd worden door toeristische activiteiten. Existentiële authenticiteit kan iets te maken hebben met de authenticiteit van een object, maar dat is niet noodzakelijk. Voorbeeld : met vissen kun je je Wezen ontspannen.

Hoe ingewikkeld de problematiek rond authenticiteit ligt blijkt uit het feit, dat binnen een object of fenomeen er ook lagen van authenticiteit te onderscheiden zijn. Er zijn er vier:

Materiële authenticiteit – het object zelf behouden

Conceptuele authenticiteit – de intentie (van de kunstenaar) bewaren

Contextuele authenticiteit – de omgeving bewaren

Functionele authenticiteit  – het functioneren behouden

De vier bovengenoemde facetten kunnen niet tegelijkertijd toegepast worden. Het laten rijden van een ‘oldtimer’ op de weg betekent functionele authenticiteit, maar onderdelen slijten, dus de materiële authenticiteit kan niet meer gewaarborgd worden. Men kan de auto in een museum zetten, maar dan wordt de contextuele authenticiteit

geschaad. Met andere woorden vindt men hier de breuk met het verleden; een ding of fenomeen kan nu eenmaal niet tegelijkertijd in het verleden en precies zo in een modernere tijd bestaan.

Guate nl

In Guatemala de mensen dezelfde soort kleren met of zonder toeristen – het is een onderdeel van een culturele erfenis.

Een plaatselijke bevolking kan de lokale klederdracht aantrekken voor wanneer er toeristen komen, en in dat geval is dit niet authentiek vanuit het oogpunt van de object gerelateerde authenticiteit. Echter kunnen toeristen achteraf wel het gevoel hebben, dat ze een authentieke ervaring gehad hebben, in welks geval we dus van de symbool gerelateerde authenticiteit kunnen spreken. Indien de plaatselijke mensen de hele dag toch al in hun typische kleren rondlopen met of zonder toeristen, dan is het wel een geval van object gerelateerde authenticiteit.

Authenticiteit en Belevingsbronnen

De beleving, oftewel de opname van BelCal, en het processeren hiervan tot een ervaring kan alleen, indien er een reden voor de toerist is om BelCal bewust op te nemen. Hiertoe hebben we de term belevingsbron geïntroduceerd en die in vieren verdeeld.

Twee ervan, de hoofdbelbron en de nevenbelbron zijn in principe speciaal voor toeristen gemaakt, of indien al aanwezig, van toegang en infrastructuur voorzien. Daarnaast kunnen dit soort belbronnen nog wel eens geënsceneerd worden (in het Engels is het de term ‘staged authenticity’) of als pseudo-gebeurtenissen vertoond worden. In deze gevallen moet er voor ogen gehouden worden, dat tenslotte de ervaring die de toerist heeft van belang is. Een Canopy Tour (nevenbelbron – boomtop slingeren) wordt verkocht als een manier om dichter bij de natuur te zijn en vooral om de kans te hebben de flora en fauna op boomkruin niveau te kunnen waarnemen. Echter in de praktijk betreft het voor velen eerder een kermisattractie goed voor een gezonde dosis adrenaline, dan een manier om geschikt de natuur te vorsen. Andere soorten attracties die onder de hoofd- of nevenbelbronnen vallen zijn wat in het Engels ‘recycled history’ heet, oftewel het in scene zetten van een middeleeuws spektakel, bijvoorbeeld. Indien dit goed gedaan wordt, kan het inderdaad een geweldige ervaring voor de toerist opleveren en op die gronden kunnen we het authentiek noemen, maar dan wel de symbool gerelateerde authenticiteit (de symbolische waarde ervan). Een ander geval is dat van een mooie oude kerk of kathedraal. Tegenwoordig zijn vele oude kerken toeristische bezienswaardigheden; met andere woorden gaat het om de opname van BelCal voor een historisch georiënteerde ervaring en van de oorspronkelijke functie als gebedsplaats is dan weinig over. Hoe authentiek is dit? De kerk is nog steeds een kerk, maar voor geheel andere doeleinden gebruikt. In dit geval is het cultuurhistorische deel van authenticiteit aanwezig, maar het identiteits gehalte wordt twijfelachtig, daar de kerk eigenlijk op hetzelfde niveau als een winkelcentrum wordt geplaatst met bijbehorend identiteits verlies. Er is dus inhoudelijk sprake van een gebrek aan conceptuele authenticiteit. Ook hier kan men zeggen, dat zolang de toerist er een interessante ervaring aan overhoudt, het binnen het begrip authentiek zou moeten vallen, echter in welke mate deze ervaring echt het innerwezen van die toerist raakt, is niet duidelijk.

Andere voorbeelden zijn natuurfenomenen – een indrukwekkende vulkaan of waterval bijvoorbeeld. Het betreft hier de echte “wow!-moments” waar een toerist in ondergedompeld wordt. De confrontatie met een overweldigend natuurlijk fenomeen en het bijbehorende gevoel hoe nietig de mens is kunnen tot ons diepere innerwezen doordringen. Onuitwisbare herinneringen en onvergetelijke ervaringen zijn het gevolg. Het historische element, het unieke, de symboliek en de identiteit die het fenomeen in de streek of regio inneemt samen met de directe ervaring van de toerist betekenen, dat het hier authentieke verschijnselen betreft, die dan uiteraard hoofdbelbronnen vormen.

Hoewel we dus over object gerelateerde authenticiteit praten, zien we vaak dat vele reisorganisaties (onder andere) veel resultaat gerichte informatie over een beroemde waterval geven, waarmee een materieel beeld gevormd wordt, dat op de toerist gericht is en dan vooral op de mogelijke authenticiteit van zijn ervaring en niet op de authenticiteit van de waterval zelf. Hoge en nauwe verwachtingen belemmeren de directe verwerking van BelCal opname in die zin, dat de toerist de waterval niet als een losstaand fenomeen beschouwt, maar afweegt tegen zijn verwachtingen. We hebben een (object gerelateerd) authentiek fenomeen (de waterval), maar de toerist behandeld het als of het symbolische beladen is.

Bij deze ervaringen en hun voorafgaande verwachtingen bij de hoofd- en nevenbelbronnen denken we ook in de eerste plaats aan de materiële beeldvorming, die weer zo typisch is voor de resultaat gerichte informatie (verkoops info onder andere). De toerist heeft zich al een aantal min of meer concrete beelden gevormd van wat hij gaat beleven en op het grote moment van de confrontatie met de werkelijkheid kan het verder mee- of tegenvallen of het kan meer of minder authentiek zijn.

Een heel ander verhaal is het geval van de gedeelde belbronnen. De toerist die in zijn (huur)autootje een vreemd land doorkruist, ziet het dagelijkse leven overal om hem heen. Het feit alleen al, dat het normaal dagelijks leven betreft en daardoor binnen die samenleving niet uniek genoemd kan worden geeft aan, dat dit niet authentiek zou zijn. Een moeder met een kindje loopt naar de supermarkt – hoe authentiek is dit? Niet dus, door gebrek aan uniciteit. Een toerist vindt het misschien best leuk om te zien, hoe bij andere gemeenschappen of volkeren zich het dagelijkse leven voltrekt, maar de eruit voortvloeiende individuele ervaringen noemen we in principe niet authentiek. Echter is er wel iets anders aan de hand. Elk dorp waar ook ter wereld heeft op een of andere manier zijn eigen kleuren, geuren en geluiden, ademt een zekere atmosfeer uit en heeft iets unieks als gemeenschap, hoewel de componenten van dit totaal plaatje op zichzelf niet uniek hoeven te zijn. Wat maakt een dorpje in Frankrijk zo anders dan een dorp in Chile? Het is de opname van reeksen BelCal gedurende een zekere periode, die de toerist de mogelijkheid geeft verder te reiken dan alleen een serie individuele ‘opnames’ om tenslotte een mentaal totaalplaatje te construeren, dat zijn herinnering ingaat als zijnde de entourage en sfeer van die plaats als unieke zowel als cultuurhistorische eenheid. Wat maakt de Fransen zo Frans of de Chilenen zo Chileens? Het gaat hier dus juist om de zogenaamde gedeelde belbronnen en het zijn juist deze series BelCal opnames die tot langdurige ervaringen leiden door de langere tijdsspan en grotere graad van moeilijkheid om sfeer indrukken te verwerken. Natuurlijk is het beeld van oude mannen met alpinopetjes op die op een dorpsplein ‘jeu de boule‘ spelen authentiek, netzo als ‘los guasos’ in Chili die hun ‘media luna‘ hebben, maar dat zijn detalles van een groter plaatje.

Nu we het over de atmosfeer en het totaalbeeld van een plaats hebben is het duidelijk, dat het hier om mentale beelden gaat, die doorgaans al van tevoren gevoed waren door de zogenaamde omschrijvende informatie die de toerist opgevangen had. Mentale beeldvorming speelt dus een veel grotere rol bij de toerist die alleen of met een klein groepje door een land reist dan bij het grote groeps- of resorttoerisme.

Het moge ook duidelijk zijn, dat niet iedere toerist hier open voor staat en ook dat eenieder op zijn eigen wijze de sfeer van een plaats “leest” en interpreteert. Hoe goed een toerist kan observeren (BelCal opname), hoe zijn verwachtingen ingesteld zijn en in hoeverre de toerist zich openstelt nieuwe geuren te ruiken en nieuwe gerechten te proeven, is bij elke toerist weer anders. Er zijn vele toeristen die voor de hoofdbelbronnen komen en niets (willen/kunnen) zien van wat er verder om hen heen is. Een voorbeeld hiervan is, wanneer toeristen het bos in trekken om de beroemde Quetzal vogel te zien en daar zo opgebrand zijn, dat ze verder niets zien en dus ook geen BelCal opnemen. Aan het einde van de wandeling komt dan ook de vitale vraag: “Heb je ‘m gezien of heb je ‘m niet gezien?” Degenen die helaas het vogeltje niet hebben kunnen waarnemen zijn dan diep bedroefd en hebben een verloren reisdag, ondanks het feit dat ze door een van de mooiste nevelwouden ter wereld gelopen hebben.

Afgezien van de mentale beelden, waar verwachtingen op gebaseerd zijn, weet een toerist doorgaans weinig van tevoren over die speciale sfeer en dat typische karakter van een plaast en zijn mensen. De hoofd- en nevenbelbronnen worden bezocht op basis van (materiële) verwachtingen, maar op het punt van de gedeelde (en ook toevallige) belbronnen ligt dit anders. Er is slechts één groep toeristen, die zich uitgesproken laat leiden door mentale beeldvorming: het rugzak toerisme. De ‘backpackers’ gaan allereerst voor de sfeer op een plaats en laten zich verder door toevallige belbronnen en incidentele ontmoetingen leiden.

Dit kan ook het geval zijn bij reizigers in het algemeen. Zij hebben een duidelijke of dwingende reden om te reizen. De grootmoeder die naar een ander land (of streek) reist om haar net geboren kleinkind te zien, wil naast alle huishoudelijk hulp die zij biedt er ook wel eens tussen uit om de lokale omgeving te bezoeken – ze kan eventjes toerist worden, netzo als de uitgenodigde hoogleraar die tussen internationale workshops door iets plaatselijks wil zien. Deze reizigers kunnen zich al dan niet openstellen voor het plaatselijke cultuurhistorische leven, maar dan wel met het verschil, dat deze reizigers zich vaak mentaal niet of nauwelijks voorbereid hebben en niet in eerste instantie door verwachtingspatronen geleid worden. In die zin stellen zij ook geen eisen en hangen niet zozeer de Klant uit, wat bij toeristen (en zeker bij de psychocentrische kant van deTL-schaal) vaak wel het geval is, zie ook het aritkel over de Life Style Scale: http://www.tourismtheories.org/?cat=106&lang=nl

Het is het waard in een schema vast te leggen hoe de hoofd- en nevenbelbronnen aan de ene kant en de gedeelde en toevallige belbronnen aan de andere een invloed op het toerisme uitoefenen:

Hoofd/Nevenbelbron

Gedeelde/Toevallige belbron

Informatie bronnen

Resultaat gerichte info

Omschrijvende info

Verwachtings patroon

Materiële Beelden

Mentale beelden

Verwachting toerist

Veel

Weinig

Idealisme schaal

Allocentrisch laag, psychocentrisch hoog

Allocentrisch hoog, psychocentrisch laag

Reis Organizaties

Gecontroleerde verwachtingen

Geen controle

Authenticiteit

Symbolisch

Objectief / existentieel

Doel v/d toerist

Voelen, doen

Leren, zijn

Deze tweescheiding laat de extremen zien en zoals elke menselijke activiteit ligt de werkelijkheid hier ergens tussenin. Dit schema helpt om een duidelijker beeld te hebben hoe de toerist de verschillende belbronnen beleeft, vanaf het eerste moment van informatie inwinning tot de uiteindelijke min of meer authentieke ervaring die hij gekregen heeft.

Authenticiteit ligt in een samenleving verankerd. Aan de ene kant is er het argument, dat alles wat de toerist als authentiek ervaart ook zo is, maar de discussie houdt daar niet mee op. In die zin moet men altijd voor ogen houden, dat wat voor de toerist authentiek is, in de praktijk van de plaatselijke mensen misschien een normale dagelijkse sleur is. Uiteraard is het tegenovergestelde ook waar: wat de bevolking zelf als authentiek van hun cultuur ervaart, hoeft niet als zodanig door de toerist gezien te worden. Twee visies en twee werkelijkheden spelen hier op hetzelfde moment hun rol aangaande dezelfde zaken en fenomenen. In mijn boek “Tourists and Sustainability” had ik al eens het beeld geschetst van een vrouw in een kleine plattelands gemeenschap in een ontwikkelings land, die met een wateremmer op haar hoofd over een zandweg loopt. De voorbijkomende toerist flitst zijn camera; zij schrikt even, maar herneemt haar stap. De toerist draait tevreden om en is blij met zijn authentieke foto. Wat weet hij van het harde leven door watertekorten teweeg gebracht?

 

wateremmer nl

Voor een toerist is dit een authentieke foto, voor de vrouw het dagelijkse leven om water tekorten op te lossen. Twee werelden en twee werkelijkheden.

Authenticiteit en Reisorganisaties

Het concept van het toerisme zoals het hier gehanteerd wordt gaat ervan uit, dat de toerist centraal staat en gaat zelfs nog een stap verder door te stellen, dat het moment van beleven – ook wel het “wow!-moment” genoemd – de kern vormt, waar de hele zaak omdraait. In die zin moet men goed beseffen, dat het feit dat reisorganisaties hun best doen om ervoor te zorgen, dat een toerist op een zeker moment van een hoofd- of nevenbelbron kan genieten, dit niet betekent, dat wanneer de toerist bij de hoofdbelbron is afgeleverd daarmee het toerisme ophoudt. Het moment, dat de toerist bij zijn belbron aankomt betekent, dat de reisorganisatie die door de toerist daartoe ingeschakeld was, zijn werk gedaan heeft, maar ook dat hetzelfde toerisme – het beleven – dan pas eigenlijk begint. De vakantie cyclus van een toerist valt in vier delen uiteen:

  1. De informatieve etappe (pre- en post-tourist);

  2. De etappe van feitelijke invulling, het van te voren regelen van zaken en/of de aanschaf van vakantie arrangementen – dit alles in het land (of streek) van herkomst van de toerist (pre-tourist);

Dan volgt de reis naar de bestemming (reiziger)

  1. De reis naar de bestemming; verdere informatieve etappe met of zonder aanschaf van arrangementen (of het reserveren van diensten) op de plaats van die bestemming (toerist);

  2. Het gebruik van infrastructuur (hotels, transport, restaurants, souvenirs winkels, wegennet, etc.) en het beleven door middel van de verschillende belbronnen; tenslotte is er de reis terug (toerist).

Dan de reis terug naar af (reiziger).

Bij thuiskomst begint de eerste informatieve etappe weer op twee niveau’s: eerst als informatie verstrekker voor toekomstige toeristen naar de bezochte bestemming (vooral aan vrienden, familieleden of bekenden) en ten tweede is het ‘t begin van de volgende vakantie, wijs geworden door voorgaande ervaringen, nemen we aan.

De rol van reisorganisaties in het toerisme betreft dus slechts een deel van wat de toerist allemaal doet, en daarbij zijn er vele gevallen (meer dan de helft zelfs) dat reisorganisaties noch in het land van herkomst van de toerist noch op de bestemming gebruikt worden.

Toeristen willen bij voorkeur alles zien op een bestemming wat bezienswaardig is, en daar valt ook het authentieke onder. Reisorganisaties in het land van herkomst van de toerist spelen een belangrijke rol hierbij door allereerst aan toeristen duidelijk te maken wat bezienswaardig is, en daarna de mogelijkheid te bieden de toerist te helpen op die plaatsen te komen en dit geldt al helemaal voor de psychocentrische kant van de idealistische toeristen schaal (groeps en resort toerisme onder andere). Het toeristisch aanbod wat van de reissector komt is gebaseerd op wat de verschillende bestemmingen te bieden hebben, en daarnaast kijkt men hoe er verder ingespeeld kan worden op de wensen en vooral de verlangens van de toerist. Zie ook: http://www.tourismtheories.org/?cat=89&lang=nl

Er zijn de toeristenorganisaties in het land van herkomst van de toerist (reiswinkels, ‘tour operators’, of direct aan het publiek verkopende internet bedrijven) als ook op de plaats van bestemming, waar lokale agenten of kleine ‘operators‘ zitten, nog niet te spreken over de hotels en toeristenattracties zelf, die ook proberen direct contact met de toerist te hebben en direct overnachtingen of attracties aan het publiek aan te bieden (zowel aan reizigers in het algemeen als specifiek aan toeristen). Deze gehele sector van aanbieders gaat wat authenticiteit betreft uit van de symbool gerelateerde authenticiteit en concentreert zich dus allereerst op die fenomenen die een authentieke ervaring voor de toerist kunnen opleveren. We hebben inmiddels gezien dat dit op tweeërlei manier kan: ten eerste zijn er de bestaande belbronnen en ten tweede zijn er de speciaal voor toeristen gecreeërde belbronnen (geënsceneerde bronnen of een herleven van de historie, bijvoorbeeld). Het kan hier in beide gevallen zowel hoofd- als nevenbelbronnen betreffen. Deze belbronnen worden al snel door reisorganisaties of door reisgidsen als authentiek omschreven, daar toeristen juist dan er geïnteresseerd in zijn. Een attractie wordt een symbolische waarde gegeven of met andere woorden wordt er een verhaal bij verteld, dat die attractie in een cultuurhistorisch en uniek daglicht moet plaatsen. Het is misschien goed hier nog eens de nadruk op te leggen, dat het dus niet op object gerelateerde of existientiële authenticiteit gaat of met andere woorden, dat het niet in de eerste plaats om de echtheid van iets of van een fenomeen gaat of een wezenlijke verandering van de toerist zelf. Wij kunnen vanuit het oogpunt van de reisorganisaties een hoofd- of nevenbelbron omschrijven als een toeristische attractie, die gezien kan worden als de verhouding tussen de bezoekers, het object of fenomeen zelf en het beeld wat ervan gegeven wordt. Het is daarom belangrijk te onderkennen, dat de toeristische attracties zoals aangeboden door reisorganisaties ten eerste aangeven, dat de toerist de mogelijkheid heeft tot BelCal opname en ten tweede dat die mogelijkheid betrekking heeft op de verhouding tussen mens, ding en de symbolische waarde van de tweede. Deze verhouding die aanleiding kan geven tot BelCal opname van een toerist wordt tot op zekere hoogte door reisorganisaties en plaatselijke infrastructuur beheerst en gebruikt.

 

ossewagen nl

De symbolische authenticiteit: het verhaal dat er over vroegere transportmiddelen verteld wordt moet een authentieke ervaring opleveren.

Wat authenticiteit bij hoofd- en nevenbelbronnen betreft zijn bovengenoemde observaties genoeg voor dit moment – uiteraard hebben reisorganisaties nog vele andere functies en rollen te vervullen.

Zoals in het vorige deel was aangegeven zijn er, behalve de hoofd- en nevenbelbronnen, ook de gedeelde en toevallige belbronnen. Voor reisorganisaties is het een heel ander verhaal hoe zij hier gebruik van kunnen maken, daar het hier eerder mentale beeldvorming betreft en niet direct de materiële. In hoeverre reisorganisaties kunnen inspelen op mentale beeldvorming en hoe zij sfeerplaatsjes kunnen duidelijk maken aan potentiële toeristen is niet altijd makkelijk aan te geven.

Al eerder heb ik erop gewezen, dat het hier om de allocentrische kant van de TL-schaal gaat en dat punten zoals zelf-realisatie daarbij belangrijk zijn. Er zijn een groeiend aantal reisorganisatie die daar wel degelijk proberen iets mee te doen.

Er zijn hele duidelijke voorbeelden, zoals het geval van de grote steden, waarbij het makkelijker is de gedeelde belbronnen te “verkopen”. Parijs heeft een zekere atmosfeer en velen hebben daar wel iets van gehoord of van gezien. Dit geldt in het algemeen voor vele grote steden en het is die speciale atmosfeer van zo’n stad die reisorganisaties proberen op potentiële toeristen over te brengen. Dit soort gedeelde belbronnen vormen een attractie op zichzelf, waardoor het makkelijker wordt dit aan te geven, dan in het geval dat gedeelde belbronnen dichtbij hoofd- of nevenbelbronnen zijn. Een ander voorbeeld van op zichzelf staande gedeelde belbronnen is het geval van het plattelands toerisme (‘rural community tourism’).

Onder druk van duurzame toeristische ontwikkeling van streken, landen of regio’s komt er steeds meer nadruk op de ontwikkeling van plaatselijke toeristische projecten, die tot doelstelling hebben de plaatselijke bevolking de kans te geven deel te nemen in toeristische ontwikkelingen. Afhankelijk van de omstandigheden kan het hier dagtours betreffen of ook projecten, waarbij de toerist een aantal dagen in een gemeenschap doorbrengt. Het geeft de toerist de mogelijkheid even in de schoenen van de plaatselijke mensen te treden, met hen de maaltijd te delen en te kunnen mee leven met hun dagelijkse beslommeringen. Het gaat dus in dit geval aan de ene kant om de object gerelateerde objectiviteit (“echt authentiek dus”) en aan de andere kant om de existentiële authenticiteit, waarbij de verrijking van het eigen ‘ik’ als authentieke ervaring centraal staat. De allocentrische kant van de idealistische schaal heeft daar interesse in en een groeiend aantal toeristen wil een keer zo’n soort ervaring hebben. Ook hier spelen de gedeelde belbronnen dus de hoofdrol en de potentiële BelCal opname die de toerist aangeboden wordt domineert op twee niveau´s. Allereerst is er de sociale ervaring die de toerist kan hebben, die hand in hand gaat met de mogelijkheid iets van hemzelf te geven en juist op sociaal niveau ook een inbreng te hebben. Dit is dan ook een van de redenen, dat de toerist voor dit soort mogelijke ervaringen gekozen heeft en heeft te maken met de activiteit gerelateerde authenticiteit (existentieel). Daarnaast is er het niveau van de mentale beeldvorming en het assimileren van korte indrukken, totdat er een totaal beeld verkregen wordt, dat weer verder open staat om met andere indrukken geassociëerd te worden. De verrijkende ervaring waar deze toerist op uit is betreft in wezen een plaatselijke ‘lyfestyle‘ waar hij wel of niet besluit dingen van over te nemen. Het is het soort ervaring, waarbij de toerist even ophoudt zich toerist te voelen, even geen klant kan zijn en zijn eigen bed moet opmaken. Ook hier is het belangrijk, dat er vele nieuwe dingen beleefd worden, maar niet teveel, want dan zou door gebrek aan referentie materiaal het opeens eng kunnen worden. Het plattelands toerisme vormt tot nu toe nooit een vakantie op zichzelf, maar wordt doorgaans vooraf gegaan of gevolgd door hele andere toeristische activiteiten.

Reisorganisaties bewandelen dan ook in deze gevallen een diplomatieke middenweg, door het ‘andere’ en het exotische aan te prijzen, terwijl er via beelden onder andere toch duidelijk gemaakt wordt, dat dit ‘andere’ wel degelijk herkenbaar is. Algemene reclame kreten die een reisorganisatie kan gebruiken zijn bijvoorbeeld “U komt terug als een Peruviaan” (reisorganisatie die een rural community beleving in Peru aanprijst) of “u kunt een land niet verlaten zonder er vrienden gemaakt te hebben” en daarnaast wordt er nadruk gelegd op het feit, dat een lokale gemeenschap met het bezoek van de toerist economisch gebaat is.

Authenticiteit en plaatselijke toeristen

Wat er tot nu toe over toeristen gezegd is, heeft voor het grootste gedeelte betrekking gehad op het internationale en intercontinentale toerisme. Reizigers binnen het eigen land echter kunnen ook als toeristen aangemerkt worden. De grens tussen binnenlandse toeristen en reizigers is overigens vaag en er ligt een breed grijs terrein tussen de twee uitersten. Vanuit het oogpunt van het onderwerp wat ons hier bezig houdt, moeten we een onderscheid maken tussen binnenlandse toeristen die naar een deel in eigen land gaan wat noch wat taal betreft noch in cultureel opzicht erg anders is dan hun eigen omgeving en het geval, dat de mensen binnen een eigen land naar een gebied reizen, dat in vele opzichten totaal anders is, zoals bijvoorbeeld het geval is in vele Latijnse landen, in Azië of in Afrika, waar binnen een land er vele bevolkings groepen zijn die, onder andere, andere talen spreken.

De eerste groep is toeristische gezien doorgaans groot. We denken dan aan de vele stadsmensen die in hun vakantie een aantal dagen naar een nabij gelegen strand trekken of juist het platteland op. Deze plaatselijke toeristen weten wat ze kunnen verwachten en kennen al vaak de bestemming. Vele van deze toeristen komen voor vertier en slechts een klein deel om nieuwe persoonlijke ervaringen op te doen of om iets te leren. Wat de authenticiteit aangaat, hangt dit sterk van de bestemming af. Indien deze geheel is aangepast aan massa bezoek (zoals bij strand bestemmingen) dan blijft er doorgaans weinig authentieks over, maar verlangt de toerist dit ook niet.

Bij kleinere dorpjes zijn er wel authtentieke elementen over, die extra waarde aan vakantie ervaringen aan lokale toeristen kunnen geven. De plaatselijke bevolking staat doorgaans ook iets meer open lokale gebruiken met landgenoten te delen, dan met buitenlanders. Er blijft het punt dat de authenticiteit bij dit soort toeristen of reizigers geen dominerende rol speelt.

Een heel ander verhaal is het tweede geval, waarbij men in eigen land naar een regio reist, die totaal anders is op zowel linguistische als cultuurhistorische niveau’s. Hier is dus veel van toepassing wat over internationale toeristen gezegd is, maar er zijn ook verschillen.

Informatie voorziening bij het reizen in eigen land ligt anders en bronnen zijn veel breder wat inhoud en bereik betreft. De mogelijkheden om zelf reizen te regelen of er gewoon op uit te trekken zijn ook groter. Communicatie systemen in eigen land zijn goedkoper en makkelijker te gebruiken. De redenen, waarom men naar gebieden in eigen land reist die totaal anders zijn dan de thuis omgeving, zijn in principe hetzelfde als in het geval bij het internationale toerisme.

Om dezelfde reden, gaan we ervan uit wat authenticiteit betreft, dat er van de kant van de plaatselijke toerist interesse bestaat, maar ook dat deze interesse tegen de achtergrond van de eigen cultuur gezet wordt. Men blijft binnen eigen landsgrenzen en daardoor is er een interesse in het eigen land en alle cultuur vormen die zich daar voordoen. Dit laatste punt zien we bij internationale toeristen uiteraard niet: de interesse om de cultuurhistorie en identiteiten van landgenoten te leren kennen. Het authentieke speelt hierbij een fundamentele rol en vormt vaak de hoofdreden voor een bezoek. Het soort toerist kan ook hier aan de linkerkant van de idealen schaal geplaatst worden, maar in hoeverre de verrijking van het eigen ik en de existentiele authenticiteit een rol spelen, is niet duidelijk. De indruk is, dat in deze gevallen van plaatselijk toerisme er wel degelijk een element van het leren bijzit en daarbij van het contact maken met landgenoten. Mogelijke hulp aan armere bevolkings groepen kan een motief zijn en in sommige gevallen vanwege de wil om andere culturen binnen het eigen land te behouden, daar die door de globaliserende stoomwals bedreigd worden.

Het gaat dus dan niet alleen om de authentieke ervaring van de plaatselijke toerist, maar ook om het behoud van die authenticiteit zonder die oude visie van de arme moeten arm blijven want het is zo authentiek. Wat dit punt betreft zien we een wezenlijk verschil tussen internationaal en plaatselijk toerisme. Hierbij moet toegevoegd worden dat deze scheiding niet zwart wit is en ook internationale toeristen zich actief kunnen inzetten voor het behoud ergens van.

Een ander grijs gebied betreft het toerisme uit buurlanden. Er zijn vele gevallen, dat het toerisme uit een buurland vanwege de fysieke nabijheid meer weg heeft van plaatselijk toerisme dan van internationaal toerisme van mensen uit andere culturen en van andere tradities.

Anti-authenticiteit

Om dit artikel over authenticiteit af te ronden moeten we ook noemen wat zo’n beetje als het tegenovergestelde van authenticiteit beschouwd kan worden. Plaatsen die geen enkele cultuurhistorische binding hebben en met een duidelijk gebrek aan enige vorm van identiteit. Ze worden ook wel de niet-plaatsen genoemd en zijn een fenomeen dat zich sinds de jaren zeventig in snel tempo over de hele wereld verspreid heeft en wel eens als het baken van de moderne globalisatie gezien wordt: airports, shopping malls, road restaurants of international hotels. Het is ook het beste de Engelse namen voor dit soort plaatsen te gebruiken en zij belichamen wat we de anti-authenticiteit kunnen noemen: plaatsen die er op gericht zijn, dat iedereen van waar ook ter wereld en van welke cultuur dan ook zich er rustig kan voelen en waarbij er voor iedereen tenminste iets herkenbaars is. Het zijn ook plaatsen die onlosmakelijk met consumptie en handel verbonden zijn en allemaal ook een zekere luxe uitademen. Het zijn de plaatsen waar mensen – onder andere toeristen – weinig herinneringen aan over houden en aan ervaringen geen enkele, of het moesten de ontmoetingen met medemensen zijn.

Het interessante van deze plaatsen ligt er voornamelijk in, dat zij als contrast dienen van waar we het in dit artikel over hebben: cultuurhistorische gebondenheid, plaats- en/of tijdsgebondenheid, eigen identiteit, typische kleuren en geuren van een plaats, de gewoontes van de mensen, de verbondenheid met de aarde, de betekenis van zon en maan en het diepere geloof wat ermee samen gaat. Mochten vroeger treinstations in een hele duidelijke stijl gebouwd zijn en in vele steden bouwkundige hoogtepunten vormen (en bezienswaardigheden) kan men dat van een modern stationsgebouw eigenlijk niet meer zeggen. Het argument dat de toerist zijn BelCal moet opnemen en dat juist daarvoor een authentiekere architectuur interessanter zou zijn, vindt geen gehoor.

Het drijft ons te ver van het onderwerp van de authenticiteit om nog in te gaan op de vraag, waarom juist gedurende de versnelde ontwikkeling van het massatoerisme als hoofdzakelijk economische activiteit ook deze anti-authenticiteit zich mede ontwikkelde. Ik laat het dus alleen bij de observatie van het bestaan van deze zwarte gaten in het culturele universum.

» Deze website is niet commercieel en genereert geen inkomsten; daarom wordt het op prijs gesteld, wanneer diegenen die de inhoud ervan actief gebruiken een vrijwillige donatie maken – klein en symbolisch als die ook mag zijn – door op de DONATE toets te drukken (Paypal systeem) onderaan deze pagina «

Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke reproductie is verboden zonder de toestemming van Marinus C. Gisolf en zonder bronvermelding

Geef een reactie


4 + = 10